Gepubliceerd op maandag 12 oktober 2026
IT 5573
Rechtbank Midden-Nederland ||
28 sep 2026,
Rechtbank Midden-Nederland 28 sep 2026,, IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP), https://itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatig-boetevoornemen-ap-veroorzaakte-schade-bij-voetbaltv-maar-schadevergoeding-afgewezen

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.

De rechtbank onderzoekt of er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige voornemen en de gestelde schade. Volgens de rechtbank had VoetbalTV bij een rechtmatig voornemen mogelijk haar bedrijfsmodel kunnen aanpassen, bijvoorbeeld door wedstrijden met vertraging uit te zenden of een minimumleeftijd in te voeren. In dat geval had VoetbalTV haar activiteiten mogelijk kunnen voortzetten en minder schade geleden. De rechtbank acht aannemelijk dat de sponsoren ING en KPN als gevolg van het onrechtmatige voornemen zijn afgehaakt en dat VoetbalTV daardoor geen nieuwe voetbalclubs meer heeft aangesloten. De gestelde schade kan daarom in redelijkheid aan het onrechtmatige voornemen worden toegerekend. Toch wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. VoetbalTV heeft de omvang van de schade onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken, zoals sponsorcontracten of advertentieovereenkomsten. Hoewel het causale verband is vastgesteld, staat niet vast hoeveel inkomsten VoetbalTV daadwerkelijk is misgelopen. Omdat VoetbalTV op de belangrijkste juridische punten in het gelijk is gesteld, veroordeelt de rechtbank de AP wel tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

15. De rechtbank oordeelt echter dat dit anders is ten aanzien van het voornemen. Een voornemen is een handeling ter voorbereiding van een besluit. Of het voornemen in dit geval een voorbereidingshandeling is die onrechtmatig is, hangt af van de vraag of de AP bij de totstandkoming van dat voornemen de zorgvuldigheid6 in acht heeft genomen, die van haar gevergd mocht worden met het oog op de voor haar kenbare belangen van verzoekster.7

Die zorgvuldigheid heeft de AP naar het oordeel van de rechtbank niet betracht. De AP heeft haar voornemen immers gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip ‘gerechtvaardigd belang’. Daardoor is de AP niet toegekomen aan een volledig onderzoek naar Voetbal TV, terwijl er in de toen bestaande (Europese) jurisprudentie geen aanknopingspunten waren voor de door de AP gehanteerde uitleg. Het Hof van Justitie van de Europese Unie had bij herhaling bevestigd dat het lidstaten niet vrijstaat om een beroep op het gerechtvaardigd belang voor bepaalde categorieën verwerkingen op voorhand of categorisch uit te sluiten.8 De uitleg van de AP strookte ook niet met de uitleg hiervan in de opinie van Werkgroep artikel 29.9 de AP had juist gelet op de bestaande jurisprudentie – ook achteraf bezien – het begrip moeten interpreteren aan de hand van de (Europese) jurisprudentie. Door dat niet op een open en flexibele manier te doen heeft AP niet de vereiste noodzakelijkheidstoets en belangenafweging gemaakt en is zij niet zorgvuldig omgegaan met de kenbare belangen van verzoekster. Verzoekster voert in dit verband dan ook terecht aan dat het gaat om een voornemen dat onrechtmatig is.

Tussenconclusie

16. De rechtbank oordeelt dat het vernietigde besluit van 16 juli 2020 een onrechtmatig besluit is als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. Het voornemen van 22 november 2019 is een onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.