24 feb 2026
Geen AVG-rectificatie voor processtukken: hof benadrukt doel van gegevensverwerking
Hof Den Haag 24 februari 2026, IT 5156; ECLI:NL:GHARL:2026:1050 ([verzoeker] tegen Divosa). Het hof oordeelt dat een verzoek tot rectificatie van persoonsgegevens op grond van artikel 16 AVG wordt afgewezen, omdat geen sprake is van “onjuiste” gegevens in de zin van de AVG. De betwiste persoonsgegevens waren opgenomen in processtukken en een strafrechtelijke aangifte en dienden het doel om juridische standpunten te onderbouwen respectievelijk aangifte te doen. Het hof benadrukt dat de juistheid van persoonsgegevens moet worden beoordeeld in het licht van het doel van de verwerking. Stellingen in processtukken gelden daarbij niet als onjuist, ook niet als zij later feitelijk onjuist blijken, omdat zij onderdeel zijn van het procesrechtelijke debat.
Daarnaast weegt het hof het recht op gegevensbescherming af tegen het recht op effectieve rechtsbescherming (art. 47 Handvest). Toewijzing van het rectificatieverzoek zou leiden tot heropening van reeds beslechte geschillen en is daarmee onverenigbaar met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Ook het verzoek om aanvullende informatie op grond van artikel 14 AVG wordt afgewezen, omdat grotendeels niet aan de wettelijke informatieplicht wordt voldaan of al voldoende informatie is verstrekt.
4.16 Voor het in artikel 16 AVG voorziene recht op rectificatie betekent het voorgaande dat indien een procespartij in een processtuk in het kader van een civiele procedure ter onderbouwing van zijn vordering of verweer een stelling inneemt over de persoon of het handelen van zijn wederpartij, die wederpartij niet met een beroep op artikel 16 AVG kan afdwingen dat deze stelling wordt gerectificeerd. De stelling (en het daarin opgenomen persoonsgegeven) is, ook wanneer (achteraf) wordt vastgesteld dat deze niet op waarheid berust of onvoldoende aangetoond kan worden, niet onjuist in de zin van artikel 16 AVG. De stelling is immers ingenomen in de procedure om de eigen vordering te onderbouwen en is in zoverre niet onjuist, net zozeer als een op zichzelf fout antwoord in een examen, gelet op het doel van die verwerking, geen onjuist persoonsgegeven is.8
4.17 Aan de belangen van de betrokkene wordt tegemoetgekomen doordat hij als procespartij in de procedures waarin de zijns inziens onjuiste persoonsgegevens over hem naar voren worden gebracht zich daartegen kan verweren, waarna de bevoegde rechter in die procedures daarover kan oordelen. Een andere afweging zou ertoe leiden dat een geschil over een civiele vordering waarover de burgerlijke rechter definitief heeft beslist in het kader van een procedure op grond van artikel 16 AVG (gedeeltelijk) opnieuw gevoerd wordt. Dat is in strijd met het gesloten systeem van rechtsmiddelen, dat de rechtszekerheid en de effectiviteit van de rechtspraak dient.
4.18 Gelet op het voorgaande kan de stelling van [verzoeker] dat hij niet bevoegd was om facturen te accorderen en dat ook geen sprake was van valse facturen niet de conclusie dragen dat sprake is van onjuiste persoonsgegevens in de door Divosa ingediende processtukken. [verzoeker] heeft dan ook geen aanspraak op rectificatie van deze persoonsgegevens.