Gepubliceerd op vrijdag 7 augustus 2026
IT 5413
Rechtbank Overijssel ||
23 jul 2026,
Rechtbank Overijssel 23 jul 2026,, IT 5413; ECLI:NL:RBOVE:2026:4535 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanhoudende-uitingen-over-ex-partner-en-kinderen-leiden-tot-vijfjarig-contact-en-publicatieverbod

Aanhoudende uitingen over ex-partner en kinderen leiden tot vijfjarig contact- en publicatieverbod

Rb. Overijssel 23 juli 2026, IT 5413; ECLI:NL:RBOVE:2026:4535 ([eiser] tegen [gedaagde]). Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben samen twee minderjarige kinderen. Aan [gedaagde] zijn eerder in het kader van zijn geschorste voorlopige hechtenis contact- en uitingsverboden opgelegd. Daarnaast verbiedt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hem in oktober 2025 gedurende één jaar om via openbare elektronische media informatie, berichten en meningen over [eiser] en de kinderen te publiceren. [Gedaagde] blijft daarna uitlatingen op sociale media plaatsen en verbeurt daarmee het maximale bedrag van € 50.000 aan dwangsommen. Vanaf februari en maart 2026 benadert hij ook de nieuwe werkgever en collega’s van [eiser] online en publiceert hij opnieuw berichten over de kinderen. Omdat de maximale dwangsom uit het eerdere arrest al is verbeurd, bestaat volgens de voorzieningenrechter geen financiële prikkel meer om dat arrest na te leven. [Eiser] heeft daarom voldoende spoedeisend belang bij nieuwe voorzieningen. [Gedaagde] verschijnt niet, hoewel hij behoorlijk is opgeroepen en van de mondelinge behandeling op de hoogte is. De voorzieningenrechter verleent verstek en wijst de vorderingen op grond van artikel 139 Rv grotendeels toe, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Gedurende vijf jaar na betekening van het vonnis mag [gedaagde] geen contact opnemen met [eiser], behalve via haar advocaat of wanneer Jeugdbescherming Overijssel in het kader van de ondertoezichtstelling en omgangsregeling schriftelijk anders beslist. Ook mag hij via openbare elektronische media geen berichten, informatie of meningen over [eiser] of de kinderen publiceren, ongeacht of hij haar bij naam noemt of aanduidt als zijn ex of de moeder van zijn kinderen. Verder mag hij zonder uitdrukkelijke toestemming van [eiser] geen foto’s, video’s of berichten over de kinderen plaatsen, ook niet wanneer daarin slechts tot uitdrukking komt dat hij hen mist, trots op hen is of van hen houdt. Hij moet bovendien alle bestaande publicaties over [eiser] en de kinderen verwijderen, waaronder berichten die zijn gericht aan haar werkgever, collega’s of andere personen uit haar directe omgeving. Aan de afzonderlijke verboden en het verwijderingsgebod zijn dwangsommen van € 5.000 per overtreding verbonden, telkens met het in het dictum genoemde maximum van € 100.000. Voor het niet verwijderen van de publicaties geldt daarnaast een dwangsom van € 5.000 per dag, eveneens tot maximaal € 100.000. Handelt [gedaagde] met één gedraging in strijd met meerdere verboden, dan verbeurt hij daarvoor slechts één keer een dwangsom. Het gevraagde verbod met betrekking tot uitingen van derden wordt afgewezen, omdat niet is onderbouwd dat [gedaagde] anderen tot die uitingen heeft aangezet. Hij wordt veroordeeld tot betaling van € 1.443,02 aan proceskosten, te vermeerderen met eventuele aanvullende nakosten en wettelijke rente.

Inhoudelijke beoordeling

5.6.

Op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de voorzieningenrechter in geval van verstek de vorderingen van [eiser] toe te wijzen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

5.7.

De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen met uitzondering van het volgende.

Door derden gedane uitingen

5.8.

Onderdeel van de vordering is dat het verbod zich ook uitstrekt over door derden gedane uitingen, voorzover [gedaagde] daar redelijkerwijs invloed op kan uitoefenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Sent toegelicht dat dat gaat over de situatie wanneer [gedaagde] zijn opvattingen over omgang met de kinderen en de handelswijze van de moeder bespreekt op sociale media, en dat hij daarmee anderen aanzet tot het specifiek benoemen van de kinderen en [eiser].

5.9.

Nu uit de bij de dagvaarding overgelegde producties niet worden afgeleid dat hier sprake van is, is deze vordering onvoldoende onderbouwd. Weliswaar zijn posts in het geding gebracht waaruit blijkt dat derden reageren op uitlatingen van [gedaagde], maar daaruit kan niet worden afgeleid dat [gedaagde] die derde daartoe heeft aangezet. Dit betekent dat deze vordering zal worden afgewezen.

Tot slot

5.10.

De voorzieningenrechter constateert dat er deels een overlap zit tussen de verschillende vorderingen waarmee gedragingen van [gedaagde] onder meer dan één verbod zouden kunnen vallen. De voorzieningenrechter benadrukt dat [gedaagde], indien hij na betekening van het vonnis met één gedraging in strijd handelt met meerdere verbodsbepalingen van dit vonnis, hij slechts voor één keer een dwangsom kan verbeuren.