Gepubliceerd op dinsdag 17 maart 2026
IT 5140
Gerechtshof Den Haag ||
12 mrt 2026
Gerechtshof Den Haag 12 mrt 2026, IT 5140; ECLI:NL:GHDHA:2026:380 (het OM / de Staat tegen [naam verdachte]), https://itenrecht.nl/artikelen/deelname-aan-the-base-en-opruiing-tot-terroristische-misdrijven-via-telegram

Deelname aan The Base en opruiing tot terroristische misdrijven via Telegram

Hof Den Haag 12 maart 2026, IT&R 5140; ECLI:NL:GHDHA:2026:380 (het OM / de Staat tegen [naam verdachte]). In dit arrest heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan de rechtsextremistische terroristische organisatie The Base, aan het in het openbaar opruien tot terroristische misdrijven via een door hem beheerde Telegramgroep en aan het verspreiden van afbeeldingen waarin tot terroristische misdrijven werd opgeruid. Het hof stelt vast dat de verdachte in de periode van april tot en met augustus 2024 propaganda maakte en verspreidde voor The Base, contact onderhield met aan The Base gelieerde Telegramaccounts, en op 15 augustus 2024 zelfs een Nederlandse cel van die organisatie oprichtte en daarvoor personen rekruteerde. Daarnaast plaatste hij in zijn Telegramgroep onder meer racistische, antisemitische en homohaatdragende berichten en beelden, waaronder verwijzingen naar een rassenoorlog, oproepen tot geweld tegen moslims en joden, afbeeldingen met nazisymboliek en beelden van geweld, schiettraining en het gebruik van een molotovcocktail. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake was van openbare opruiing of van opruiing tot terroristische misdrijven: de Telegramgroep was volgens het hof voldoende openbaar, omdat toetreding relatief eenvoudig was, leden via openbare propaganda werden geworven en de groep in korte tijd sterk groeide. Gelet op de inhoud, strekking en context van de uitingen oordeelt het hof dat werd aangespoord tot onder meer moord en brandstichting met terroristisch oogmerk, namelijk het aanjagen van ernstige vrees bij delen van de bevolking en het ontwrichten van de fundamentele sociale structuren van Nederland.

Ten aanzien van feit 2 overweegt het hof dat voor deelneming aan een terroristische organisatie niet vereist is dat de verdachte de formele toelatingsprocedure van die organisatie volledig heeft doorlopen of rechtstreeks aantoonbaar contact heeft gehad met alle deelnemers. Doorslaggevend is dat hij naar juridische maatstaven tot het samenwerkingsverband behoorde en met zijn gedragingen een aandeel had in de verwezenlijking van het terroristische oogmerk van The Base. Dat acht het hof bewezen, nu de verdachte zich met The Base afficheerde, propagandamateriaal aanleverde dat vervolgens via het officiële kanaal van The Base werd verspreid, een Nederlandse afdeling oprichtte en daarvoor mensen wierf. Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de ernst van de feiten en de actieve, leidende rol van de verdachte, maar ook met zijn jeugdige leeftijd van zestien jaar ten tijde van de feiten, het ontbreken van eerdere veroordelingen, zijn beneden gemiddelde cognitieve ontwikkeling en autismespectrumstoornis, op grond waarvan hij licht verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht. Ook weegt mee dat hij goed heeft meegewerkt aan begeleiding en aan gesprekken met het Landelijk Steunpunt Extremisme. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de verdachte tot 150 dagen jeugddetentie, waarvan 64 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder een meldplicht, een contactverbod met medeverdachten en voortzetting van gesprekken met het Landelijk Steunpunt Extremisme. Daarnaast verklaart het hof een iPhone 13, twee luchtdrukwapens en een blik met munitie verbeurd.

Ernst van de feiten

De toen 16-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelname aan de rechtsextremistische, terroristische organisatie The Base door onder meer op een openbaar Telegramaccount propagandamateriaal te (doen) verspreiden en voor de organisatie te flyeren en door een Nederlandse cel van deze organisatie op te richten. Ook heeft de verdachte zich op Telegram schuldig gemaakt aan opruiing en het verspreiden van beeldmateriaal met een rechtsextremistisch karakter waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid. Hierdoor werden anderen aangemoedigd om de meest vreselijke strafbare feiten te plegen. De verdachte heeft hierbij een actieve en leidende rol gehad.

Uit het ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2025’ volgt dat binnen het rechts-terrorisme de omvolkingscomplottheorie gekoppeld wordt aan een onvermijdelijk geachte ‘rassenoorlog’. Volgens de theorie van het accelerationisme moet deze oorlog zo snel mogelijk uitbreken om de kans op een ‘witte etnostaat’ te vergroten. Om deze oorlog te ontketenen proberen extreemrechtse terroristen zoveel mogelijk chaos te creëren in de samenleving, onder andere door het plegen van aanslagen. Individuen binnen zulke rechts-terroristische online netwerken halen inspiratie uit het accelerationisme, maar creëren daarnaast een eigen gewelddadig wereldbeeld.

Terrorisme wordt nationaal en internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt direct de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. Deze burgers, dienen te worden beschermd tegen terroristisch geweld, ongeacht kleur, afkomst of geaardheid.