Gepubliceerd op maandag 16 maart 2026
IT 5137
Rechtbank Amsterdam ||
24 dec 2025
Rechtbank Amsterdam 24 dec 2025, IT 5137; ECLI:NL:RBAMS:2025:11284 (Eisers tegen Risepoint), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-misbruik-van-inzagerecht-unibet-spelers-krijgen-op-grond-van-art-15-avg-inzage-in-transactiegegevens

Geen misbruik van inzagerecht: Unibet-spelers krijgen op grond van art. 15 AVG inzage in transactiegegevens

Rb. Amsterdam 24 december 2025, IT&R 5137; ECLI:NL:RBAMS:2025:11284 (Eisers tegen Risepoint). In dit kort geding bij de rechtbank Amsterdam vorderden negentien voormalige Unibet-spelers dat Risepoint Limited hun op grond van art. 15 AVG inzage zou geven in hun persoonsgegevens, in het bijzonder hun transactiegeschiedenis en transactieoverzichten, zodat zij konden nagaan welke stortingen en opnames zij hadden gedaan. Risepoint had Unibet tot 1 oktober 2021 zonder Nederlandse vergunning op de Nederlandse markt aangeboden. De eisers hadden tussen maart 2024 en januari 2025 inzageverzoeken gedaan, maar daarop was niet tijdig of niet inhoudelijk beslist. De voorzieningenrechter oordeelt eerst dat de Amsterdamse rechter bevoegd is op grond van art. 79 lid 2 AVG en dat ook de vorderingen van buiten Amsterdam wonende eisers gezamenlijk in Amsterdam konden worden behandeld wegens de nauwe samenhang tussen de zaken. Ook is sprake van spoedeisend belang, omdat Risepoint de verzoeken niet binnen de in art. 12 lid 3 AVG genoemde termijn heeft gehonoreerd en zich bovendien in deze procedure op het standpunt stelde daartoe niet verplicht te zijn. De zaak is volgens de rechter ook geschikt voor behandeling in kort geding.

Inhoudelijk verwerpt de voorzieningenrechter het verweer van Risepoint dat de eisers misbruik maakten van hun inzagerecht doordat zij de gegevens vermoedelijk wilden gebruiken voor procedures tot terugvordering van gokverliezen. De rechter acht wel aannemelijk dat dit hoofdzakelijk het doel van de verzoeken is, maar dat is onvoldoende voor misbruik van bevoegdheid: ook wanneer een verzoek mede of vooral een ander doel dient, blijft de verwerkingsverantwoordelijke op grond van art. 15 AVG gehouden een eerste kosteloze kopie van de persoonsgegevens te verstrekken. Ook het beroep van Risepoint op een beperking naar Maltees recht slaagt niet, omdat geen sprake is van een concrete of reeds ingestelde claim en niet is aangetoond dat het volledig weigeren van inzage strikt noodzakelijk was voor de verdediging tegen een daadwerkelijke of dreigende procedure. De rechtbank wijst de vordering daarom toe, maar beperkt het bevel tot de transactiegeschiedenis en transactieoverzichten van de eisers, omdat alleen die gegevens voldoende concreet waren omschreven. Risepoint moet die gegevens binnen 21 dagen na betekening verstrekken in een begrijpelijk en gangbaar formaat, zoals XLS(X), CSV of via een API. Een dwangsom wordt niet opgelegd, omdat Risepoint onvoorwaardelijk had toegezegd aan het vonnis te zullen voldoen. De vordering op grond van art. 194 e.v. Rv behoeft daarom geen bespreking meer. Risepoint wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.760,47.

Conclusie

4.11.

Dit alles betekent dat Risepoint zal moeten voldoen aan het inzageverzoek van eisers. In de dagvaarding hebben eisers toegelicht dat het hen om hun transactieoverzichten (ook wel stortingsoverzichten genoemd) te doen is. Aannemelijk is dat dit persoonsgegevens betreffen die als zodanig onder het inzagerecht van eisers vallen, omdat ook transactiegegevens herleidbaar zijn tot personen. Eisers vorderen ook “in de dagvaarding beschreven (andere) gegevens”. In het lichaam van de dagvaarding is zijn echter geen andere gegevens beschreven waarvan eisers inzage verlangen: het gaat steeds om transactiegeschiedenis dan wel transactieoverzichten. Het bevel zal daarom, ten behoeve van de duidelijkheid, tot die gegevens worden beperkt.

4.12.

Risepoint heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering dat de gegevens begrijpelijk en in gangbaar formaat als XLS(X) of CSV, dan wel door middel van een API worden verstrekt, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.

4.13.

Risepoint heeft onvoorwaardelijk toegezegd dat zij na betekening van dit vonnis binnen veertien dagen zal voldoen aan dit bevel. Bij deze stand van zaken zal aan de veroordeling geen dwangsom worden verbonden. Zij heeft aangegeven daarvoor 90 minuten per persoon nodig te hebben. Om die reden wordt de termijn voor verstrekking gesteld op 21 dagen.

4.14.

Nu de gevorderde inzage wordt toegewezen op grond van artikel 15 AVG, behoeft deze vordering op grond van artikelen 194 en volgende Rv geen beoordeling.