Gepubliceerd op dinsdag 31 maart 2026
IT 5161
HvJ EU ||
7 nov 2025
HvJ EU 7 nov 2025, IT 5161; C-711/25 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)), https://itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-inzagerecht-van-een-mededingingsautoriteit

Prejudiciële vragen gesteld over inzagerecht van een mededingingsautoriteit

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 7 november 2025, RB 3988; IT 5161; IEFbe 4162; C/2026/295 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)) via MinBuza. De Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM doet onderzoek naar Ryanair vanwege vermoeden van gedrag dat misbruik van een machtspositie kan opleveren (onder artikel 102 VWEU). De Ierse autoriteit heeft bijstand verleend aan het mededingingsonderzoek, en zij hebben een ‘search warrant’ verkregen voor onderzoek op de kantoren van Ryanair. Ryanair is tegen die beslissing in beroep gegaan, en heeft in februari 2024 bij de AGCM verzocht om inzage in het dossier. Ter discussie staat of artikel 27, lid 2 van verordening 1/2003, dat stelt dat partijen ‘recht hebben tot inzage van het dossier van de Commissie’ ook geldt voor verzoeken die door nationale mededingingsautoriteiten worden ingediend bij andere nationale autoriteiten, krachtens art. 22, lid 1.

Prejudiciële vragen: 
1) Is de uitsluiting van [het recht tot] inzage als bedoeld in artikel 27, lid 2, van verordening (EG) nr. 1/2003 van toepassing op documenten die betrekking hebben op een verzoek dat een nationale autoriteit overeenkomstig artikel 22, lid 1, van die verordening bij een andere nationale autoriteit indient, of blijven de toepasselijke nationale bepalingen hiervoor gelden? 
2) Valt het verzoek om bijstand dat door de nationale mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel 22 van verordening (EG) nr. 1/2003 wordt ingediend onder het begrip ‚interne documenten’ en/of ‚briefwisseling’ tussen nationale mededingingsautoriteiten in overeenstemming met en voor de toepassing van artikel 27, lid 2, van die verordening?