Gepubliceerd op donderdag 6 augustus 2026
IT 5408
Rechtbank Rotterdam ||
1 jul 2026,
Rechtbank Rotterdam 1 jul 2026,, IT 5408; ECLI:NL:RBROT:2026:8114 (DTT tegen App!pointment en [persoon A]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/weigering-van-broncodecontrole-en-afgifte-broncode-rechtvaardigt-ontbinding-van-beide-appovereenkomsten

Weigering van broncodecontrole en afgifte broncode rechtvaardigt ontbinding van beide appovereenkomsten

Rb. Rotterdam 1 juli 2026, IT 5408; ECLI:NL:RBROT:2026:8114 (DTT tegen App!pointment en [persoon A]). DTT ontwikkelde op grond van twee overeenkomsten de App!pointment-app en de Gotcha-app en factureerde daarvoor in totaal ruim € 460.000. App!pointment en [persoon A] betaalden ten minste ruim € 408.000. DTT vorderde betaling van het volgens haar nog openstaande deel van de facturen voor de App!pointment-app. De rechtbank oordeelt dat DTT App!pointment kon aanspreken, omdat zij de contractuele verplichtingen stilzwijgend had overgenomen, en dat ook [persoon A] persoonlijk kon worden aangesproken vanwege een in de overeenkomst opgenomen persoonlijke betalingsverbintenis. DTT had het door haar gestelde openstaande bedrag van € 52.441,04 echter onvoldoende onderbouwd voor zover dit het door App!pointment en [persoon A] erkende bedrag van € 47.902,72 te boven ging. De betrokken facturen waren in beginsel opeisbaar, omdat zij betrekking hadden op overeengekomen maandelijkse termijnen en een bij opdrachtverlening verschuldigde aanbetaling voor meerwerk. De App!pointment-app was echter niet overeenkomstig de overeenkomst opgeleverd, omdat voor eindoplevering schriftelijke goedkeuring van een release candidate nodig was en daarvan niet was gebleken. De opdrachtgever had juist gemeld dat verschillende essentiële functies niet werkten en kon de app niet zelfstandig testen. Omdat de app door inmiddels gewijzigde besturingssystemen alleen nog via onderzoek van de broncode kon worden beoordeeld, bracht de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW mee dat DTT moest meewerken aan controle van die broncode door een derde. Daarbij woog de rechtbank mee dat het om een complex maatwerkproduct ging dat over zes jaar tegen een aanzienlijk hogere prijs dan aanvankelijk overeengekomen was ontwikkeld, terwijl al ruim € 400.000 was betaald. Door medewerking aan controle te weigeren zolang niet alle facturen waren voldaan, schoot DTT tekort. Door haar duidelijke weigering verkeerde zij op grond van artikel 6:83 onder c BW zonder ingebrekestelling in verzuim.

DTT kon haar medewerking aan de broncodecontrole niet opschorten wegens de betalingsachterstand. Gelet op de verhouding tussen het reeds betaalde bedrag en het resterende saldo was haar beroep op het opschortingsrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Bovendien bestond volgens de rechtbank onvoldoende samenhang tussen de betalingsachterstand en de verplichting om controle van de broncode mogelijk te maken. Omdat DTT zelf in verzuim verkeerde, mochten App!pointment en [persoon A] hun betalingsverplichtingen op grond van artikel 6:59 BW opschorten. De betalingsvordering van DTT wordt daarom volledig afgewezen. De tekortkoming ten aanzien van de App!pointment-app rechtvaardigde ontbinding op grond van artikel 6:265 BW. Ook de Gotcha-overeenkomst mocht worden ontbonden. De facturen voor die app waren volledig betaald, maar DTT weigerde de broncode af te geven zolang nog facturen voor de App!pointment-app openstonden. Een eventueel opschortingsrecht was op grond van artikel 6:61 lid 1 BW vervallen toen DTT zelf in verzuim raakte. Bovendien bleek uit haar mededelingen dat zij niet zou afgeven voordat alle facturen waren betaald, zodat ook voor deze verplichting op grond van artikel 6:83 onder c BW verzuim zonder ingebrekestelling was ingetreden. De rechtbank verklaart voor recht dat beide overeenkomsten zijn ontbonden en veroordeelt DTT in € 5.764 aan proceskosten in conventie en € 760 in reconventie.

5.15.

Dat [persoon A] de laatste versie van de app niet heeft goedgekeurd, blijkt ook uit de e-mail van 11 december 2023 (productie G18), waarin de advocaat van [persoon A] en App!pointment schrijft dat [persoon A] er niet van overtuigd is dat ‘het werk af is’. Om deze twijfel weg te nemen, heeft [persoon A] aan DTT voorgesteld dat een deskundige de broncode voor de App!pointment beoordeelt. Bij een positieve oordeel van deze deskundige zullen App!pointment en [persoon A] een vooraf tussen partijen overeengekomen slotbetaling doen. DTT heeft geweigerd hieraan mee te werken. Zij wil de broncode voor de app niet aan een deskundige ter beschikking stellen voordat haar facturen volledig zijn betaald.

5.16.

Dit standpunt van DTT komt er feitelijk op neer dat het onmogelijk is haar werk te controleren dan wel dat het niet van haar verlangd kan worden dat zij hieraan meewerkt voordat zij volledig is betaald. [persoon A] was in december 2021 immers zelf niet in staat de aan hem toegestuurde versie van de app te testen, zo blijkt uit zijn e-mail van 28 december 2021. DTT heeft hierover ter zitting naar voren heeft gebracht dat het niet kunnen testen van de app niet aan de versie van de app lag, maar aan een gebrek aan kennis bij [persoon A] . Gesteld noch gebleken is dat DTT naar aanleiding van de e-mail van 28 december 2021 contact heeft opgenomen met [persoon A] om te bespreken waar hij bij het testen op problemen stuitte en hoe DTT hem daarbij kon helpen. Dit had wel op de weg van DTT als professionele softwareontwerper gelegen. Daar komt bij dat DTT ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat het op dit moment niet meer mogelijk is de laatste versie van de App!pointmentapp te testen, omdat de besturingssystemen van de smartphones waarop de app moet draaien verder zijn ontwikkeld. Dat betekent dat het werk van DTT nu alleen op deugdelijkheid kan worden beoordeeld door het controleren van de broncode.

5.17.

Van eenieder die een prestatie levert, mag worden verwacht dat hij binnen de grenzen van het redelijke meewerkt aan een beoordeling van de deugdelijkheid van die prestatie. Wat redelijk is, wordt in deze zaak bepaald door het feit dat het hier gaat om een complex op maat gemaakt product dat tegen een fors hogere prijs dan overeengekomen over een periode van zes jaren is ontwikkeld. Voor een leek als [persoon A] was het gaande de ontwikkeling van de app niet eenvoudig het werk van DTT op deugdelijkheid te beoordelen en DTT als professional heeft gaande de ontwikkeling weinig gedaan om [persoon A] in staat te stellen haar werk op deugdelijkheid te beoordelen. Verder weegt mee dat [persoon A] en App!pointment ruim € 400.000,00 betaalden aan DTT en dat het onbetaalde deel van de facturen – € 47.902,72 – in verhouding tot het totaal van de facturen beperkt is.

5.18.

Het voorgaande maakt dat de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat DTT gehouden is mee te werken aan de controle van de broncode door een derde, ook al zijn haar facturen nog niet volledig betaald en is deze verplichting niet met zoveel woorden in de overeenkomst opgenomen. Door dit niet te doen, schiet DTT tekort in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst voor de App!pointmentapp.