Gepubliceerd op dinsdag 17 maart 2026
IT 5142
Rechtbank Amsterdam ||
12 nov 2025
Rechtbank Amsterdam 12 nov 2025, IT 5142; ECLI:NL:RBAMS:2025:9157 (Nailbar tegen The Next Ad), https://itenrecht.nl/artikelen/onvoorwaardelijke-marketingovereenkomst-aangenomen-algemene-voorwaarden-vernietigd-wegens-gebrekkige-elektronische-toegankelijkheid

Onvoorwaardelijke marketingovereenkomst aangenomen; algemene voorwaarden vernietigd wegens gebrekkige elektronische toegankelijkheid

Rb. Amsterdam 12 november 2025, IT&R 5142; ECLI:NL:RBAMS:2025:9157 (Nailbar tegen The Next Ad). In deze procedure stonden Nailbar B.V. en haar bestuurder tegenover The Next Ad B.V., een digital-marketingbureau waarmee Nailbar in november 2023 een overeenkomst had gesloten voor het ontwikkelen, publiceren, optimaliseren en beheren van Google-advertentiecampagnes. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de samenwerking zou starten bij de livegang van een nieuwe website, maar nadat Nailbar zelf had aangedrongen op een eerdere aanvang, hebben partijen in een addendum de ingangsdatum vervroegd naar 14 december 2023, zonder daarbij een opschortende voorwaarde op te nemen. Nailbar stelde in conventie dat daarom geen onvoorwaardelijke overeenkomst tot stand was gekomen en vorderde onder meer een verklaring voor recht, terugbetaling van betaalde facturen en schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad dan wel tekortkoming. De rechtbank verwerpt dat betoog met toepassing van art. 6:217 BW, art. 3:37 BW en de wilsvertrouwensleer van art. 3:33 en 3:35 BW. Uit de verklaringen en gedragingen van partijen volgt volgens de rechtbank dat wél een onvoorwaardelijke overeenkomst is gesloten: Nailbar wilde zelf eerder starten, het addendum bevatte geen voorbehoud ten aanzien van de nieuwe website, The Next Ad is vervolgens met haar werkzaamheden begonnen en Nailbar heeft de facturen gedurende langere tijd voldaan. Ook de inhoudelijke verwijten treffen geen doel. De rechtbank oordeelt dat The Next Ad niet verantwoordelijk was voor eventuele gebreken aan de nieuwe website, omdat daarvoor een afzonderlijke overeenkomst met een andere partij gold; dat een door The Next Ad geïntroduceerde derde die website bouwde, maakt dat niet anders. Evenmin is komen vast te staan dat The Next Ad tekort is geschoten in de uitvoering van de marketingovereenkomst: zij had haar werkzaamheden met maandrapportages voldoende onderbouwd, de keuze om op Google in te zetten was in overleg gemaakt, omzet- en bezoekersdalingen bewijzen zonder overeengekomen resultaatsverbintenis geen tekortkoming, en ook de tijdelijke blokkade van het Google-account en de gestelde onjuiste voorstelling over de hoedanigheid van een derde leiden niet tot aansprakelijkheid. De vorderingen van Nailbar in conventie worden daarom integraal afgewezen.

