Gepubliceerd op maandag 2 november 2026
IT 5622
Rechtbank Amsterdam ||
8 jul 2020,
Rechtbank Amsterdam 8 jul 2020,, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-schadevergoeding-na-online-beleggingsfraude-wegens-onduidelijkheid-over-werkwijze-oplichters

Rb. Amsterdam: geen schadevergoeding na online beleggingsfraude wegens onduidelijkheid over werkwijze oplichters

Rb. Amsterdam 8 juli 2020, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO). In deze zaak tussen [eiseres] en ABN AMRO staat de vraag centraal of de bank aansprakelijk is voor schade die [eiseres] heeft geleden door online beleggingsfraude en of ABN AMRO haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor deze vorm van fraude. [eiseres] werd in oktober 2018 telefonisch benaderd door een vrouw die zich voordeed als medewerker van beleggingsmaatschappij Get Financial. Zij besloot € 250 te beleggen en installeerde op verzoek van de vrouw het programma AnyDesk, waarmee een computer op afstand kan worden bediend. Vervolgens werden vanaf haar privé- en zakelijke bankrekeningen in totaal € 98.877,64 aan betalingen verricht. [eiseres] stelt dat zij slechts enkele betalingen zelf heeft goedgekeurd en dat de overige bedragen zonder haar medeweten zijn overgemaakt. Zij vordert schadevergoeding van ABN AMRO wegens schending van haar zorgplicht.

De rechtbank stelt voorop dat banken vanwege hun maatschappelijke positie een bijzondere zorgplicht tegenover hun klanten hebben. Deze zorgplicht strekt mede tot bescherming tegen eigen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde. De omvang daarvan hangt af van de omstandigheden, waaronder de mate waarin de bank waarschuwt voor bepaalde vormen van fraude. Volgens de rechtbank moet echter eerst worden vastgesteld hoe [eiseres] precies is opgelicht voordat kan worden beoordeeld of ABN AMRO voldoende heeft gewaarschuwd. [eiseres] stelt dat fraudeurs via AnyDesk betalingen buiten haar zicht hebben klaargezet. ABN AMRO betwist dit en voert aan dat alle betalingen afzonderlijk zijn goedgekeurd met de betaalpas en e.dentifier van [eiseres], vanaf haar eigen IP-adres. De rechtbank oordeelt dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd op welke wijze de fraude heeft plaatsgevonden. Ook het technische onderzoek naar haar computer biedt hierover geen zekerheid. Omdat [eiseres] op grond van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast draagt, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of ABN AMRO haar zorgplicht heeft geschonden. De vorderingen worden afgewezen. [eiseres] wordt veroordeeld tot betaling van € 7.444 aan proceskosten.

4.6 Niet is komen vast te staan op welke wijze [eiseres] precies is opgelicht. Volgens [eiseres] heeft zij niets meer gedaan na de eerste betalingen. Dat wordt evenwel niet ondersteund door de bevindingen van [naam 2] . Volgens hem heeft [eiseres] steeds AnyDesk moeten opstarten en codes moeten geven. Namens [eiseres] is op basis van het onderzoek van [naam 2] gesteld dat er betalingen zijn klaargezet die [eiseres] niet kon zien en dat zij is verleid om een andere betaling te doen en vervolgens ook andere op afstand aan gemaakte buiten beeld blijvende betalingen worden verzonden. Volgens ABN AMRO blijkt dat laatste niet uit het door haar gedane onderzoek. Nu [eiseres] zich beroept op het rechtsgevolg (schadevergoeding) draagt zij, conform de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de stelplicht en bewijslast van haar stellingen. Bij gemotiveerde betwisting door ABN AMRO van de stellingen van [eiseres] dient zij dan ook nader te onderbouwen dat zij is opgelicht op de wijze zoals door haar is gesteld. Nu zij dit heeft nagelaten is dat niet komen vast te staan. [eiseres] heeft de onduidelijkheid over de wijze van oplichting ook op zitting niet weten op te helderen