Gepubliceerd op dinsdag 14 juli 2026
IT 5354
Rechtbank Noord-Holland ||
3 jul 2026,
Rechtbank Noord-Holland 3 jul 2026,, IT 5354; ECLI:NL:RBNHO:2026:8057 ([verzoeker] tegen ICS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-holland-voegt-samenhangende-avg-zaken-en-wijst-inzageverzoek-bij-gebrek-aan-belang-af

Rb. Noord-Holland voegt samenhangende AVG-zaken en wijst inzageverzoek bij gebrek aan belang af

Rb. Noord-Holland 3 juli 2026, IT 5354; ECLI:NL:RBNHO:2026:8057 ([verzoeker] tegen ICS). In een tussenbeschikking beoordeelt de Rechtbank Noord-Holland twee incidentele verzoeken in een procedure tussen een verzoeker en International Card Services B.V. (ICS). ICS verzocht de zaak op grond van artikel 285 lid 2 Rv te voegen met een andere, eveneens tussen dezelfde partijen aanhangige procedure. De verzoeker verzette zich daartegen en stelde dat de procedures verschillende rechtsvragen betroffen: enerzijds de naleving van onder meer de artikelen 12 en 15 AVG en anderzijds de rechtmatigheid van een CAAML-registratie. De rechtbank oordeelt dat voor voeging voldoende is dat tussen de onderwerpen een zodanige samenhang bestaat dat gezamenlijke behandeling uit doelmatigheidsoverwegingen gerechtvaardigd is. Beide procedures spelen tussen dezelfde partijen, lopen in de tijd gelijk en zijn volgens de inleidende processtukken gebaseerd op de gestelde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door ICS. De rechtbank wijst het verzoek tot voeging daarom toe.

De verzoeker vroeg daarnaast op grond van artikel 195 lid 1 Rv om overlegging van gegevens over een gesprek met ICS, waaronder de datum, aanwezige registraties, verwerkte persoonsgegevens en een toelichting waarom die gegevens niet eerder op grond van artikel 15 AVG waren verstrekt. ICS legde daarop een gespreksverslag over van een gesprek van 8 mei 2024, waaruit bleek dat de verzoeker informatie zocht over een ING-creditcard en niet over een creditcard van ICS. De rechtbank oordeelt dat ICS met het overleggen van dit verslag aan het verzoek heeft voldaan en wijst het verzoek daarom bij gebrek aan belang af. Zij merkt daarbij op dat een partij in beginsel zelf de stukken moet overleggen waarop zij zich wil beroepen en dat het ontbreken van onderbouwing voor haar rekening kan komen. De beslissing over de proceskosten in de incidenten wordt aangehouden tot de uitkomst van de hoofdzaak. In de gevoegde zaken zal een mondelinge behandeling worden gepland en iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2.4.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 285 lid 2 Rv kan een rechter, indien bij deze rechter meer verzoekschriften over een verknocht onderwerp zijn ingediend, voeging daarvan bevelen.

Van verkochtheid, ook wel connexiteit, kan worden gesproken, indien tussen de onderwerpen van de verschillende verzoeken een zodanig samenhang bestaat dat die - om redenen van doelmatigheid - een gezamenlijke behandeling door één en dezelfde rechter rechtvaardigt.2De rechtbank is van oordeel dat tussen deze zaak en de zaak bij de rechtbank bekend onder het nummer C/15/376222/ HA RK 26/67 van een zodanige samenhang sprake is dat deze zaken inderdaad gezamenlijk door één en dezelfde rechter behandeld moeten worden. De rechtbank heeft bij dit oordeel acht geslagen op het feit dat beide zaken aanhangig zijn tussen dezelfde partijen, met [verzoeker] aan de ene kant als verzoeker en ICS aan de andere kant als verweerder. Ook acht de rechtbank van belang dat beide zaken in tijd gelijk lopen. Uit de inleidende dagvaardingen in beide zaken blijkt dat [verzoeker] van mening is dat beide procedures zien op de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door ICS. In deze zaak verzoekt [verzoeker] (onder meer) voor recht te verklaren dat ICS in strijd heeft gehandeld met de AVG, waaronder, maar niet beperkt tot, de artikelen 5, 6, 10, 12, 14, 16, 22 en 35 AVG. In de zaak bij de rechtbank bekend onder nummer C/15/376222/ HA RK 26/67 verzoekt [verzoeker] (onder meer) ook voor recht te verklaren dat ICS in strijd heeft gehandeld met de artikelen 5, 6, 10, 12, 14, 15 en 16 van de AVG. Op grond van deze omstandigheden zal het verzoek van ICS om de zaken gevoegd te behandelen worden toegewezen.

2.10.

De zaak is gereed voor het bepalen van een mondelinge behandeling. De rechtbank verzoekt partijen hun verhinderdagen op te geven over de periode van augustus 2026 tot en met januari 2027 zodat een mondelinge behandeling kan worden gepland in deze zaak en de zaak bij de rechtbank bekend onder het nummer C/15/376222/ HA RK 26-67.