15 dec 2025
Kopieer citeerwijze ||
[verzoeker] tegen Stichting Pensioenfonds Notariaat
Rb: pensioenberekeningen zijn geen persoonsgegeven in de zin van de AVG
Rb. Zeeland-West-Brabant 15 december 2025, IT 5071; ECLI:NL:RBZWB:2025:8926 ([verzoeker] tegen Stichting Pensioenfonds Notariaat). [verzoeker] is deelnemer bij Stichting Pensioenfonds Notariaat en ontvangt pensioen. In verband met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel wilde hij zekerheid over de juistheid van de hoogte zijn pensioen. Omdat aan het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) geen rechten kunnen worden ontleend, wilt hij inzage in en toelichting bij zijn pensioenopbouw plus een bevestiging dat de gegevens juist zijn. Dit wil hij vooral vanwege de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Toen het pensioenfonds deze informatie weigerde, wendde hij zich tot de rechtbank met een beroep op art.15 AVG.
De rechtbank stelt voorop dat de AVG alleen betrekking heeft op persoonsgegevens in de zin van artikel 4 AVG. Het begrip wordt ruim uitgelegd, maar omvat niet alles. Volgens de rechtbank zijn pensioenberekeningen op zichzelf geen persoonsgegevens: zij zijn niet herleidbaar tot de persoon van de verzoeker. Ook de gevraagde toelichting en bevestiging van juistheid kwalificeren niet als persoonsgegevens en vallen daarom niet onder het inzagerecht van de AVG. Voor zover het verzoek betrekking heeft op onderliggende gegevens (zoals salaris, dienstjaren en deeltijdpercentages), geldt dat deze al via het UPO toegankelijk zijn, zodat verzoeker daarbij geen aanvullend belang heeft. Verder benadrukt de rechtbank dat de AVG niet bedoeld is als controle-instrument voor de juistheid van pensioenadministraties of prognoses. Eventuele pensioenrechten vloeien uitsluitend voort uit het pensioenreglement en niet uit berekeningen of achterliggende documenten. Het verzoek wordt volledig afgewezen en er volgt geen proceskostenveroordeling.
4.5. [verzoeker] heeft tijdens de zitting benadrukt dat het hem te doen is om de totale berekeningen met wat eraan ten grondslag ligt. Berekeningen voldoen niet aan de omschrijving van het begrip ‘persoonsgegevens’. Het zijn geen gegevens die zijn te herleiden tot een persoon ( [verzoeker] ). Dat betekent dat, voor zover de AVG al van toepassing zou zijn omdat [verzoeker] al voor het ingaan van de AVG met pensioen is gegaan, de berekeningen niet op grond van de AVG kunnen worden opgevraagd.
Voor zover het verzoek ziet op de stukken waarop de berekeningen zijn gebaseerd, kunnen deze evenmin op grond van de AVG worden opgevraagd. Los van de vraag of die stukken persoonsgegevens zijn die te herleiden zijn tot [verzoeker] , geldt dat deze gegevens in te zien zijn via het UPO. Die gegevens kan hij al inzien en controleren, zodat hij in zoverre geen belang heeft bij dit deel van zijn verzoek.
Een toelichting op de gegevens en de bevestiging van de juistheid van de gegevens zijn evenmin persoonsgegevens die op grond van de AVG kunnen worden opgevraagd.
4.6. De conclusie is dan ook dat de rechtbank het verzoek van [verzoeker] afwijst. Er is geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.