In reconventie krijgt The Next Ad grotendeels gelijk. Nu vaststaat dat tussen partijen een overeenkomst voor de duur van één jaar tot stand is gekomen, lopend van 14 december 2023 tot en met 13 december 2024, en Nailbar de overeenkomst niet tijdig tussentijds heeft beëindigd, is zij gehouden de onbetaald gelaten facturen ten bedrage van € 11.434,50 alsnog te voldoen. Ook de contractuele rente van 1% per maand wordt toegewezen vanaf de vervaldatum van iedere factuur. Het beroep van The Next Ad op haar algemene voorwaarden voor vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten strandt echter, omdat Nailbar die voorwaarden met succes heeft vernietigd wegens onjuiste terhandstelling. De rechtbank stelt vast dat The Next Ad als dienstverrichter in de zin van Richtlijn 2006/123/EG moet worden aangemerkt, zodat art. 6:230c BW van toepassing is. In dat geval moeten algemene voorwaarden langs elektronische weg gemakkelijk toegankelijk zijn; volgens de rechtbank is daarvan in elk geval sprake wanneer zij zonder noemenswaardige inspanning vindbaar zijn op of via de website waarnaar wordt verwezen. Na raadpleging van de website tijdens de mondelinge behandeling constateert de rechtbank dat de voorwaarden niet via de gebruikelijke menu’s toegankelijk waren en slechts via een weinig opvallende hyperlink onderaan een omvangrijke homepage konden worden bereikt. Daarmee voldeden zij niet aan de eis van gemakkelijke elektronische toegankelijkheid, zodat het beroep op vernietiging slaagt en de op de voorwaarden gebaseerde kostenvordering wordt afgewezen. Wel wijst de rechtbank subsidiair buitengerechtelijke incassokosten toe op grond van art. 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, tot een bedrag van € 889,35, vermeerderd met wettelijke rente. Nailbar wordt zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten veroordeeld, naast nakosten. De uitspraak onderstreept daarmee enerzijds dat een bindende overeenkomst ook uit partijgedrag en latere uitvoering kan blijken, en anderzijds dat een enkele verwijzing naar online algemene voorwaarden onvoldoende is wanneer die voorwaarden voor de wederpartij niet daadwerkelijk eenvoudig vindbaar zijn.

Geen wanprestatie

4.4.

Nailbar heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van The Next Ad. Nailbar stelt onder meer dat er vrijwel niets tegenover de aanzienlijke bedragen staat die The Next Ad aan haar heeft gefactureerd. Het is Nailbar onduidelijk waar de overeengekomen twintig uur per maand die zou worden besteed aan “strategy and campaign hours” voor is benut. Volgens Nailbar hebben er begin 2024 geen campagnes gelopen. The Next Ad heeft daar tegenover gesteld dat er in die periode campagnes hebben gelopen via Google. The Next Ad stuurde Nailbar maandelijks een “monthly report” toe, waarin zij een nadere toelichting gaf op de uitgevoerde werkzaamheden en de daarmee behaalde resultaten. In die “monthly reports” kwamen ook de campagnes terug die op dat moment liepen. Tegenover die betwisting is de enkele stelling van Nailbar naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. The Next Ad heeft haar stelling immers onderbouwd door verschillende “monthly reports” in het geding te brengen, waaronder die van begin 2024. Daarnaast heeft Nailbar The Next Ad nooit in gebreke gesteld.

4.5.

Verder verwijt Nailbar The Next Ad dat zij heeft ingezet op Google in plaats van op Meta. De rechtbank is van oordeel dat Nailbar onvoldoende heeft betwist dat partijen in gezamenlijk overleg de keuze hebben gemaakt om eerst alleen de marketing via Google te laten plaatsvinden en pas later ook op Meta in te zetten. Dat Nailbar achter deze strategie stond, blijkt uit de correspondentie uit april 2024 waarnaar The Next Ad heeft verwezen. Dat er keuzes moesten worden gemaakt, is bovendien te verklaren doordat The Next Ad op basis van de overeenkomst maar een beperkt aantal uur aan haar werkzaamheden kon besteden. Niet is in te zien hoe het eerst alleen inzetten op Google een tekortkoming oplevert als partijen dat met elkaar hebben afgesproken.

4.6.

Ook stelt Nailbar dat het aan The Next Ad te wijten is dat de nieuwe website niet goed functioneerde. Zo bevatte de nieuwe website veel minder producten en teksten, verwees de website niet goed door en had de website een design dat minder gericht was op professionals, terwijl Nailbar zich juist op de professionele markt focust. De rechtbank acht deze verwijten niet terecht. Zoals onder 4.3 is overwogen, was niet The Next Ad, maar [naam vof] verantwoordelijk voor de website. Het (vermeend) niet goed functioneren van de website kan daarmee geen tekortkoming aan de zijde van The Next Ad opleveren.

4.7.

