Gepubliceerd op maandag 4 mei 2026
IT 5253
Rechtbank Rotterdam ||
13 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 13 mrt 2026, IT 5253; ECLI:NL:RBROT:2026:2765 ([verzoeker] tegen het Gerechtsbestuur), https://itenrecht.nl/artikelen/artikel-15-avg-reikt-niet-tot-interne-besluitvorming-en-correspondentie-van-rechtbank

Artikel 15 AVG reikt niet tot interne besluitvorming en correspondentie van rechtbank

Rb. Rotterdam 13 maart 2026, IT 5253; ECLI:NL:RBROT:2026:2765 ([verzoeker] tegen het Gerechtsbestuur). In deze zaak verzoekt [verzoeker] om op grond van de AVG inzage in alle interne communicatie en documenten van de rechtbank Den Haag waarin zijn persoonsgegevens voorkomen, waaronder interne e-mails, notities en analyses rond zijn eerdere procedures en klachten. De rechtbank wijst het verzoek grotendeels af. Hoewel artikel 15 AVG recht geeft op inzage in persoonsgegevens, strekt dit recht niet zo ver dat ook volledige toegang moet worden verleend tot interne correspondentie en documenten. Het doel van het inzagerecht is dat betrokkene de verwerking van zijn persoonsgegevens kan controleren, en daaraan was in dit geval al voldaan doordat een overzicht van de verwerkte gegevens en relevante stukken was verstrekt.

De rechtbank benadrukt dat er uitzonderingen kunnen worden gemaakt ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en ter waarborging van de onafhankelijkheid van de rechter en de gerechtelijke procedure. De rechtbank oordeelt dat deze belangen zwaarder wegen dan het belang van [verzoeker] bij inzage in interne communicatie tussen medewerkers en stukken uit het rechterlijk besluitvormingsproces. Ook het verzoek om integrale kopieën van documenten, metadata en logfiles wordt afgewezen. Het inzagerecht onder de AVG is niet bedoeld om bewijs te verzamelen voor andere procedures of om vermeende procedurele fouten aan te tonen. De rechtbank concludeert dat het verzoek onvoldoende concreet is en deels buiten de reikwijdte van de AVG valt. Het verzoek wordt afgewezen en [verzoeker] wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.7 Het verzoek van [verzoeker] om inzage te verkrijgen in de interne correspondentie tussen medewerkers van de afdeling bestuursondersteuning wordt afgewezen. Hoewel [verzoeker] in beginsel recht heeft op inzage in correspondentie waar zijn persoonsgegevens in staan, kan het Gerechtsbestuur zich in dit geval beroepen op de uitzonderingsgrond van artikel 41 lid 1 onder i UAVG (de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen). Het belang van het Gerechtsbestuur is erin gelegen dat zijn medewerkers zonder terughoudendheid met elkaar kunnen corresponderen over de afhandeling van de klachten die [verzoeker] heeft ingediend. Daarbij is in aanmerking genomen dat [verzoeker] heeft aangekondigd juridische stappen te willen ondernemen tegen deze medewerkers. Dat [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling heeft voorgesteld om de gegevens van de medewerkers te anonimiseren, leidt niet tot een andere beslissing. Zeker niet nu het Gerechtsbestuur al een overzicht heeft verstrekt van de persoonsgegevens van [verzoeker] die in de klachtafwikkeling als feitelijke basis zijn opgenomen. Het belang van het Gerechtsbestuur om de rechten en vrijheden van zijn medewerkers te beschermen, weegt zwaarder dan het belang van [verzoeker] om inzage te krijgen in de tussen die medewerkers uitgewisselde interne correspondentie.