Gepubliceerd op dinsdag 13 januari 2026
IT 5063
Rechtbank Gelderland ||
23 dec 2025
Rechtbank Gelderland 23 dec 2025, IT 5063; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-online-uitlatingen-over-zorginstelling-vergaande-voorzieningen-gerechtvaardigd

Onrechtmatige online uitlatingen over zorginstelling: vergaande voorzieningen gerechtvaardigd

Rb. Gelderland 23 december 2025, IT 5063; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland oordeelt in dit kort geding dat de openbare (online) uitlatingen van [gedaagde] over Stichting Driegasthuizengroep, haar zorglocatie [zorglocatie], en haar medewerkers en bestuurders onrechtmatig zijn. [gedaagde] heeft op diverse sociale-mediaplatforms ernstige beschuldigingen geuit, waaronder mishandeling, intimidatie en crimineel handelen in de ouderenzorg, waarbij hij namen, foto’s en video’s van medewerkers gebruikte en oproepen deed tot het verzamelen van persoonsgegevens en confrontaties. De rechter stelt vast dat deze uitlatingen veel verder gaan dan toelaatbare kritiek of het uiten van zorgen over de kwaliteit van zorg en dat zij een bedreigend, intimiderend en opruiend karakter hebben. Na een belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM) en het recht van de Stichting en haar medewerkers op bescherming van eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM), oordeelt de rechter dat laatstgenoemde belangen zwaarder wegen.

Omdat [gedaagde] niet is verschenen, wordt verstek verleend, waarna de vorderingen van de Stichting worden getoetst op onrechtmatigheid en gegrondheid. De voorzieningenrechter wijst deze grotendeels toe en beveelt [gedaagde] om alle onrechtmatige uitlatingen op zijn sociale-media-accounts te verwijderen. Daarnaast wordt hem verboden om zich opnieuw op sociale media over de Stichting en haar medewerkers uit te laten op vergelijkbare wijze, om medewerkers en bestuurders te benaderen of te volgen, en om foto-, video- of geluidsopnames van hen te maken. Aan deze verboden worden dwangsommen verbonden. Voor het geval [gedaagde] deze verboden blijft overtreden en een bepaald bedrag aan dwangsommen heeft verbeurd, acht de rechter, gelet op de ernst en escalatie van de gedragingen, ook toepassing van lijfsdwang gerechtvaardigd. Tot slot wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.

3.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de uitlatingen van [gedaagde] met de hiervoor weergegeven inhoud onrechtmatig zijn jegens de Stichting, ParaGo, haar medewerkers en bestuurders. De uitlatingen van [gedaagde] gaan veel verder dan het uiten van zorgen over of kritiek op (de kwaliteit van) de ouderenzorg. Het gaat om ernstige beledigingen, verdachtmakingen en beschuldigingen, rechtstreeks gericht tegen medewerkers en bestuurders van de Stichting en [zorglocatie] . Sommige berichten zijn bovendien ronduit bedreigend en intimiderend bedoeld en hebben daarnaast een opruiend karakter. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] met zijn uitlatingen de grens die in artikel 10 lid 2 EVRM is gesteld aan de vrijheid van meningsuiting, ruimschoots heeft overschreden. Gelet op het voorgaande weegt het belang van de Stichting op bescherming van haar eer en goede naam en het recht van haar werknemers, bestuurders en andere betrokkenen om beschermd te worden tegen vergaande ongefundeerde beledigingen, beschuldigingen en bedreigingen en schending van hun privacy zwaarder dan het recht van [gedaagde] om zich publiekelijk te mogen uiten over (de kwaliteit van) de ouderenzorg of het gebrek daaraan, zeker op de wijze waarop hij dit heeft gedaan en nog altijd doet.

3.8.

De vorderingen van de Stichting komen de voorzieningenrechter dan ook niet ongegrond of onrechtmatig voor en zullen daarom grotendeels worden toegewezen, met dien verstande dat het geen algemeen en onbeperkt verbod inhoudt tot het doen van uitlatingen over (vermeende) misstanden in de ouderenzorg in zijn algemeenheid. De op te leggen veroordelingen zien specifiek op de uitlatingen (berichten, geluidsopnames, foto’s en video’s) van [gedaagde] op sociale media voor zover deze gaan over en gericht zijn tegen de Stichting, ParaGo, [zorglocatie] alsmede haar medewerkers en bestuurders, zoals hiervoor weergegeven in rov. 3.6., dan wel uitlatingen van gelijke aard en strekking (hierna verder aan te duiden als: de onrechtmatige uitlatingen).