20 mrt 2026
Rb. Den Haag: geen heraanbesteding ICT-inhuur ondanks beoordelingsfouten
Rb. Den Haag 20 maart 2026, IT 5195; ECLI:NL:RBDHA:2026:6328 (Between tegen de Staat, [tussengekomen partijen]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft in een kort geding geoordeeld dat de Staat niet hoeft over te gaan tot heraanbesteding of herbeoordeling van een aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-professionals. De aanbesteding, met een waarde van €280 miljoen, zag op het sluiten van raamovereenkomsten met acht partijen voor onder meer DUO. Gunningscriterium was de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij de kwaliteit werd beoordeeld aan de hand van zogenoemde Proeven van Bekwaamheid (PvB’s). Na de eerste gunningsbeslissing, waarin eiseres Between als zevende eindigde, bleek dat bij de beoordeling fouten waren gemaakt. De Staat trok de gunningsbeslissing in en liet alle inschrijvingen opnieuw beoordelen door nieuwe commissies. Ook de tweede gunningsbeslissing werd later ingetrokken, waarna een derde gunningsbeslissing volgde. Daarin eindigde Between als negende en viel zij buiten de gunning. Between stelde dat de beoordeling onzorgvuldig was, onder meer omdat de door inschrijvers gestelde vragen niet correct zouden zijn meegewogen en geen sprake zou zijn geweest van een integrale herbeoordeling. Zij vorderde primair heraanbesteding en subsidiair herbeoordeling of een betere motivering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat de beoordelingsfout, het aanvankelijk niet meewegen van gestelde vragen, mocht herstellen in een nieuwe gunningsbeslissing. Uit de aanbestedingsstukken volgt dat deze vragen slechts op relevantie hoefden te worden beoordeeld en als onderdeel van het totaal mochten meewegen. Ook het betoog dat geen integrale herbeoordeling heeft plaatsgevonden, slaagt niet. Hoewel de motivering van de derde gunningsbeslissing grotendeels overeenkomt met de tweede, acht de rechter aannemelijk dat wel degelijk een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. Dat de rangorde ongewijzigd bleef, maakt dit niet anders. Van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure is volgens de rechter geen sprake. De derde gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen, zodat geen grond bestaat voor heraanbesteding, herbeoordeling of nadere motivering. De vorderingen van Between worden afgewezen.
5.3 Anders dan Between heeft betoogd, kan uit het verschil in de rangorde tussen de Eerste en de Tweede Gunningsbeslissing niet zonder meer worden afgeleid dat er fundamentele gebreken zijn. Aangezien de Staat erop heeft gewezen dat in de eerste beoordeling bij alle drie de Kwaliteitswensvragen fouten zijn gemaakt in de toepassing van het beoordelingskader en in de beoordeling zelf en de nieuwe beoordeling is gedaan door nieuwe beoordelingscommissies, is het niet verwonderlijk dat er aanmerkelijke verschillen zijn tussen de Eerste en de Tweede Gunningsbeslissing. De Staat heeft bovendien erop gewezen dat de scores van de vijftien inschrijvers dicht bij elkaar lagen, zodat een verschil in de beoordeling van een van de Kwaliteitswensvragen grote gevolgen kan hebben gehad in de uitkomst. Between heeft dit niet weersproken. Het enkele feit dat de inschrijvers die geklaagd hebben over de Eerste Gunningsbeslissing nu tot de winnende inschrijvers behoren, rechtvaardigt niet de conclusie dat sprake is van een fundamenteel gebrek. Indien ook in de Derde Gunningsbeslissing fouten zouden zijn gemaakt, leidt dat niet zonder meer tot de conclusie dat de aanbestedingsprocedure moet worden gestaakt. Het is in dat geval aan de Staat als aanbestedende dienst om te beslissen over herbeoordeling, dan wel heraanbesteding. Dat kan anders zijn indien het beoordelingskader gebrekkig is, maar dat heeft Between niet gesteld. Anders dan Between heeft betoogd, betekent een opeenvolging van gunningsbeslissingen niet dat sprake is van een eindeloze loterij. Indien de laatste gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen, is sprake van een geldige aanbestedingsprocedure.