Gepubliceerd op donderdag 20 augustus 2026
IT 5457
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ||
3 jul 2026,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 jul 2026,, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/veroordeling-voor-computervredebreuk-en-diefstal-van-bitcoin-en-bitcoin-cash-via-rdp-toegang

Veroordeling voor computervredebreuk en diefstal van Bitcoin en Bitcoin Cash via RDP-toegang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juli 2026, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk). Deze strafzaak gaat over computervredebreuk en de diefstal van 30 Bitcoin en 30 Bitcoin Cash door een systeembeheerder die op afstand toegang had tot de computer van zijn klant. [verdachte] verrichtte vanuit zijn eenmanszaak gedurende langere tijd systeembeheer voor [benadeelde] en wist uit hoofde daarvan dat deze cryptomunten bezat. In september en oktober 2017 werd via Remote Desktop Protocol (RDP) meermalen op afstand ingelogd op de werkcomputer van [benadeelde], waarna met onrechtmatig verkregen inloggegevens toegang werd verkregen tot diens cryptowallet. Op 2 september 2017 werden 30 Bitcoins ter waarde van € 115.380 weggenomen en op 20 en 23 oktober 2017 in totaal 30 Bitcoin Cash ter waarde van € 4.922. Een gespecialiseerd cybersecuritybedrijf onderzocht de diefstal en legde onder meer verdachte RDP-sessies en blockchaintransacties bloot. Tijdens een gesprek met medewerkers van dit bedrijf bekende [verdachte] verantwoordelijk te zijn voor het wegnemen van de cryptomunten en verklaarde hij hoe hij het wachtwoord van [benadeelde] had achterhaald; diezelfde dag maakte hij € 77.950 en 2,94 Bitcoin aan [benadeelde] over. Ook uit een latere Chainalysis-analyse bleek dat vijf transacties via het cryptowisselplatform Shapeshift.io konden worden herleid van de wallet van [benadeelde] naar accounts van [verdachte], waarna de ontvangen Bitcoins werden omgezet en op zijn bankrekeningen werden uitbetaald. De verdediging verzocht om vrijspraak en betoogde onder meer dat de bekentenis onder druk was afgelegd, niet kon worden vastgesteld dat [verdachte] over de private key beschikte of achter de relevante RDP-sessies zat en dat derden mogelijk door een hack toegang tot de wallet hadden verkregen.

Het hof verwerpt deze verweren en acht de computervredebreuk en diefstal wettig en overtuigend bewezen. De tegenover het cybersecuritybedrijf afgelegde bekentenis mag voor het bewijs worden gebruikt: hoewel enige druk kan zijn uitgeoefend, is niet gebleken dat die druk de betrouwbaarheid van de zeer specifieke verklaring aantastte, waarbij het hof mede betekenis toekent aan de aansluitende terugbetaling aan [benadeelde]. De verklaring wordt bovendien ondersteund door de RDP-gegevens, de blockchainanalyse, de transacties naar accounts van [verdachte] en overige onderzoeksbevindingen. Ook het eigendom van de cryptomunten door [benadeelde] staat voldoende vast op basis van diens wallet- en bankgegevens; het ontbreken van het wachtwoord of de private key doet aan dat eigendom niet af. De door [verdachte] ingebrachte contra-expertiserapporten brengen het hof niet tot een ander oordeel, onder meer omdat niet kon worden vastgesteld wie deze had opgesteld en of de opstellers over relevante deskundigheid beschikten. Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als de voortgezette handeling van computervredebreuk, meermalen gepleegd, computervredebreuk via een openbaar telecommunicatienetwerk waarbij vervolgens toegang wordt verkregen tot het geautomatiseerde werk van een derde, meermalen gepleegd, en diefstal waarbij het weg te nemen goed door middel van valse sleutels onder het bereik van de dader is gebracht, meermalen gepleegd (art. 138ab en 311 Sr). Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [verdachte], mede gelet op de ouderdom van de feiten, tot een taakstraf van 200 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De benadeelde partij wordt in haar vordering van € 110.538,80 niet-ontvankelijk verklaard omdat behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert; de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. 

Bewijsoverweging

Op grond van de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen. Het hof overweegt hiertoe aanvullend als volgt. 

Anders dan door de verdediging betoogd, is het hof van oordeel dat de door verdachte tegenover de medewerkers van [Bedrijfsnaam] afgelegde bekennende verklaring voor het bewijs kan worden gebruikt. Hoewel het hof wil aannemen dat sprake is geweest van enige druk, die vanzelfsprekend gepaard gaat met dergelijke verhoren, is op basis van het dossier niet gebleken dat deze druk dusdanig zou zijn geweest dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan verdachtes verklaring. Bovendien is niet duidelijk geworden hoe de desbetreffende druk ertoe zou hebben moeten leiden dat verdachte een dusdanig specifieke verklaring heeft afgelegd en bovendien een groot geldbedrag en Bitcoins heeft overgeboekt naar aangever aan het eind van het verhoor. Anders dan door verdachte op de zitting van het hof is verklaard, is (mede gelet op de inhoud van de desbetreffende verklaring) niet aannemelijk geworden dat de verklaring die verdachte heeft afgelegd aan verdachte is voorgekauwd door de medewerkers van [Bedrijfsnaam] . 

