Gepubliceerd op maandag 28 september 2026
IT 5537
Rechtbank Den Haag ||
2 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 2 sep 2026,, IT 5537; ECLI:NL:RBDHA:2026:25209 (eisers tegen de minister van Asiel en Migratie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/casematcher-is-geen-ai-systeem-complex-algoritme-of-black-box

CaseMatcher is geen AI-systeem, complex algoritme of black box

Rb. Den Haag 2 september 2026, IT 5537; ECLI:NL:RBDHA:2026:25209 (eisers tegen de minister van Asiel en Migratie). In procedures over de afwijzing van vier asielaanvragen stond onder meer het mogelijke gebruik van CaseMatcher door de IND ter discussie. Omdat de betrokken beslismedewerker zich niet meer kon herinneren of CaseMatcher was gebruikt en dit dus niet kon worden uitgesloten, gaat de rechtbank er voor haar beoordeling van uit dat het programma bij de beoordeling van de asielaanvragen en daarmee bij de totstandkoming van de besluiten is gebruikt. Volgens de rechtbank is CaseMatcher geen AI-systeem in de zin van artikel 3 AI-verordening en evenmin een complex algoritme of black box. Het programma is een eenvoudige, rule-based zoek- en vindfunctionaliteit waarmee een geautoriseerde IND-medewerker kan zoeken naar eerder behandelde zaken en daarin opgeslagen documenten waarin bepaalde zoektermen voorkomen. De resultaten worden op datum of relevantie gerangschikt, waarbij onder meer de frequentie van een zoekterm en het vooraf toegekende gewicht van documenttypen worden betrokken. Volgens de rechtbank leert, redeneert of modelleert CaseMatcher niet en worden de zoekresultaten deterministisch en volgens vaste regels gegenereerd en gesorteerd. Omdat het resultaat van een zoekopdracht logisch herleidbaar is, kan CaseMatcher volgens de rechtbank ook niet worden gelijkgesteld met de complexe algoritmen die aan de orde waren in de rechtspraak over AERIUS en SyRI.

De rechtbank oordeelt vervolgens dat de besluitvorming niet geheel of gedeeltelijk door CaseMatcher tot stand komt en dat de motivering van de besluiten niet door het programma wordt gestuurd. Uit artikel 3:46 Awb volgt dat besluiten deugdelijk en kenbaar moeten zijn gemotiveerd. Volgens de rechtbank kan een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek ontstaan wanneer de motivering niet zonder een bepaald algoritme tot stand had kunnen komen terwijl het gebruik daarvan niet in het besluit is vermeld, of wanneer instructies van een algoritme onderdeel van de beslissing vormen. Daarvan is bij CaseMatcher geen sprake: het programma toont slechts welke eerdere zaken bepaalde zoektermen bevatten en bepaalt niet welke zoekresultaten relevant zijn voor de uiteindelijke beslissing. De minister hoefde het gebruik van CaseMatcher daarom niet in de besluiten te vermelden. Ook hoefden de via CaseMatcher gevonden gegevens niet op grond van artikel 8:42 Awb als op de zaak betrekking hebbende stukken te worden overgelegd. De rechtbank volgt evenmin de stelling dat het systeem tot automation bias leidt. Zij erkent dat informatie die een medewerker via CaseMatcher vindt de inhoudelijke beslissing kan beïnvloeden, maar oordeelt dat het programma zelf geen sturende invloed heeft en geen instructie of gedeeltelijke uitkomst genereert. Daarbij betrekt de rechtbank onder meer dat medewerkers vooraf een interne cursus moeten volgen, het gebruik wordt gelogd en voor Indigo, waarvan CaseMatcher onderdeel uitmaakt, een DPIA is uitgevoerd. De beroepsgronden over CaseMatcher slagen daarom niet.

Is Casematcher een AI-systeem dan wel een complex algoritme en/of black box?

