Gepubliceerd op woensdag 3 juni 2026
IT 5295
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ||
26 feb 2026
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 26 feb 2026, IT 5295; ECLI:NL:GHSHE:2026:523 (Veilig Thuis tegen [verweerders] c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/veilig-thuis-mag-dossier-over-gezin-bewaren-ondanks-beroep-op-avg-recht-op-vergetelheid

Veilig Thuis mag dossier over gezin bewaren ondanks beroep op AVG-recht op vergetelheid

Hof 's-Hertogenbosch 26 februari 2026, IT 5295; ECLI:NL:GHSHE:2026:523 (Veilig Thuis tegen [verweerders] c.s.). In deze zaak stond de vraag centraal of Stichting Veilig Thuis verplicht was een dossier over een gezin te vernietigen na een verzoek van de ouders op grond van de AVG en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het dossier bevatte drie zorgmeldingen uit 2019 en 2020 over de opvoed- en leefsituatie van drie minderjarige kinderen. De rechtbank Limburg had het verzoek tot vernietiging toegewezen, maar het hof komt tot een andere uitkomst. De meldingen waren afkomstig van het Centrum voor Jeugd en Gezin, de gemeente en een kraamcentrum. Daarbij werden onder meer zorgen geuit over verwaarlozing, onvoldoende structuur in het gezin, gebrek aan voedsel en psychische problematiek bij de ouders. Naar aanleiding van deze meldingen verrichtte de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek. Hoewel de Raad in 2020 concludeerde dat een kinderbeschermingsmaatregel niet nodig was, werd daarbij wel vastgesteld dat er zorgen bestonden over de draagkracht van de ouders en de opvoedsituatie. De benodigde hulpverlening was volgens de Raad op dat moment voldoende aanwezig. De ouders verzochten in 2024 om vernietiging van het dossier. Zij stelden dat de meldingen door het rapport van de Raad waren weerlegd en dat de aanwezigheid van het dossier ertoe leidde dat eerdere meldingen telkens werden betrokken bij nieuwe zorgmeldingen. Veilig Thuis wees het verzoek af omdat bewaring van het dossier volgens haar van aanmerkelijk belang bleef. 

Het hof zet uiteen dat persoonsgegevens door Veilig Thuis rechtmatig worden verwerkt op grond van haar wettelijke taken onder de Wmo. Op grond van artikel 5.3.5 Wmo moeten persoonsgegevens op verzoek worden vernietigd, tenzij redelijkerwijs aannemelijk is dat bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan degene die om vernietiging verzoekt. Volgens het hof vormt deze bepaling het relevante toetsingskader. Het hof oordeelt dat een dergelijk aanmerkelijk belang aanwezig is, namelijk die van de drie minderjarige kinderen. De eerdere zorgmeldingen zijn volgens het hof niet evident onjuist gebleken. Uit het rapport van de Raad volgt juist dat er zorgen bestonden, ook al was een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk. Het dossier kan daarom van belang zijn wanneer zich in de toekomst opnieuw signalen van een onveilige thuissituatie voordoen. Nieuwe meldingen kunnen dan worden beoordeeld in het licht van de eerdere geschiedenis van het gezin. Het hof hecht daarnaast gewicht aan het feit dat in 2022 opnieuw drie meldingen over het gezin zijn gedaan bij een andere Veilig Thuis-regio. In een eerdere procedure had het gerechtshof Amsterdam al geoordeeld dat deze meldingen voldoende aanleiding vormden voor nader onderzoek. Volgens het hof onderstreept dit het belang van het beschikbaar blijven van historische informatie. Dat de Raad voor de Kinderbescherming inmiddels wel heeft besloten zijn eigen dossier te vernietigen, maakt dit volgens het hof niet anders. Het dossier van de Raad en dat van Veilig Thuis zijn verschillende dossiers en dienen verschillende doelen. Bovendien was het rapport van de Raad geen onderdeel van het dossier van Veilig Thuis. Volgens het hof voldoet de bewaring van de gegevens ook aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het dossier wordt uitsluitend geraadpleegd wanneer nieuwe meldingen binnenkomen, medewerkers van Veilig Thuis zijn gebonden aan geheimhouding en de ouders kunnen desgewenst een eigen verklaring aan het dossier laten toevoegen. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank Limburg en wijst het verzoek tot vernietiging van het dossier alsnog af. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.3.9 Met de vaststelling van het aanmerkelijke belang van de minderjarige kinderen van [verweerders] c.s. is naar het oordeel van het hof al voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Het bewaren van de meldingen bij Veilig Thuis dient het doel om de veiligheid van de kinderen optimaal te borgen en om adequaat hulpverlening te kunnen bieden als dit nodig is. Dit doel kan niet op een voor [verweerders] c.s. minder nadelige wijze worden verwezenlijkt. De inbreuk op de belangen van [verweerders] c.s. is dan ook niet onevenredig aan dit doel. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat, zoals Veilig Thuis ter zitting heeft toegelicht, het dossier bij Veilig Thuis alleen wordt geraadpleegd als er een nieuwe melding wordt gedaan. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat op de medewerkers van Veilig Thuis een geheimhoudingsplicht rust met betrekking tot informatie die zij uit hoofde van hun functie onder zich hebben. Het hof wijst ten slotte op de mogelijkheid voor [verweerders] c.s. om een eigen verklaring aan het dossier van Veilig Thuis te laten toevoegen, waarin zij hun standpunt uitleggen (zie ook hoofdstuk 15, punt 15.8 onder 5 van het Handelingsprotocol), al dan niet voorzien van het rapport van de Raad, in welke vorm dan ook.