Gepubliceerd op donderdag 18 juni 2026
IT 5314
Rechtbank Oost-Brabant ||
27 mei 2026
Rechtbank Oost-Brabant 27 mei 2026, IT 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/opzegvergoeding-energiecontract-blijft-in-stand-digitale-overdracht-algemene-voorwaarden-voldoende

Opzegvergoeding energiecontract blijft in stand: digitale overdracht algemene voorwaarden voldoende

Rb. Oost-Brabant 27 mei 2026, IT&Recht 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]). In deze zaak staat de vraag centraal of [gedaagde] een opzegvergoeding verschuldigd is wegens het voortijdig beëindigen van een driejarig zakelijk energiecontract met Clean Energy. Daarnaast is de vraag of de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden en contractvoorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn verklaard en of het daarin opgenomen opzegbeding vernietigbaar is op grond van artikel 6:233 BW en artikel 6:234 BW. Nu [gedaagde] als kleinzakelijke partij optreedt, beoordeelt de rechtbank zijn beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden inhoudelijk. Tussen Clean Energy en [gedaagde] is op 14 november 2022 een zakelijke overeenkomst gesloten voor de levering van gas en elektriciteit aan het bedrijfsadres van [gedaagde]. De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar, van 1 december 2022 tot 1 januari 2026, tegen vaste tarieven. [gedaagde] kampt vrijwel vanaf het begin met betalingsachterstanden. Op 16 januari 2024 stelt Clean Energy een eindafrekening over 2023 op van € 14.358,20, die onbetaald blijft. Vervolgens stapt [gedaagde] per 15 april 2024 over naar een andere energieleverancier, waardoor de overeenkomst voortijdig eindigt. De eindafrekening over 2024 bedraagt uiteindelijk € 19.335,16, waarvan € 13.465,36 ziet op een opzegvergoeding. Ook deze factuur blijft onbetaald. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] tijdens de looptijd van de overeenkomst is overgestapt naar een andere energieleverancier. Daarmee is de overeenkomst met Clean Energy voortijdig beëindigd. Het standpunt van [gedaagde] dat een overstap niet automatisch tot beëindiging van de overeenkomst leidt, volgt de rechtbank niet. [gedaagde] heeft immers niet weersproken dat hij niet gelijktijdig meerdere energieleveranciers op dezelfde aansluiting kon hebben. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de algemene voorwaarden en contractvoorwaarden van toepassing zijn. Clean Energy heeft uitvoerig toegelicht dat de overeenkomst tot stand is gekomen via het digitale verkoopsysteem Salesdock, waarbij [gedaagde] tijdens het offerteproces expliciet akkoord moest gaan met de toepasselijkheid van de voorwaarden voordat de offerte kon worden geaccepteerd. De voorwaarden waren gedurende het proces via hyperlinks beschikbaar, konden worden opgeslagen als pdf en werden na acceptatie nogmaals per e-mail toegezonden. Ter ondersteuning heeft Clean Energy een verklaring overgelegd van de betrokken tussenpersoon en schermafbeeldingen van het systeem.

De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] deze gang van zaken onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] erkent dat hij een driejarig contract heeft afgesloten, de offerte op zijn eigen e-mailadres heeft ontvangen en de overeenkomst digitaal heeft ondertekend. Dat [gedaagde] niet weet hoe de benodigde vinkjes in het systeem zijn geplaatst, acht de rechtbank onvoldoende. Daarom gaat zij ervan uit dat de overeenkomst tot stand is gekomen op de wijze zoals door Clean Energy is beschreven. Volgens de rechtbank heeft Clean Energy daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] akkoord is gegaan met de toepasselijkheid van de voorwaarden en dat hem een redelijke mogelijkheid is geboden om daarvan kennis te nemen in de zin van artikel 6:234 BW. Het beroep op vernietiging wegens het niet ter hand stellen van de voorwaarden ex artikel 6:233 BW onderdeel b slaagt daarom niet. Ook het beroep van [gedaagde] op vernietiging van het opzegbeding wegens onredelijk bezwarende voorwaarden wordt verworpen. De rechtbank wijst erop dat het beding aansluit bij de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders van de ACM, die van toepassing zijn op vóór 1 juni 2023 gesloten overeenkomsten. De daarin opgenomen methode voor het berekenen van de opzegvergoeding – het verschil tussen de contractwaarde en de marktwaarde van de resterende energie, vermeerderd met een administratieve vergoeding – komt overeen met de contractvoorwaarden van Clean Energy. Volgens de rechtbank heeft [gedaagde] onvoldoende concrete omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat het beding onredelijk bezwarend of onvoldoende transparant is in de zin van artikel 6:233 BW onderdeel a. Daarbij neemt de rechtbank mee dat [gedaagde] gedurende de looptijd van de overeenkomst op ieder moment een berekening van de opzegvergoeding kon opvragen en dat hij daarvan ook gebruik heeft gemaakt. Ten slotte verwerpt de rechtbank het verweer dat de eindafrekeningen onvoldoende zijn onderbouwd. De afrekeningen bevatten volgens de rechtbank een uitgebreide specificatie van het verbruik, de piek- en daltarieven, energiebelastingen, vaste kosten, prijsplafond en meterstanden. Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat het geregistreerde verbruik onjuist is, heeft hij dat onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht zowel de eindafrekening over 2023 als die over 2024, inclusief de opzegvergoeding, toewijsbaar. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform de staffel van het Besluit BIK, wat leidt tot een bedrag van € 1.111,93 aan incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. Het eerder gewezen verstekvonnis wordt daarom bekrachtigd en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.9. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] de door Clean Energy geschetste wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, mede in het licht van de (nadere) toelichting van Clean Energy ter zitting en de overgelegde verklaring van [A] , onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] erkent dat hij een driejarig contract heeft afgesloten en dat hij de heer [A] kent. [gedaagde] heeft niet betwist dat de offerte uiteindelijk naar zijn eigen e-mailadres is verstuurd en dat hij toen (nogmaals) een akkoord moest geven op de Contractvoorwaarden en de Algemene Voorwaarden (die te lezen waren) voordat de offert geaccepteerd kon worden. Hij heeft ook niet betwist dat hij de overeenkomst digitaal heeft ondertekend. [gedaagde] stelt dat het niet zo is gegaan zoals Clean Energy stelt, maar hoe het dan wel is gegaan rondom het sluiten van het contract is door hem niet onderbouwd. Zijn verweer op dit punt wordt dan ook als onvoldoende gemotiveerd gepasseerd. Gelet hierop kan er vanuit worden gegaan dat de overeenkomst tot stand is gekomen op de wijze zoals door Clean Energy gesteld, met een begeleiding van [gedaagde] door het digitale offerteproces. Clean Energy heeft aan de hand van haar stellingen en overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] zich akkoord heeft verklaard met de toepasselijkheid van de Contractvoorwaarden en de Algemene voorwaarden en dat hij heeft verklaard dat hij ze gelezen en begrepen heeft. [gedaagde] heeft hij niet of niet gemotiveerd betwist dat hij de mogelijkheid had om de voorwaarden (het pdf) bestand naar zijn eigen computer te mailen. Dit voldoet als terhandstelling. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Clean Energy aan [gedaagde] een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Het beroep van [gedaagde] op artikel 6:233 sub b BW slaagt dus niet.