Gepubliceerd op dinsdag 14 juli 2026
IT 5357
Hoge Raad ||
3 jul 2026,
Hoge Raad 3 jul 2026,, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 (Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-kansspelovereenkomst-zonder-vergunning-niet-nietig-op-grond-van-art-3-40-bw

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 3 juli 2026, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 ([deelnemers] tegen TSG en Electraworks). De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland over de civiele geldigheid van overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning. In de onderliggende procedures vorderen twee deelnemers terugbetaling van hun gokverliezen van respectievelijk TSG, aanbieder van PokerStars, en Electraworks, exploitant van onder meer partycasino.com. Beide aanbieders beschikten niet over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) om in Nederland online kansspelen aan te bieden. De deelnemers stellen dat de kansspelovereenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok en art. 3:40 BW. De prejudiciële vragen zien in de kern op de vraag of het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen meebrengt dat de met deelnemers gesloten overeenkomsten civielrechtelijk nietig of vernietigbaar zijn, en of deelnemers hun verloren inzetten daarom als onverschuldigd betaald kunnen terugvorderen.

De Hoge Raad stelt voorop dat art. 1 lid 1 onder a Wok een dwingende wetsbepaling is en dat ook het sluiten of aanbieden van kansspelovereenkomsten onder het daarin bedoelde “gelegenheid geven” kan vallen. Daarnaast wijst de Hoge Raad op het systeem van de Nederlandse kansspelregulering: uit art. 7A:1825-1828 BW volgt dat overeenkomsten tot deelneming aan een kansspel slechts een beperkte werking hebben. Vorderingen uit zulke overeenkomsten zijn in beginsel niet in rechte afdwingbaar, terwijl een verliezer die vrijwillig heeft betaald het verlorene in beginsel niet kan terugvorderen. Art. 39 Wok maakt op die beperkte afdwingbaarheid een uitzondering voor prijzen en premies uit kansspelen waarvoor op grond van de Wok een vergunning is verleend, terwijl art. 38 Wok voor rechtsvorderingen ter zake daarvan een vervaltermijn van één jaar bevat. Dat betekent niet dat een overeenkomst die in strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok is gesloten automatisch nietig of vernietigbaar is. De Wok voorziet in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving, maar bevat geen regeling voor de civielrechtelijke gevolgen van overtreding van het verbod om zonder vergunning kansspelen aan te bieden. Uit de tekst, het stelsel en de totstandkomingsgeschiedenis van de Wok volgt volgens de Hoge Raad niet dat de wetgever heeft beoogd de geldigheid van zulke overeenkomsten aan te tasten. Ook art. 3:40 lid 1 BW leidt niet tot nietigheid: kansspelovereenkomsten zijn niet op zichzelf ontoelaatbaar en de Nederlandse kansspelregulering berust niet op een categorisch verbod op kansspelen, maar op kanalisering naar legaal aanbod. De Hoge Raad oordeelt daarom dat overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen die zonder Wok-vergunning opereerden niet nietig of vernietigbaar zijn op grond van art. 3:40 BW, noch op grond van lid 1, noch op grond van lid 2 en 3. Dit laat onverlet dat onder omstandigheden nog wel een beroep mogelijk kan zijn op andere grondslagen, zoals vernietiging wegens een wilsgebrek of een vordering uit onrechtmatige daad. De Wok heeft volgens de Hoge Raad van aanvang af niet de strekking gehad om de geldigheid aan te tasten van overeenkomsten met aanbieders die in strijd handelen met art. 1 lid 1 onder a Wok; de vraag of die strekking later verloren is gegaan, behoeft daarom geen beantwoording. Een kansspelovereenkomst tussen een in Nederland verblijvende consument en een online kansspelaanbieder zonder Wok-vergunning is niet nietig op grond van art. 3:40 BW. Het maakt daarbij niet uit of de aanbieder voldeed aan de prioriteringscriteria van de Kansspelautoriteit. Omdat de overeenkomsten niet nietig zijn, komt de Hoge Raad niet toe aan de vraag welke rechtsgevolgen nietigheid zou hebben en of terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling toewijsbaar zou zijn. Voor een aanbieder die zijn diensten beperkt tot het faciliteren van online spel tussen spelers geldt hetzelfde als voor andere aanbieders van online kansspelen.

“3.2.7 Uit het voorgaande volgt dat overeenkomsten die zijn aangegaan met een aanbieder van online kansspelen die handelt in strijd met het verbod van art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wok, niet nietig of vernietigbaar zijn op grond van art. 3:40 BW. Dit laat onverlet dat onder omstandigheden zodanige overeenkomsten kunnen blootstaan aan vernietiging wegens een wilsgebrek of aanleiding kunnen geven tot een vordering uit onrechtmatige daad.”

“3.5.3 Het antwoord op beide vragen luidt, gelet op hetgeen hiervoor in 3.2.7 is overwogen, ontkennend.”