Gepubliceerd op woensdag 22 juli 2026
IT 5366
HvJ EU ||
9 jul 2026,
HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

Het Hof oordeelt dat de technische wijze waarop de content wordt overgedragen en het continue karakter van de levering niet beslissend zijn voor het onderscheid tussen digitale inhoud en een digitale dienst. Bepalend is vooral de mate van betrokkenheid van de handelaar bij het aanbod. Een aanbod vormt een digitale dienst wanneer het een dynamisch karakter heeft dat verder gaat dan het stabiel en eventueel continu beschikbaar stellen van specifieke content, bijvoorbeeld doordat het aanbod wordt gewijzigd of op basis van het kijkgedrag persoonlijke aanbevelingen worden gedaan. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter lijkt de dienst van Sky aan deze kenmerken te voldoen. De uitzondering van artikel 16, eerste alinea, onder m), geldt dan niet en de consument verliest zijn herroepingsrecht niet enkel doordat de streaming tijdens de herroepingstermijn begint. Wanneer de consument uitdrukkelijk om onmiddellijke uitvoering heeft verzocht en vervolgens herroept, kan de handelaar op grond van artikel 14 lid 3 van de richtlijn wel een evenredige vergoeding vragen. Bij de berekening daarvan mag naast de gebruiksduur ook de economische waarde van de daadwerkelijk bekeken content worden betrokken.

55      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:

Artikel 16, eerste alinea, onder m), van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019, gelezen in samenhang met artikel 2, punt 11, van richtlijn 2011/83, zoals gewijzigd,

moet aldus worden uitgelegd dat

het leveren van een streamingdienst waardoor een consument via een hyperlink of een digitale applicatie toegang krijgt tot op een server opgeslagen digitale gegevens zodat hij deze live, op aanvraag of na het downloaden ervan offline op een eigen opslagmedium kan bekijken, geen levering van „digitale inhoud” in de zin van deze bepalingen vormt, maar een levering van een „digitale dienst” in de zin van artikel 2, punt 16, van richtlijn 2011/83, zoals gewijzigd, wanneer het aanbod van de betrokken handelaar een dynamisch karakter heeft dat verder gaat dan louter het stabiel en, in voorkomend geval, continu ter beschikking stellen van specifieke inhoud.