Gepubliceerd op maandag 8 juni 2026
IT 5298
Rechtbank Midden-Nederland ||
1 apr 2026
Rechtbank Midden-Nederland 1 apr 2026, IT 5298; ECLI:NL:RBMNE:2026:2848 (Stichting Sint Maartenskliniek tegen Nexus c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/stichting-sint-maartenskliniek-mocht-epd-overeenkomst-ontbinden-leverancier-kon-fatale-implementatiedeadline-niet-halen

Stichting Sint Maartenskliniek mocht EPD-overeenkomst ontbinden: leverancier kon fatale implementatiedeadline niet halen

Rb. Midden-Nederland 1 april 2026, IT 5298; ECLI:NL:RBMNE:2026:2848 (Sint Maartenskliniek tegen Nexus c.s.). De rechtbank Midden-Nederland heeft in een geschil over de implementatie van een elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) geoordeeld dat de Sint Maartenskliniek (hierna: SMK) haar overeenkomst met softwareleverancier NEXUS rechtsgeldig heeft ontbonden. SMK had in 2023 verschillende overeenkomsten gesloten met NEXUS voor de levering, implementatie en het onderhoud van een nieuw EPD. Het project werd uitgevoerd onder de naam ‘Project ZEBRA’. Volgens de overeenkomst moest de implementatie, inclusief acceptatie van het systeem, uiterlijk op 1 juli 2024 zijn afgerond. Die datum was contractueel aangemerkt als een fatale termijn. Op 19 januari 2024 ontbond SMK de overeenkomst omdat zij het vertrouwen had verloren dat NEXUS de afgesproken opleverdatum nog kon halen. SMK vorderde vervolgens terugbetaling van reeds betaalde facturen ter hoogte van €1.033.340 en een schadevergoeding van bijna €5 miljoen. NEXUS stelde dat partijen de oorspronkelijke opleverdatum hadden losgelaten en waren uitgegaan van een nieuwe planning met een latere ‘go live’-datum. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Uit de projectdocumentatie blijkt weliswaar dat over uitstel werd gesproken, maar volgens de contractuele governancestructuur kon een wijziging van de deadline uitsluitend door de directies van beide partijen worden goedgekeurd. Een dergelijk besluit is nooit genomen. Dat binnen het project met alternatieve planningen werd gewerkt, betekende daarom niet dat de oorspronkelijke fatale termijn was vervallen.

Vervolgens beoordeelt de rechtbank of op 19 januari 2024 al vaststond dat NEXUS de deadline van 1 juli 2024 niet meer zou kunnen halen. Dat is volgens de rechtbank het geval. Al in september 2023 waren ernstige risico’s geconstateerd in de planning. Zo zouden meer werkgroepen gelijktijdig actief moeten zijn dan contractueel was toegestaan, ontbrak ruimte voor tegenslagen en werd binnen het project herhaaldelijk gewaarschuwd voor een opeenstapeling van werkzaamheden. Ook een later gepresenteerde aangepaste planning bood volgens het programmateam en KPMG onvoldoende ruimte om vertragingen op te vangen. Tegen die achtergrond acht de rechtbank objectief vaststaand dat de overeengekomen deadline niet haalbaar was. Omdat daarmee vaststond dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zou zijn, mocht SMK de overeenkomst ontbinden op grond van artikel 6:265 BW in verbinding met artikel 6:80 lid 1 onder a BW. De rechtbank kwalificeert het niet kunnen halen van de implementatiedeadline bovendien als een wezenlijke schending van de overeenkomst. Voor SMK was tijdige implementatie van groot belang omdat het bestaande patiëntendossier zijn eindelevensfase had bereikt en zonder vervanging risico’s ontstonden voor de continuïteit van de zorgverlening en de facturering van zorgprestaties. Het verweer van NEXUS dat vertraging mede was veroorzaakt door onvoldoende medewerking van SMK slaagt niet. Volgens de rechtbank hadden partijen expliciet afgesproken dat NEXUS vertragingen die aan SMK waren toe te rekenen schriftelijk moest melden en om aanpassing van de planning moest verzoeken. Vaststaat dat NEXUS deze contractuele procedure nooit heeft gevolgd. Daardoor kan zij zich achteraf niet beroepen op overmacht, eigen schuld of schuldeisersverzuim aan de zijde van SMK. Als gevolg van de ontbinding moet NEXUS de reeds ontvangen betalingen van €1.033.340 terugbetalen. Het beroep van NEXUS op verrekening wegens de vermeende waarde van reeds verrichte werkzaamheden wordt verworpen, omdat onvoldoende is onderbouwd welke concrete waarde deze werkzaamheden voor SMK hebben gehad. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding oordeelt de rechtbank dat SMK haar schade nog onvoldoende heeft geconcretiseerd. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat schade is geleden, onder meer doordat SMK noodgedwongen moest terugkeren naar haar eerdere leverancier. SMK krijgt daarom de gelegenheid haar schade nader te onderbouwen. De rechtbank oordeelt daarnaast dat partijen een contractuele aansprakelijkheidslimiet van €5 miljoen zijn overeengekomen. De reconventionele vorderingen van NEXUS, waaronder een claim van ruim € 10 miljoen wegens gederfde contractopbrengsten en betaling van openstaande facturen, zullen volgens de rechtbank worden afgewezen omdat de ontbinding rechtsgeldig was. Een definitieve beslissing over de schade volgt in een later eindvonnis

4.27 De rechtbank is van oordeel dat in dit geval een volledige ontbinding van de Overeenkomst gerechtvaardigd was. Voordat SMK de overstap maakte naar NEXUS c.s., nam zij haar EPD af van ChipSoft B.V. en dit EPD was “end of life”. Vanaf januari 2024 zou dat EPD niet meer worden onderhouden en vanaf medio 2024 niet langer ondersteund. SMK heeft uitgelegd welke gevolgen dit voor haar zou hebben: als updates niet meer konden worden doorgevoerd, liep SMK mogelijk een veiligheidsrisico. Bovendien zou SMK vervolgens ook geen updates meer ontvangen die nodig zijn voor het factureren van de door haar geleverde zorg. Voor SMK was het dus belangrijk dat de opvolger van haar huidige EPD op tijd zou worden geïmplementeerd om haar bedrijfscontinuïteit te kunnen waarborgen. Het niet halen van de afgesproken deadline kwalificeert daarom (met andere woorden) als een wezenlijke schending in de zin van artikel 9.5 van de mantelovereenkomst.

4.28 NEXUS c.s. betwist dat er sprake is van een wezenlijke schending. Volgens NEXUS c.s. had zij de afgesproken datum van 1 juli 2024 kunnen halen, maar heeft SMK dit verhinderd. SMK zou zelf onvoldoende hebben meegewerkt en steeds nieuwe en onrealistische eisen aan de planning hebben gesteld. Daarom is er volgens NEXUS c.s. geen sprake van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. De rol die SMK zelf heeft vervuld, moet volgens NEXUS c.s. namelijk worden meegenomen in de beoordeling of die drempel wordt gehaald. Dit volgt volgens NEXUS c.s. uit het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2018.7