Gepubliceerd op donderdag 23 juli 2026
IT 5374

Definitieve richtsnoeren artikel 50 AI-verordening (transparantie): dit zijn de 9 belangrijkste wijzigingen


Op 20 juli 2026 heeft de Europese Commissie de definitieve richtsnoeren over de transparantieverplichtingen van artikel 50 AI-verordening gepubliceerd. Deze verplichtingen zijn vanaf 2 augustus 2026 van toepassing op aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van verschillende soorten AI-systemen.

We publiceerden eerder deze maand al een volledige bespreking van alle verplichtingen uit artikel 50, met inachtneming van de concept-richtsnoeren en de bijbehorende praktijkcode. Deze bespreking is aan de hand van de definitieve richtsnoeren geactualiseerd. Zij biedt organisaties de benodigde handvatten om vanaf 2 augustus aan de nieuwe transparantieverplichtingen te voldoen.

In dit artikel richten we ons uitsluitend op de negen belangrijkste wijzigingen die in de definitieve richtsnoeren zijn aangebracht ten opzichte van de eerdere conceptversie. Deze wijzigingen variëren van lichte aanscherpingen tot geheel nieuwe interpretaties (!). Zij worden hierna achtereenvolgens besproken.

1. Technische controle is niet vereist voor gebruiksverantwoordelijkheid

Een gebruiksverantwoordelijke (hierna: gebruiker) is een partij die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt. In de definitieve richtsnoeren verduidelijkt de Commissie dat daarvoor niet is vereist dat deze partij ook technische controle over het AI-systeem heeft.

Doorslaggevend is wie beslist voor welk doel en op welke wijze het systeem wordt ingezet. Ook binnen complexe, gedecentraliseerde werkprocessen kan een partij dus als gebruiker kwalificeren, zonder het systeem technisch te beheren (richtsnoeren par. 12).

2. Particulieren mogen deepfakes in beginsel verspreiden zonder label

Een natuurlijke persoon die een AI-systeem uitsluitend gebruikt in het kader van een persoonlijke, niet-professionele activiteit, valt niet onder de verplichtingen voor gebruikers (art. 2 lid 10 AI-verordening).

De Commissie heeft deze uitzondering in de definitieve richtsnoeren opvallend verruimd. In de conceptversie werd openbare verspreiding nog aangemerkt als een omstandigheid waardoor een deepfake niet langer als zuiver persoonlijk gebruik kon worden beschouwd. Als voorbeeld werd een deepfake van een burgemeester genoemd die op sociale media werd gedeeld om lokaal beleid te bekritiseren (concept-richtsnoeren par. 17). Deze deepfake moest aanvankelijk worden gelabeld.

Dat voorbeeld is geschrapt. De definitieve richtsnoeren noemen juist het verspreiden van deepfakes via sociale media als een activiteit die onder de uitzondering kan vallen (richtsnoeren par. 19). Openbare verspreiding maakt het gebruik dus niet automatisch professioneel. De uitzondering vervalt wanneer het gebruik verband houdt met een beroepsmatige, bedrijfsmatige of commerciële activiteit, waaronder een activiteit waarmee iemand regelmatig economisch voordeel behaalt.

Andere wetgeving, waaronder het strafrecht, privacyrecht en intellectuele-eigendomsrecht, kan vanzelfsprekend nog steeds van toepassing zijn.

3. Ook de verplichtingen inzake AI-geletterdheid blijven gelden

De conceptversie benadrukte al dat naleving van artikel 50 niet betekent dat het gebruik van een AI-systeem automatisch rechtmatig is. Het systeem kan bijvoorbeeld onder een verboden AI-praktijk vallen of als hoog-risico-AI kwalificeren.

De definitieve richtsnoeren voegen hier uitdrukkelijk de verplichtingen inzake AI-geletterdheid uit artikel 4 AI-verordening aan toe. Aanbieders en gebruikers moeten maatregelen treffen om bij hun personeel en andere betrokken personen een toereikend niveau van AI-geletterdheid te waarborgen. Naleving van artikel 50 neemt een eventuele schending van deze verplichting niet weg (richtsnoeren par. 25).

4. Menselijke tussenkomst ontneemt de informatieplicht niet

Artikel 50, eerste lid, verplicht aanbieders van AI-systemen die bedoeld zijn om rechtstreeks met natuurlijke personen te interacteren om ervoor te zorgen dat de betrokken personen weten dat zij met AI communiceren.

De definitieve richtsnoeren verduidelijken dat de mogelijkheid van menselijke tussenkomst of beoordeling niet mag worden gebruikt om deze informatieplicht te omzeilen (richtsnoeren par. 30). Bij producten en diensten waarin AI-antwoorden worden gecombineerd met menselijke communicatie, moet ten aanzien van de AI-gegenereerde antwoorden transparantie worden geboden. Dat is anders wanneer de output daadwerkelijk door een mens is beoordeeld en vervolgens door die persoon, als daadwerkelijke gesprekspartner, wordt verzonden.

5. Uitgebreidere verplichtingen voor AI-agenten

De uitleg over AI-agenten is in de definitieve richtsnoeren aanzienlijk uitgebreid. AI-agenten vallen onder artikel 50, eerste lid, wanneer zij kunnen interacteren met hun opdrachtgever of met andere natuurlijke personen bij het uitvoeren van taken, zoals het maken van boekingen, voeren van correspondentie of sluiten van overeenkomsten.

De agent moet niet alleen zijn kunstmatige aard bekendmaken, maar ook aangeven namens wie hij handelt. Wanneer de aanbieder vooraf niet betrouwbaar kan vaststellen of menselijke interactie zal plaatsvinden, moet de agent op zo worden ontworpen dat hij zich kenbaar maakt zodra dergelijke interactie redelijkerwijs waarschijnlijk is. Ook tegenover de persoon die de agent aanstuurt, moet de agent zich op belangrijke momenten en bij iedere nieuwe interactie bekendmaken (richtsnoeren par. 31).

6. Geen verplichte combinatie van twee markeringstechnieken

Artikel 50, tweede lid, verplicht aanbieders van generatieve AI-systemen om hun output machineleesbaar te markeren en detecteerbaar te maken. De gekozen technische oplossingen moeten effectief, betrouwbaar, robuust en interoperabel zijn (richtsnoeren par. 79).

In de concept-richtsnoeren stelde de Commissie nog uitdrukkelijk dat onder de toenmalige stand van de techniek ten minste twee markeringstechnieken moesten worden gecombineerd, bijvoorbeeld digitaal ondertekende metadata en onzichtbare watermerken (concept-richtsnoeren par. 78).

Deze minimumeis is in de definitieve richtsnoeren geschrapt. Aanbieders mogen één markeringstechniek of een combinatie van technieken gebruiken, mits de gekozen technische oplossing als geheel aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet (richtsnoeren par. 72). Bij die beoordeling mag rekening worden gehouden met de technische haalbaarheid, het type content, de implementatiekosten en de algemeen erkende stand van de techniek (idem par. 79-85).

7. De overgangsregeling is uitgebreid en definitief geworden

De conceptversie verwees nog naar een voorgestelde overgangsregeling uit de Digital Omnibus. Deze regeling is inmiddels door de Uniewetgever aangenomen.

Voor generatieve AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht of in gebruik zijn gesteld, geldt de markeer- en detectieverplichting van artikel 50, tweede lid, pas vanaf 2 december 2026 (richtsnoeren par. 153). Voor nieuwe systemen geldt deze overgangstermijn niet. De overige transparantieverplichtingen, waaronder de informatieplicht bij rechtstreekse AI-interactie, gelden onverkort vanaf 2 augustus 2026.

Ook de overgangsregeling voor bestaande content is verduidelijkt (richtsnoeren par. 154). AI-output en deepfakes die vóór 2 augustus 2026 zijn gegenereerd of gemanipuleerd, hoeven niet met terugwerkende kracht te worden gemarkeerd of gelabeld. Bij teksten over aangelegenheden van algemeen belang is daarentegen het moment van publicatie bepalend. Een tekst die vóór 2 augustus is gegenereerd of gemanipuleerd, maar pas op of na die datum wordt gepubliceerd, moet wel worden gelabeld.

8. Een machineleesbare markering is geen zichtbaar label

Op aanbieders rust de verplichting om AI-output machineleesbaar te markeren. Gebruikers moeten op hun beurt deepfakes en teksten over aangelegenheden van algemeen belang voorzien van een voor natuurlijke personen waarneembaar label.

De definitieve richtsnoeren benadrukken dat gebruikers voor de labelplicht niet mogen vertrouwen op de machineleesbare markering van de aanbieder. Een dergelijke markering is voor natuurlijke personen immers niet onmiddellijk zichtbaar of hoorbaar. Het label moet zonder technische hulpmiddelen of aanvullende handelingen kunnen worden waargenomen (richtsnoeren par. 117).

9. Nieuwe minimumeis voor menselijke beoordeling

AI-gegenereerde of gemanipuleerde teksten over aangelegenheden van algemeen belang hoeven niet te worden gelabeld wanneer zij aan menselijke beoordeling of redactionele controle zijn onderworpen en een natuurlijke persoon of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid voor de publicatie draagt.

De definitieve richtsnoeren verduidelijken dat de menselijke beoordeling betrekking moet hebben op de inhoud van de tekst. De beoordelaar moet beschikken over relevante kennis en professioneel oordeel met betrekking tot het behandelde onderwerp. Controle van de feitelijke juistheid vormt een minimumvereiste van deze beoordeling. Dat laatste geldt ook wanneer uitsluitend sprake is van redactionele controle. Een uitsluitend grammaticale, formele of oppervlakkige controle volstaat niet (richtsnoeren par. 134-135).

Bovendien vervalt de uitzondering wanneer AI de tekst na de menselijke goedkeuring inhoudelijk wijzigt, aanvult of herformuleert. In dat geval moet de tekst opnieuw inhoudelijk worden beoordeeld of alsnog worden gelabeld (idem par. 136).

Volledige bespreking

De definitieve richtsnoeren behouden de hoofdlijnen van de conceptversie, maar verruimen, versoepelen en verduidelijken de verplichtingen op enkele belangrijke punten.

In dit artikel zijn uitsluitend de belangrijkste wijzigingen besproken. Voor een volledig overzicht van artikel 50 AI-verordening, de definitieve richtsnoeren en de praktijkcode verwijzen we naar onze recente bespreking. Daarin behandelen we alle verplichtingen en uitzonderingen die organisaties vanaf 2 augustus 2026 in acht moeten nemen.