Gepubliceerd op maandag 10 mei 2021
IT 3505
Hof ||
14 jul 2020
Hof 14 jul 2020, IT 3505; ECLI:NL:GHDHA:2020:1273 (Interport tegen Groeneveld), https://itenrecht.nl/artikelen/redelijke-termijn-voor-herstel-overschreden-na-meerdere-aanmaningen

Redelijke termijn voor herstel overschreden na meerdere aanmaningen

Hof Den Haag 14 juli 2020, IT 3505; ECLI:NL:GHDHA:2020:1273 (Interport tegen Groeneveld) In het geding was de levering van een computerprogrammatuur voor groupagevervoer. Groeneveld was er, ondanks meerdere aanmaningen en verzoeken van Interport, niet in geslaagd deugdelijke programmatuur voor de verwerking van zendingen van TNT te leveren. Groeneveld heeft zich verweert met de stelling dat zij niet in gebreke is gesteld en dat ze geen redelijke termijn voor nakoming heeft gekregen. Het hof heeft geoordeeld dat, vanwege eerdere toezeggingen aan de kant van Groeneveld, de redelijke termijn is overschreden en Groeneveld op enig moment in verzuim was. Interport heeft de overeenkomst terecht ontbonden en Groeneveld wordt veroordeeld in de kosten. 

14. Naar het oordeel van het hof is de tekortkoming – het ontbreken van TNT-functionaliteit – van voldoende betekenis om ontbinding te rechtvaardigen. De TNT-functionaliteit was van meet af aan onderdeel van de overeenkomst, waarvoor geen nader ontwikkelwerk zou hoeven te worden verricht. Juist daarom was voor de demonstratie op 26 november 2010 aan Groeneveld een TNT-ritdossier toegezonden. Groeneveld was zelf van oordeel dat de demonstratie was geslaagd, met andere woorden, dat haar programmatuur zonder meer geschikt was om TNT-ritdossiers te verwerken. Dat dit achteraf toch niet het geval bleek en dat aanpassingen nodig waren, doet daar niet aan af.

16. Uit het voorgaande volgt dat gegrondheid van grief VI moet leiden tot vernietiging van het bestreden eindvonnis van de rechtbank, voor zover in conventie gewezen. Nu Interport bevoegd was de overeenkomst te ontbinden, is Groeneveld in het kader van haar verbintenis tot ongedaanmaking gehouden de door Interport betaalde bedragen van totaal € 218.474,82 terug te betalen. De daartoe strekkende vordering van Interport is toewijsbaar. Interport heeft aanspraak gemaakt op de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 16 november 2011. Nu over ongedaanmakingsverbintenissen geen handelsrente, maar gewone rente is verschuldigd (vgl. HR 4 oktober 2019, ECLI 2019:1499), zal het hof de wettelijke rente over dit bedrag toewijzen. Gesteld noch gebleken is dat de door Groeneveld verrichte prestaties voor Interport enige waarde hebben gehad. Dat geldt ook indien zou moeten worden aangenomen dat Groeneveld wat de overige functionaliteiten betreft niet zou zijn tekortgeschoten in de nakoming, wat het hof in het midden heeft gelaten. Niet valt immers in te zien dat de programmatuur zonder TNT-functionaliteit voor Interport bruikbaar was, althans is ook dat niet gesteld of gebleken.