21 jul 2026,
Financieel oogmerk en stelselmatige werkwijze maken AVG-inzageverzoek tot misbruik van recht
Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5404; ECLI:NL:RBNHO:2026:9165 ([verzoeker] tegen Wolters Wonen). Verzoeker stuurde op 19 juli 2025 een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG naar het e-mailadres info@baby-dump.nl. Wolters Wonen, handelend onder de naam Fundesign.nl, stelde dat zij dit oorspronkelijke verzoek niet had ontvangen, omdat het naar het e-mailadres van Baby-Dump was verzonden. Nadat verzoeker Wolters op 21 augustus 2025 had gesommeerd om alsnog aan het verzoek te voldoen en aanspraak had gemaakt op € 925 aan buitengerechtelijke kosten, reageerde Wolters op 22 augustus 2025. Op 25 september en 16 oktober 2025 volgden aanvullende antwoorden. Volgens verzoeker waren deze antwoorden niet tijdig en boden zij geen volledige inzage in zijn persoonsgegevens. Na vermindering van zijn verzoek verlangde hij alleen nog dat Wolters op straffe van een dwangsom volledige inzage zou verstrekken en dat zij in de proceskosten zou worden veroordeeld. Zijn oorspronkelijke verzoeken om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten handhaafde hij niet. Wolters voerde aan dat zij het verzoek volledig had beantwoord en dat verzoeker misbruik maakte van zijn AVG-rechten, omdat hij niet werkelijk controle van zijn persoonsgegevens beoogde, maar financieel voordeel wilde verkrijgen.
De rechtbank stelt voorop dat bij het aannemen van misbruik van recht terughoudendheid moet worden betracht. Op grond van artikel 3:13 BW, bezien in samenhang met artikel 12 lid 5 AVG, kan een bevoegdheid niet worden ingeroepen voor zover daarvan misbruik wordt gemaakt. Daarbij betrekt de rechtbank de maatstaf dat zowel een geheel van objectieve omstandigheden als een subjectief element vereist is: de bedoeling om een Unierechtelijk voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder dat voordeel ontstaat. Uit de werkwijze en het procedeergedrag van verzoeker bleek volgens de rechtbank dat hij een financieel oogmerk had en niet daadwerkelijk de juistheid van zijn persoonsgegevens of de rechtmatigheid van de verwerking wilde controleren. Daarbij woog mee dat hij in anderhalf jaar ongeveer negentig inzageverzoeken had ingediend, ongeveer twintig vergelijkbare procedures bij de rechtbank Noord-Holland had gestart, nagenoeg identieke stukken gebruikte, vroegtijdig schade- en kostenvergoedingen verlangde en zijn verzoeken zonder overtuigende toelichting verminderde. De rechtbank concludeert dat verzoeker welbewust situaties creëerde om van bedrijven een vergoeding te verkrijgen en verklaart hem daarom niet-ontvankelijk. Zij komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling of Wolters het inzageverzoek tijdig en volledig heeft beantwoord. Verzoeker wordt veroordeeld in € 2.230 aan proceskosten volgens het reguliere liquidatietarief, omdat Wolters de gevorderde werkelijke proceskosten niet had begroot. De tegenverzoeken van Wolters, waaronder verklaringen voor recht over misbruik van recht, procesrecht en advocatentuchtrecht en een schadevergoeding van € 2.500, worden afgewezen omdat deze te vaag waren geformuleerd, het vereiste belang ontbrak of de gestelde schade onvoldoende was onderbouwd.
Beoordelingskader
5.3.
Artikel 3:13 lid 1 BW stelt dat ‘degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze bevoegdheid niet kan inroepen, voor zover hij haar misbruikt’. Bij het aannemen van misbruik van (proces)recht past terughoudendheid.
5.4.
Artikel 12 lid 5 AVG geeft de verwerkingsverantwoordelijke – onder meer – de mogelijkheid om te weigeren gevolg te geven aan kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken, met name vanwege het repetitieve karakter van deze verzoeken. Dit betreft gevallen van misbruik van recht. Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om de kennelijk ongegronde of buitensporige aard van het verzoek aan te tonen. In de EDPB Guidelines3 is opgenomen dat een verzoek buitensporig kan worden bevonden wanneer (bijvoorbeeld) een persoon een verzoek indient, maar tegelijkertijd aanbiedt dit verzoek in te trekken in ruil voor een of ander voordeel van de verwerkingsverantwoordelijke.4
5.5.
Bij de beoordeling van het beroep op misbruik van recht is – onder meer – van belang de uitspraak van het Hof van Justitie van 19 maart 2026 over de toepassing van artikel 12 lid 5 AVG. Voor het bewijs van misbruik is blijkens deze uitspraak enerzijds een geheel van objectieve omstandigheden vereist en anderzijds een subjectief element, namelijk ´de bedoeling van de betrokkene om een door de Unieregeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat. Voor een dergelijke kwalificatie moeten voorts alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.´ Daarbij mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat de betrokkene stelselmatig verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens en vorderingen tot schadevergoeding indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijkheden volgens een vergelijkbaar patroon.