Gelet op de inhoud van deze verklaring van verdachte, in samenhang met de andere bewijsmiddelen zoals hierboven uitgewerkt, kunnen de verweren van de verdediging niet slagen voor zover zij inhouden dat verdachte niet over de private key heeft beschikt, dat verdachte niet achter de relevante RDP-sessies zat, dat niet vastgesteld kan worden dat door middel van één van deze sessies in de wallet van aangever is ingelogd en dat mogelijk anderen de cryptomunten hebben weggenomen nadat zij toegang hadden tot de wallet van aangever door middel van een hack. 

Ook het verweer dat niet aangetoond is dat aangever eigenaar is (geweest) van de wallet en de cryptomunten daarin kan niet slagen. Het hof ziet namelijk geen reden om te twijfelen aan het eigenaarschap van de betreffende [naam 21] -wallet. Dat aangever inderdaad de eigenaar daarvan is, wordt onderbouwd door onderzoek aan de wallet en rekeningafschriften van de bankrekening van aangever door verbalisant [verbalisant] , waaruit blijkt dat op verschillende tijdstippen tussen 12 december 2013 en 2 november 2015 in totaal 30 Bitcoins zijn aangeschaft en betaald vanuit de rekening van aangever.30 De tijdstippen waarop de Bitcoins in de wallet verschijnen, komen hierbij overeen met de tijdstippen waarop de geldbedragen voor aanschaf van de Bitcoins van de rekening van aangever worden afgeschreven.31 Anders dan door verdachte betoogd, doet het gegeven dat aangever zijn wachtwoord voor het account op blokchain.info/.com of de bij de wallet behorende private key niet kenbaar heeft gemaakt aan het voorgaande niet af. Zelfs in het geval dat aangever deze informatie ten tijde van het wegnemen van de cryptomunten niet meer zou hebben gehad, had hij daarmee niet zijn eigendom van de cryptomunten verloren (al kon hij dan hooguit niet meer over zijn eigendom beschikken). 

Ook de stelling van verdachte dat het bedrag dat hij in december 2017 op zijn bankrekening heeft laten uitbetalen afkomstig zou zijn van Bitcoins die hij heeft gekregen van zijn vader, dan wel zelf heeft verworven door te minen of traden, acht het hof in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden. Afgezien van het feit dat verdachte, na zijn stellige toezegging bewijs hiervoor aan te zullen leveren in de vorm van screenshots, op geen enkele wijze dit scenario nader heeft onderbouwd, verklaart dit scenario nog steeds niet het totale aantal Bitcoins dat verdachte in bezit heeft gehad. Verdachte heeft verklaard 20 Bitcoins van zijn vader te hebben gekregen. Naar eigen zeggen heeft hij vervolgens met die Bitcoins gemined en aan daytrading gedaan, waarbij met name dat laatste hem nog eens 5 Bitcoins zou hebben opgeleverd.32 Bij elkaar opgeteld levert dit 25 Bitcoins op. Daarbij komt dat zowel [Bedrijfsnaam] als verbalisant [verbalisant] onderzoek hebben gedaan naar de historie van Bitcoinadressen op naam van verdachte. Daarbij is geen enkele transactie aangetroffen van vóór de diefstal van de cryptomunten van aangever. 

Tot slot geldt dat ook de inhoud van de door verdachte overgelegde contra-expertiserapporten niet maken dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet bewezen zouden kunnen worden. Allereerst geldt in dit kader dat het hof geen conclusies kan trekken op grond van de inhoud van de rapporten nu het voor het hof niet vast te stellen is wie het rapport precies heeft opgesteld en of deze perso(o)n(en) over de daarvoor vereiste (relevante) deskundigheid beschikte(n). Verdachte heeft hierover verklaard dat er meerdere mensen, waaronder ook hijzelf, hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de rapporten, dat zij niet bij naam genoemd willen worden en dat de persoon die de rapporten heeft ondertekend een tandarts is (die volgens verdachte veel weet van cryptocurrency).33 Ook los hiervan geldt echter dat de rapporten van verdachte met name gericht zijn op het presenteren van verschillende alternatieve manieren waarop aangever mogelijk zijn cryptomunten ook zou kunnen hebben verloren, zonder deze nader te concretiseren en onderbouwen in het licht van het dossier en bovendien terwijl een deel van deze manieren al is weerlegd in de door [Bedrijfsnaam] samengestelde onderzoeksrapporten.34