Gepubliceerd op maandag 8 april 2024
IT 4522
Hof ||
5 mrt 2024
Hof 5 mrt 2024, IT 4522; ECLI:NL:GHSHE:2024:725 (Appellant tegen geïntimeerde), https://itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-onderbouwd-dat-onrechtmatig-is-ingelogd-in-e-mailaccount

Uitspraak ingezonden door Jasper Hulsebosch, De Vos & Partners Advocaten.

Onvoldoende onderbouwd dat onrechtmatig is ingelogd in e-mailaccount

Hof 's-Hertogenbosch 5 maart 2024, IT 4522; ECLI:NL:GHSHE:2024:725 (Appellant tegen geïntimeerde). Appellant was werknemer bij Econocom B.V. Geïntimeerde heeft een eenmanszaak en werkte voor Econocom B.V. als IT-specialist. Appellant verwijt geïntimeerde dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door begin 2020 meerdere malen zonder toestemming in te loggen op de privé-emailadressen van appellant, met als gevolg dat appellant op staande voet is ontslagen door Econocom B.V. Geïntimeerde betwist dat hij heeft ingelogd in de privé-emailadressen en stelt dat geen sprake is van onrechtmatig handelen. In de procedure bij eerste aanleg heeft appellant een CSV-bestand verstrekt waaruit zou blijken dat er ingelogd is in het privé-emailadres vanaf het IP-adres van geïntimeerde. De rechtbank is, aan de hand van een deskundigenverklaring, van oordeel dat het CSV-bestand geen geldig bewijs kan opleveren. De vordering werd afgewezen. Appellant gaat in hoger beroep.

Uit de deskundigenverklaring blijkt dat het onvoldoende zeker is of het CSV-bestand authentiek is. Op grond van artikel 150 Rv is het aan de appellant om met feiten en omstandigheden aan te tonen dat sprake is van onrechtmatig handelen en privacy-inbreuk. Mede gelet op de ernst van de beschuldiging en de gevolgen ervan voor geïntimeerde, behoeft een dergelijke stelling een deugdelijke onderbouwing. De deskundige legt in zijn verklaring uit dat het CSV-bestand niet in een digitaal forensische container is geplaatst en hierdoor niet de gebruikelijke speciale procedure is gevolgd. Hieruit concludeert de deskundige dat niet aannemelijk gemaakt kan worden dat geïntimeerde daadwerkelijk heeft ingelogd in het e-mailadres. Het hof neemt deze conclusie over en oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangevoerd om tot een andersluidende conclusie te kunnen komen. Appellant heeft dus niet aan zijn stelplicht voldaan, omdat een deugdelijke onderbouwing voor zijn stellingen ontbreekt. Het hof komt niet toe aan een verdere bewijslevering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

6.16. Ter onderbouwing van zijn stelplicht wijst [appellant] met name op het CSV-bestand en de bevindingen daaromtrent van zowel [persoon A] als Tend-IT, maar dat is naar het oordeel van het hof onvoldoende mede gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde] en de daarbij door [geïntimeerde] aangeleverde onderbouwing, waaronder de verklaring van 26 augustus 2020 van de legal counsel van Econocom (productie 7, conclusie van antwoord). Het hof heeft zich daarbij rekenschap gegeven van de bevindingen die door de gerechtelijk deskundige zijn opgenomen in het deskundigenrapport van 8 maart 2022. Uit dat rapport valt op te maken dat gerechtelijk deskundige [naam] van Fox-IT niet kan vaststellen of het CSV-bestand na het downloaden is aangepast. De gerechtelijk deskundige heeft vastgesteld dat het CSV-bestand niet in een digitaal forensische container is geplaatst en dat [persoon A] niet een speciale procedure heeft gevolgd die doorgaans in de praktijk wordt uitgevoerd door digitaal forensische onderzoeksbureaus bij het downloaden van logbestanden van een Microsoft 365 omgeving om de kans op het ongemerkt aanpassen van een logbestand door belanghebbende te minimaliseren. Voorts heeft het hof de bevindingen van de deskundige in onderling verband en samenhang bezien (en niet alleen acht geslagen op het antwoord op de eerste vraag). In aanvulling op hetgeen hiervoor reeds uit het rapport van Fox-IT is weergegeven (zie hiervoor in rov. 6.9.), geeft het hof ook de algehele conclusie weer van de deskundige. Deze luidt als volgt: ‘De deskundige concludeert dat op basis van de aangeleverde stukken en het aangeleverde bewijsmateriaal het niet aannemelijk kan worden gemaakt dat de natuurlijke persoon de heer [geïntimeerde] heeft ingelogd op het mailaccount [e-mailadres] tussen 19 maart 2020 en 25 maart 2020’ (blz. 24 van het deskundigenbericht).’. [appellant] heeft onvoldoende aangevoerd om tot een andersluidende conclusie te kunnen komen. Het hof maakt deze conclusie tot de zijne.