8. Eisers voeren, kort samengevat, aan dat CaseMatcher een vorm van AI is dan wel een complex algoritme. CaseMatcher valt daarmee onder artikel 3 van de AI-verordening.3 CaseMatcher is een verboden AI-systeem op grond van artikel 5 van de AI-verordening. Eisers stellen dat CaseMatcher gebruik maakt van tekst mining en artificiële intelligentie, het verschillende niveaus van autonomie kent en natuurlijke personen op basis van bijzondere persoonskenmerken sorteert. CaseMatcher bepaalt zelf de relevante input en het genereert nieuwe output in de vorm van een ‘ranking’ en score die niet vooraf door mensen is vastgelegd, maar door algoritmische berekening wordt afgeleid. Het algoritme dat ten grondslag ligt aan de werking van CaseMatcher is dus anders dan een klassiek ‘rule-based algoritme’, aldus eisers. Eisers voeren, kort samengevat, subsidiair aan dat als CaseMatcher geen AI is, het dan wel een complex algoritme betreft waarbij er onvoldoende informatie over de werking ervan is vrijgegeven door verweerder. CaseMatcher is in dat geval een zogenoemde ‘black box’, aldus eisers. Eisers verwijzen in dit kader naar uitspraken4 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) inzake AERIUS en een uitspraak5 van deze rechtbank over het Systeem Risico Indicatie-systeem (SyRi). Eisers verwijzen in dit kader ook naar verklaringen van deskundigen. Dit betreft een verklaring van 22 juli 2025 en één van 17 mei 2026 van prof. dr. [deskundige 1] , hoogleraar en voorzitter van de groep Intelligent Systems van de afdeling Informatie- en Computerwetenschappen van de Universiteit Utrecht, en een verklaring van 21 juli 2025 van mr. [deskundige 2] van de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht, Bestuurskunde van de Universiteit Groningen. Ook zijn stukken ingebracht die eerder bij zittingsplaats Groningen zijn ingebracht.6

9. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat CaseMatcher geen geavanceerd AI-systeem of complex algoritme is, maar een simpele ‘rule-based’ zoek- en vindtool. Volgens verweerder staat ten eerste de AI-verordening niet in de weg aan het gebruik van CaseMatcher, omdat de verboden uit artikel 5 van de verordening pas na het bestreden besluit van kracht zijn geworden. Ten tweede zijn de aannames van eisers over de werking van CaseMatcher onjuist. CaseMatcher kan niet als een AI-systeem worden gekwalificeerd zoals bedoeld in artikel 3 van de AI-verordening. CaseMatcher is als zoek- en vindtool niet in staat om te leren, redeneren of modelleren, om zelfstandig acties uit te voeren of om zelf capaciteiten aan te leren. Verweerder verwijst ter ondersteuning van dit standpunt naar verklaringen van medewerkers van de IND7, Knowledge Plaza8 en OpenText9. Ten slotte stelt verweerder zich op het standpunt dat CaseMatcher geen black box is. Een black box is namelijk een algoritmische toepassing dat bepaalde input tot bepaalde output verwerkt, waarbij het proces van input naar output binnen de toepassing ondoorzichtig en oncontroleerbaar is. Er zitten in de werking van CaseMatcher echter géén aannames, keuzes of gegevens ‘verstopt’. CaseMatcher is immers een simpele (functionaliteit van de) zoek- en vindtool die op basis van vaste regels en statistiek weergeeft in welke zaken een bepaalde zoekterm voorkomt. CaseMatcher moet dan ook worden onderscheiden van de door eisers genoemde zaken over AERIUS en Syri, aldus verweerder.

10. De rechtbank komt tot het oordeel dat CaseMatcher geen AI-systeem. Ook is het geen complex algoritme of black box. Er is geen reden om aan te nemen dat CaseMatcher meer dan een simpele zoekfunctionaliteit betreft. De rechtbank volgt de stelling van eisers dus niet. De rechtbank is als volgt tot dit oordeel gekomen.

10.1.

De rechtbank volgt ten eerste de uitleg van verweerder dat CaseMatcher het voor een geautoriseerde beslismedewerker van de IND mogelijk maakt om te zoeken naar eerder behandelde zaken en in die zaken opgeslagen documenten waarin een bepaalde zoekterm voorkomt. De rechtbank begrijpt het doel van CaseMatcher dus zo dat via deze zoek- en vindtool een beslismedewerker, bij het nemen van besluiten, kennis kan vergaren door het raadplegen van oude zaken en kan nagaan hoe in andere gevallen met bepaalde materie is omgegaan in de besluitvorming.

10.2.

