Gepubliceerd op maandag 24 augustus 2026
IT 5470
Gerechtshof Amsterdam ||
3 feb 2026,
Gerechtshof Amsterdam 3 feb 2026,, IT 5470; ECLI:NL:GHAMS:2026:275 (Hallo NL tegen Blok), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorschot-schadevergoeding-na-servercrash-afgewezen-door-beroep-op-exoneratiebeding

Voorschot schadevergoeding na servercrash afgewezen door beroep op exoneratiebeding

Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2026, IT 5470; ECLI:NL:GHAMS:2026:275 (Hallo NL tegen Blok). Blok heeft Hallo NL ingeschakeld voor het beheer van haar ICT-infrastructuur, waaronder het maken van cloudback-ups van een aantal servers. In 2022 werd de server waarop het voor de bedrijfsvoering essentiële ERP-systeem Bemet draaide vervangen door een nieuwe server. Toen deze server in oktober 2024 crashte, bleek dat daarvan sinds 2022 geen cloudback-ups waren gemaakt. Blok stelt dat Hallo NL daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten en vordert in kort geding een voorschot op haar schadevergoeding. De voorzieningenrechter nam voorlopig aan dat Hallo NL tekort was geschoten en wees een groot deel van het gevorderde voorschot toe. Hallo NL gaat daartegen in hoger beroep. Zij betwist dat zij verplicht was de nieuwe server uit eigen beweging aan het back-upsysteem toe te voegen en beroept zich daarnaast op de exoneratiebedingen in art. 16 van de toepasselijke NL ICT-voorwaarden. 

Het hof wijst de voorschotvorderingen alsnog af. Voor een geldvordering in kort geding moet onder meer voldoende aannemelijk zijn dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. Uit de overeenkomst volgt volgens het hof niet zonder meer dat Hallo NL de nieuwe server uit eigen beweging aan het back-upsysteem moest toevoegen of Blok erop moest wijzen dat daarvoor een afzonderlijke opdracht nodig was. De uitleg van de overeenkomst vraagt om nadere bewijsvoering, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Ook blijkt uit de facturen en periodieke rapportages niet dat Hallo NL heeft voorgewend dat zij back-ups van de nieuwe server maakte. Daarnaast vallen alle door Blok gevorderde schadeposten onder de uitsluiting van art. 16.3 van de NL ICT-voorwaarden. Het hof ziet geen grond om het beroep op die exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. Zelfs als Hallo NL haar contractuele verplichtingen heeft geschonden door de server niet in het back-upsysteem op te nemen, levert dat volgens het hof niet zonder meer bewuste roekeloosheid op. Ook de overige omstandigheden, waaronder de professionele positie van partijen, het ontbreken van juridische bijstand bij Blok, het verschil in omvang tussen partijen en de verzekeringssituatie, maken het beroep op de exoneratie niet onaanvaardbaar. De vordering van Blok is daarom onvoldoende aannemelijk. Het hof vernietigt het vonnis voor zover de voorschotten waren toegewezen en veroordeelt Blok tot terugbetaling van € 509.606,60, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten in beide instanties. 

6.7. Het hof stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat partijen zijn gehouden aan de tussen hen gesloten overeenkomst. Dat betekent dat Hallo NL in beginsel een beroep toekomt op de tussen partijen overeengekomen exoneraties. 

Volgens vaste rechtspraak dient een exoneratie slechts buiten toepassing te blijven voor zover die toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat zal in het algemeen het geval zijn als de schade is te wijten aan bewuste roekeloosheid van de schuldenaar. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en in bijzonder hoe laakbaar het verzuim dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden, is geweest en wat de gevolgen van dit verzuim zijn. Het bepaalde in artikel 16.5 van de NL ICT-voorwaarden dat de uitsluitingen komen te vervallen indien en voor zover de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de bedrijfsleiding van leverancier, is in overeenstemming met de vaste jurisprudentie. 

6.8. Zoals hiervoor reeds is overwogen, kan in dit kort geding niet worden vastgesteld dat Hallo NL toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zelfs als in een bodemprocedure zou komen vast te staan dat Hallo NL, in strijd met haar verplichtingen uit de overeenkomst, heeft verzuimd de nieuwe server op te nemen in het back-up systeem, kan dat verzuim, alsook het feit dat zij dat verzuim lange tijd niet heeft opgemerkt, naar het voorlopig oordeel van het hof niet worden gekwalificeerd als bewust roekeloos handelen van (de bedrijfsleiding van) Hallo NL. Er zijn geen aanwijzingen dat het niet opnemen van de nieuwe server berust op bewust handelen van (de bedrijfsleiding van) Hallo NL. Hallo NL heeft voorts adequaat toegelicht dat bij de controles niet is opgemerkt dat geen back-ups werden gemaakt van de nieuwe server om de eenvoudige reden dat deze server niet in het systeem van Hallo NL voorkwam. Mede in dat licht is niet, althans niet voldoende gemotiveerd gesteld dat de bedrijfsleiding van Hallo NL bewust maatregelen heeft achterwege gelaten ter voorkoming van aanzienlijke schade. Dat Hallo NL Blok bewust in de waan zou hebben gelaten dat er wel back-ups werden gemaakt is, zoals hiervoor reeds overwogen, evenmin gebleken. Van roekeloos handelen is dan ook geen sprake. 

6.9. Blok heeft ook overigens geen bijzondere bijkomende omstandigheden gesteld die aanleiding zouden geven tot het voorlopige oordeel dat de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (zie arrest Saladin/HBU). Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de overeenkomst is gesloten tussen twee professionele partijen. Dat Blok ervoor heeft gekozen zich daarbij niet te laten adviseren door een jurist, kan niet worden beschouwd als een dergelijke bijzondere omstandigheid. De door Blok gestelde ongelijkheid in grootte tussen de contractspartijen, voor zover die al relevant zou zijn, is bovendien door Hallo NL weersproken door erop te wijzen dat deze verhouding ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst juist omgekeerd was. Dat de verzekeraar van Blok geen dekking biedt voor de geleden schade is evenmin een bijzondere omstandigheid die aan het beroep op een exoneratie in de weg staat. Voorts is niet in geschil dat de NL ICT-voorwaarden in de branche gebruikelijk zijn. De achtergrond van de daarin opgenomen exoneraties is, zoals Hallo NL heeft toegelicht, dat ICT-diensten met een groot afbreukrisico (zoals het maken van back-ups) zonder die exoneraties niet voor een redelijke prijs zouden kunnen worden aangeboden.