Gepubliceerd op maandag 28 september 2026
IT 5535
Rechtbank Noord-Holland ||
6 mei 2026,
Rechtbank Noord-Holland 6 mei 2026,, IT 5535; ECLI:NL:RBNHO:2026:11974 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uitlating-over-avg-overtreding-tijdens-vve-vergadering-niet-onrechtmatig

Uitlating over AVG-overtreding tijdens VvE-vergadering niet onrechtmatig

Rb. Noord-Holland 6 mei 2026, IT 5535; ECLI:NL:RBNHO:2026:11974 ([eiser] tegen [gedaagden]). Een appartementseigenaar stelde dat tijdens een algemene ledenvergadering van zijn VvE ten onrechte was gezegd dat hij de AVG had overtreden door e-mailadressen van bestuursleden in groepsmails te gebruiken. Volgens hem waren de uitlatingen feitelijk onjuist en hadden zij zijn eer en goede naam aangetast. Hij vorderde daarom een verklaring voor recht en rectificatie. De rechtbank beoordeelt eerst welke van de vijf individueel gedagvaarde bestuursleden voor de uitlatingen verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Drie toenmalige bestuurders hadden de gewraakte uitlatingen niet gedaan en konden daarom niet persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Een vierde gedaagde was op het moment van de vergadering nog geen bestuurder en was evenmin bij de uitlatingen betrokken. De inhoudelijke beoordeling richt zich daarom op één bestuurder, die tijdens de vergadering had gezegd dat eiser “in overtreding” was wanneer hij zonder toestemming diens e-mailadres in een groepsmail aan anderen kenbaar maakte. Bij de beoordeling daarvan weegt de rechtbank het recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM af tegen het recht op bescherming van eer en goede naam uit artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM. Daarbij zijn onder meer de aard en ernst van de uitlating, de feitelijke basis daarvoor, de wijze waarop zij is gedaan en het bereik ervan van belang.

De rechtbank oordeelt dat de vrijheid van meningsuiting van de bestuurder in dit geval zwaarder weegt. De uitlating werd gedaan tijdens een besloten VvE-vergadering, in een discussie waarin de emoties waren opgelopen, was niet onnodig grievend en is voor zover gebleken niet buiten de kring van aanwezige VvE-leden verspreid. In de notulen is de kwestie bovendien neutraler weergegeven en staat niet dat eiser de AVG heeft geschonden of dat daarvan melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens is gedaan. Verder hadden meerdere VvE-leden bezwaar gemaakt tegen de e-mails van eiser en had de bestuurder naar aanleiding daarvan eerst contact opgenomen met de politie en vervolgens met de Autoriteit Persoonsgegevens. Volgens de rechtbank mocht hij onder die omstandigheden in redelijkheid menen dat sprake was van een overtreding van de AVG en dat standpunt tijdens de vergadering uiten. Daarmee stelt de rechtbank niet vast dat eiser de AVG daadwerkelijk heeft overtreden; het oordeel ziet uitsluitend op de vraag of de betreffende uitlating jegens eiser onrechtmatig was. Dat is volgens de rechtbank niet het geval, zodat ook van een schending van artikel 8 EVRM geen sprake is en de gevorderde verklaring voor recht en rectificatie worden afgewezen.

4.11.

De uitlating is gedaan tijdens een ALV, een bijeenkomst in een besloten kring van VvE-leden. Uit de aard van de ALV, waarin eigenaren gezamenlijk zaken bespreken en besluiten nemen, volgt dat er ruimte moet zijn voor het bespreken van onderwerpen, het uiten van standpunten, het stellen van vragen en het voeren van discussie. De uitlating van [gedaagde 2] was gelet op de bewoordingen niet onnodig grievend en moet worden gezien in de context van de ALV van 12 november 2024, waarin de emoties hoog waren opgelopen en waarin [betrokkene] al uitlatingen van vergelijkbare strekking had gedaan. In de notulen van de ALV is de discussie vervolgens zakelijk en genuanceerd verwoord. De notulen van de ALV vermelden niet dat sprake is van een schending van de AVG of dat aangifte of melding is gedaan bij de AP. Dit betekent dat uitsluitend de aanwezigen bij de vergadering hebben kennisgenomen van de uitlating van [gedaagde 2]. Verder is van belang dat niet is gebleken dat de uitlating buiten de besloten kring van de VvE-leden is verspreid.

4.12.

[gedaagde 2] heeft de uitlating vanuit zijn rol als bestuurder van de VvE gedaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het tot de taak van het bestuur van de VvE hoort om toe te zien op een ordelijk verloop van de gang van zaken binnen de VvE en om leden te informeren over mogelijke risico’s en relevante ontwikkelingen, waaronder mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving. Dat [gedaagde 2] in dit kader lichtvaardig heeft gehandeld is niet gebleken. Uit de notulen van de ALV van 12 november 2024 en de toelichting van [gedaagde 2] ter zitting volgt dat meerdere eigenaren het niet op prijs stelden dat zij werden opgenomen in de e-mails van [eiser]. Dat [eiser] e-mails aan de eigenaren heeft verzonden, is door [eiser] ook niet betwist. [gedaagde 2] heeft vervolgens vanuit zijn verantwoordelijkheid als bestuurder contact opgenomen met de politie en de AP. [gedaagde 2] heeft het zo begrepen dat de AP de melding in behandeling zou nemen, “dat nemen we op, u hoort van ons”. Onder deze omstandigheden mocht [gedaagde 2] in redelijkheid menen dat sprake was van overtreding van de AVG en mocht hij dit uiten tijdens de ALV. Dat er volgens [eiser] geen sprake kan zijn geweest van een melding bij de AP omdat een melding altijd een nummer krijgt, maakt niet dat [gedaagde 2] onrechtmatig heeft gehandeld; hij mocht er in de gegeven omstandigheden in redelijkheid vanuit gaan dat de AP de zaak nog zou bekijken. Ook [gedaagde 2] heeft dus niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser].