Gepubliceerd op vrijdag 4 september 2026
IT 5490
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ||
15 jul 2026,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 jul 2026,, IT 5490; ECLI:NL:GHARL:2026:4573 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vrijspraak-voor-oplichting-gekwalificeerde-diefstal-en-computervredebreuk-wegens-onvoldoende-bewijs-van-onbevoegd-inloggen

Vrijspraak voor oplichting, gekwalificeerde diefstal en computervredebreuk wegens onvoldoende bewijs van onbevoegd inloggen

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2026, IT 5490; ECLI:NL:GHARL:2026:4573 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt verdachte vrij van oplichting, subsidiair gekwalificeerde diefstal en computervredebreuk. Vaststaat dat op 13 december 2023 via het bedrijfsaccount van [benadeelde] goederen zijn besteld en dat deze de volgende dag op het woonadres van verdachte zijn afgeleverd. Verdachtes telefoonnummer stond op de pakbon en de bezorger heeft via dat nummer specifieke afleverinstructies gekregen. Het hof acht het daarom bewezen dat verdachte de bezorger telefonisch te woord heeft gestaan, hem heeft opgewacht en de goederen in ontvangst heeft genomen. Voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde oplichting moest echter óók kunnen worden vastgesteld dat verdachte degene was die onbevoegd op het bedrijfsaccount had ingelogd en daarmee de bestelling had geplaatst. Dat kan het hof niet vaststellen. Onderzoek aan zijn telefoon heeft niet uitgewezen dat daarmee van de bestelapplicatie gebruik is gemaakt en van onderzoek naar andere apparaten waarmee verdachte mogelijk had kunnen inloggen, is niet gebleken. Nu bovendien ieder ander technisch digitaal spoor ontbreekt dat verdachte aan het onbevoegde inloggen en plaatsen van de bestelling koppelt, ontbreekt voldoende bewijs voor het primair tenlastegelegde.

Omdat dezelfde onbevoegde handelingen ook onderdeel vormen van de subsidiair tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal, bevat het dossier ook daarvoor onvoldoende wettig bewijs. Om dezelfde reden kan niet worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk door met de inloggegevens van [benadeelde] wederrechtelijk het bedrijfsaccount binnen te dringen. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter, die verdachte eerder wegens oplichting en computervredebreuk had veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 140 uur, en spreekt hem van alle tenlastegelegde feiten vrij. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot € 11.940,68 aan materiële schade, omdat verdachte niet schuldig wordt verklaard aan het handelen waardoor die schade zou zijn ontstaan.

Essentieel voor een bewezenverklaring van oplichting is dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die onbevoegd heeft ingelogd in het bedrijfsaccount van [benadeelde] bij de bestelapplicatie van de [naam 1] en dat verdachte vervolgens met gebruik van dat bedrijfsaccount de bestelling onbevoegd heeft geplaatst via de bestelapplicatie van de [naam 1] .

Dit bewijs kan – gelet op de stellige ontkenning van verdachte en bij gebrek aan ander bewijs – enkel forensisch technisch geleverd worden. Na onderzoek aan de telefoon van verdachte is niet vastgesteld dat hij via zijn telefoon gebruik heeft gemaakt van de applicatie van de [naam 1] . Van (onderzoek naar of in) andere apparaten van verdachte waarop verdachte zou hebben kunnen inloggen op het bedrijfsaccount en de applicatie zou hebben kunnen gebruiken, is niet gebleken.

Nu enig (ander) technisch digitaal spoor dat verdachte linkt aan het onbevoegd plaatsen van de bestelling ontbreekt, kan het hof niet vaststellen dat het verdachte is geweest die op 13 december 2023 onbevoegd gebruik heeft gemaakt van de inloggegevens op het bedrijfsaccount van [benadeelde] bij de [naam 1] en die op 13 december 2023 onbevoegd de bestelling heeft geplaatst. Het hof zal verdachte om die reden vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde.

Aangezien dezelfde gedragingen in de gedachtenstreepjes onder 1 subsidiair ten laste zijn gelegd en het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat van deze gedragingen, zal het hof verdachte ook vrijspreken van onder 1 subsidiair tenlastegelegde.

Gelet op voorgaande kan ook de computervredebreuk zoals onder 2 ten laste gelegd niet worden bewezen. Daarom spreek het hof verdachte ook vrij van het onder 2 tenlastegelegde.