6.17. Naar het oordeel van het hof komt tegen deze achtergrond aan het CSV-bestand onvoldoende waarde toe als onderbouwing van de stellingen van [appellant] , mede gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde] . De rechtbank heeft onder rov. 2.5. (laatste alinea) geoordeeld dat het CSV-bestand geen bewijs kan opleveren. Voor de duidelijkheid merkt het hof op dat het hof het Excel-bestand dat is gebaseerd op het CSV-bestand wel in zijn beoordeling heeft betrokken, maar dat de bevindingen en conclusies van Fox-IT zozeer afbreuk doen aan de waarde daarvan dat dit geen deugdelijke onderbouwing oplevert voor de stellingen van [appellant] . Door [appellant] is immers geen deugdelijke onderbouwing gegeven van zijn stellingen, terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat door [appellant] geen hoger beroep is ingesteld van de tussenvonnissen die aan het bestreden eindvonnis vooraf zijn gegaan en waarbij Van Dongen van Fox-IT met instemming van partijen is aangesteld als gerechtelijk deskundige en waarbij de aan hem voor te leggen vragen eveneens met instemming van partijen zijn vastgesteld. De conclusies van de gerechtelijke deskundige noch diens deskundigheid zijn bestreden. Er is niet gesteld of gebleken dat de conclusies van de gerechtelijk deskundige onjuist zijn, zodat ook het hof daarvan uitgaat aangezien deze het hof overtuigend overkomen. Ten aanzien van de beslissing van een rechter om de bevindingen van een deskundige te volgen geldt een beperkte motiveringsplicht (HR 9 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921 (https://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BT2921)).

6.19. Nu [appellant] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan omdat een deugdelijke onderbouwing voor zijn stellingen ontbreekt, komt het hof aan verdere bewijslevering niet toe. Overigens ziet het hof ook geen aanleiding om op de bewijsaanbiedingen van [appellant] in te gaan. Voor zover [appellant] nog schriftelijk bewijs had willen overleggen, had hij dat – laatstelijk ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep – uit eigen beweging kunnen en moeten doen. Voor zover hij getuigen wil laten horen van wie reeds schriftelijke verklaringen in het geding zijn gebracht, heeft hij niet aangegeven wat deze meer of anders kunnen verklaren. Nu het hof reeds beschikt over het deskundigenbericht van de gerechtelijk deskundige Fox-IT, ziet het hof geen aanleiding om getuigen-deskundigen (met name [persoon A] en / of [persoon C] van Tend-IT) te horen in deze zaak. Ook bestaat voor nadere deskundige voorlichting geen noodzaak mede in aanmerking genomen dat niet uitgegaan kan worden van de authenticiteit van het CSV-bestand en aanvullend onderzoek naar de eventuele herleidbaarheid tot een natuurlijk persoon, in het bijzonder [geïntimeerde] , met te veel onzekerheden is omgeven.