De rechtbank volgt verder de uitleg van verweerder dat CaseMatcher hierbij gebruikt maakt van een simpel rule based algoritme. CaseMatcher geeft alleen weer welke zaken een zoekterm bevatten en rangschikt deze resultaten op basis van de datum of op relevantie. Bij de rangschikking wordt gebruik gemaakt van een statistische methode die achterhaalt hoe veelvuldig een woord in een bepaald document voorkomt. De rangschikking van de zoekresultaten wordt ook bepaald door het gewicht dat aan bepaalde type documenten wordt toegekend. De rechtbank acht de motivering van verweerder dat aan een beschikking een hoger gewicht wordt toegekend dan een aanmeldformulier, omdat een beschikking meer relevante informatie bevat, inzichtelijk en begrijpelijk. Dat uit het evaluatierapport10 over CaseMatcher volgens eiser zou blijken dat CaseMatcher een AI-systeem is volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft uitgelegd dat uit het rapport slechts blijkt dat het oorspronkelijke idee was om een geavanceerd model te ontwerpen waarmee vergelijkbare zaken konden worden onderzocht, maar dat uiteindelijk is gekozen voor een simpele zoekfunctie omdat beslismedewerkers hadden aangegeven dat hier meer behoefte aan was. De rechtbank ziet geen aanleiding om de motivering van verweerder op dit punt in twijfel te trekken. De rechtbank kan daarnaast de motivering van verweerder volgen dat CaseMatcher niet leert, redeneert of modelleert, en dat de zoekresultaten volledig deterministisch en rule-based worden gegenereerd en gesorteerd. Daarmee valt CaseMatcher ook buiten de werking van de AI-verordening omdat CaseMatcher niet als een AI-systeem kan worden gekwalificeerd volgens de rechtbank. In het hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding om te twijfelen aan de uitleg van verweerder over de werking van CaseMatcher als eenvoudig algoritme. De deskundigen van eisers hebben met name gesteld dat niet uitgesloten kan worden dat sprake is van meer dan een simple rule based algoritme. De deskundigen van verweerder hebben echter kennis van het ontwerp en de technische werking van CaseMatcher. Er is geen reden om aan te nemen dat de deskundigen van verweerder niet onafhankelijk zouden zijn.

10.3.

Over de aanvullende informatie die partijen op verzoek van de rechtbank na de zitting hebben ingebracht, overweegt de rechtbank het volgende. Deskundige [deskundige 3] heeft uitleg gegeven over de invloed van de ‘KnowledgePlaza Business Logic Layer’ op CaseMatcher. Volgens hem zorgt de Layer voor communicatie tussen de webapplicatie (waarin de medewerker zijn zoekvraag invoert) en de zoekmachine waarmee wordt gezocht, heeft geen effect op zoekvragen en zoekresultaten. De Layer kan gezien worden als ‘onderdeel’ van CaseMatcher, omdat het doorlopend voor communicatie zorgt. Er zijn daarnaast twee zoekoptimalisaties ingesteld. Dit houdt in dat bij het zoeken op een ECLI-nummer de Layer dit patroon van cijfers, letters en leestekens herkent als een ECLI-nummer en er dubbele quotes omheen zet, en ten tweede, dat bij het zoeken met meer dan één term, alleen documenten worden gevonden waarin alle gebruikte termen voorkomen. De Layer vormt echter geen onderdeel van de werking van CaseMatcher in de zin dat het invloed heeft op de wijze waarop CaseMatcher de zoekopdracht uitvoert. De zoekopdracht wordt uitsluitend uitgevoerd door de door OpenText ontwikkelde IDOL-software. Ten slotte bestaat de techniek die ten grondslag ligt aan de Layer uitsluitend uit harde beslisregels en is dit geen AI, aldus [deskundige 3] . Naar aanleiding hiervan heeft een deskundige van eiser, [deskundige 1] , kortgezegd verklaard dat hij de toelichting van [deskundige 3] niet overtuigend vindt. De rechtbank leidt hieruit geen duidelijke conclusie af. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van de uitleg van [deskundige 3] over de Knowledge Business Logic Layer.

10.4.

De rechtbank is ten slotte ook van oordeel dat CaseMatcher geen complex algoritme en/of black box is. Daarbij overweegt de rechtbank dat in het geval van CaseMatcher uit de hiervoor besproken overwegingen is gebleken dat het resultaat van de zoekopdracht logisch herleidbaar is, hetgeen niet het geval zou zijn bij een complex algoritme. Bovendien is de rechtbank in die eerdere overwegingen tot de conclusie gekomen dat CaseMatcher een eenvoudig rule based algoritme betreft. Eisers kunnen daarom ook geen geslaagd beroep doen op de aangehaalde uitspraken over AERIUS en SyRi, omdat het in die uitspraken anders dan in deze zaak, wel ging om complexe algoritmen.

10.5.

De beroepsgrond slaagt dus niet.