Verder verwijt Nailbar The Next Ad dat het bezoekersaantal op de nieuwe website enorm is teruggelopen en dat de omzet van Nailbar erg is gedaald. De rechtbank overweegt hierover dat The Next Ad geen resultaatsverplichting is aangegaan. Zo heeft The Next Ad in de overeenkomst niet de verplichting op zich genomen of gegarandeerd dat haar werkzaamheden tot een bepaald bezoekersaantal of tot een bepaalde omzet zouden leiden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Nailbar nog toegelicht dat ook nadat de nieuwe website wel live was, het bezoekersaantal en de omzet nog steeds niet opliepen. Volgens Nailbar betekent dat dat het niet anders kan dan dat er aan de zijde van The Next Ad iets niet goed is gegaan. The Next Ad heeft daar tegenover gesteld dat er ook andere mogelijke oorzaken zijn voor de omzetdaling van Nailbar. Daarbij wijst The Next Ad op de opkomst van de online marktplaats TEMU en de vele nieuwsberichten over de negatieve effecten van gellak. Ook betwist The Next Ad de stelling van Nailbar dat de omzetdaling pas is ingezet op het moment dat The Next Ad werkzaamheden ging uitvoeren voor Nailbar. Daarbij verwijst The Next Ad naar het intakeformulier, waarop Nailbar al aangaf dat zij kampte met een omzetdaling. Op basis van de stellingen van partijen kan de rechtbank niet vaststellen wat de precieze oorzaak is van de omzetdaling van Nailbar. Het enkele feit dat de omzetdaling na livegang van de website heeft doorgezet, maakt nog niet dat er van uit kan worden gegaan dat The Next Ad fouten heeft gemaakt bij het uitvoeren van de marketingactiviteiten. Tegenover de betwisting van The Next Ad heeft Nailbar haar verwijt op dit punt onvoldoende onderbouwd.

4.8.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Nailbar verder aangevoerd dat The Next Ad tekortgeschoten is, omdat het account van Nailbar bij Google vanaf 8 of 9 januari 2024 enkele dagen geblokkeerd is geweest. Dat is volgens Nailbar gebeurd, omdat The Next Ad had nagelaten bij aanvang van haar werkzaamheden de consent mode te verifiëren, terwijl Scherponline (de vorige marketingpartner van Nailbar) daar eerder al wel het nodige voor in werking had gezet en The Next Ad daarover had geïnformeerd. The Next Ad betwist dat die verificatie tot haar verantwoordelijkheid behoorde. Zij voert aan dat het verificatieverzoek van Google al één of twee maanden eerder was gestuurd (toen Scherponline nog de marketingpartner van Nailbar was) en dat Nailbar of Scherponline daar toen kennelijk niet op heeft gereageerd. Nadat The Next Ad de blokkade in januari constateerde, heeft zij overigens meteen actie ondernomen om die blokkade op te heffen en dat is een paar dagen later gebeurd, aldus The Next Ad. De rechtbank overweegt dat niet duidelijk is of Scherponline of Nailbar destijds tijdig heeft gereageerd op het verificatieverzoek van Google en of The Next Ad daarover is geïnformeerd. Ook als dat het geval was, hoefde The Next Ad er echter niet aan te twijfelen dat op dat verificatieverzoek adequaat was gereageerd en kan niet worden geoordeeld dat op The Next Ad de verplichting rustte om de consent modus bij aanvang van haar werkzaamheden te controleren. Hierop stuit het verwijt van Nailbar af.

4.9.

Ten slotte heeft Nailbar aangevoerd dat The Next Ad haar opzettelijk heeft voorgelogen door de illusie te wekken dat heer [naam] (hierna: [naam] ) de grote baas was van The Next Ad. In werkelijkheid bleek [naam] in het geheel niet gelieerd te zijn aan The Next Ad of [naam vof] . Dit terwijl hij op enig moment wel betrokken was bij een gesprek tussen [naam vof] en Nailbar. Dit gesprek heeft op voorstel van The Next Ad plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft The Next Ad verklaard dat [naam] een van haar klanten is waar [naam vof] erg tegen opkijkt. Omdat The Next Ad zag dat er problemen waren tussen Nailbar en [naam vof] over de webshop, heeft zij een gesprek voorgesteld waarbij [naam] kon bemiddelen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee niet komen vast te staan dat Nailbar bewust door The Next Ad is voorgelogen over de hoedanigheid van [naam] . Het lijkt er meer op dat daar een misverstand over is ontstaan. Dat kan niet als een tekortkoming van The Next Ad worden gezien.

4.10.

De conclusie is dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een tekortkoming van The Next Ad. Daarmee komt de rechtbank niet toe aan de vraag of er schade is. Dit betekent dat ook alle subsidiaire vorderingen van Nailbar moeten worden afgewezen.