11 aug 2026,
Negatieve Google-reviews over advocaat-mediator zijn niet onrechtmatig
Rb. Amsterdam 11 augustus 2026, IT 5449; ECLI:NL:RBAMS:2026:8145 ([eiser] tegen [gedaagde]). [Eiser] is advocaat-mediator en begeleidt de echtscheiding tussen [gedaagde] en haar ex-echtgenoot. Nadat [eiser] in juni 2026 weigert een nieuwe opdracht over een gezagskwestie aan te nemen, plaatst [gedaagde] een twee-sterrenreview op Google over haar dienstverlening. Daarin schrijft zij onder meer dat [eiser] goede bedoelingen heeft, maar professionaliteit en competentie mist, haar neutraliteitsplicht als mediator herhaaldelijk heeft geschonden en daardoor emotionele belasting en hoge, onnodige kosten heeft veroorzaakt. Ook de ex-echtgenoot plaatst vervolgens een negatieve review. [Eiser] stelt dat de review onwaar, bewust reputatieschadend en uit rancune geschreven is en vordert in kort geding verwijdering van beide reviews. De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging tussen het belang van [eiser] bij bescherming van haar goede naam en reputatie en het belang van [gedaagde] om zich vrijelijk in het openbaar te kunnen uitlaten. Daarbij geldt dat het in beginsel is toegestaan om ook negatieve ervaringen met een dienstverlener op internet te delen, mits die reviews berusten op daadwerkelijke ervaringen en niet feitelijk onjuist en/of onnodig grievend zijn.
De rechtbank oordeelt dat de review van [gedaagde] aan die maatstaf voldoet. De review is gebaseerd op haar eigen ervaringen met [eiser] als mediator. Dat zij deze pas plaatst nadat [eiser] weigert een nieuwe opdracht aan te nemen, betekent niet dat de review louter uit rancune is geschreven. De verwijten over gebrek aan professionaliteit en competentie, schending van neutraliteit en hoge kosten kunnen volgens de voorzieningenrechter niet als apert onjuist worden vastgesteld, omdat het gaat om subjectieve waardeoordelen waarover verschillend kan worden gedacht. Ook de overige negatieve uitingen zijn niet onnodig grievend: de gekozen bewoordingen zijn niet zodanig beledigend of kwetsend dat de review onrechtmatig wordt. Dat een negatieve review reputatie- of vermogensschade kan veroorzaken, maakt dat niet anders. De belangenafweging valt daarom uit in het voordeel van [gedaagde]. Ook de review van de ex-echtgenoot hoeft niet te worden verwijderd: inhoudelijk geldt daarvoor hetzelfde en bovendien kan [gedaagde] daarvoor niet verantwoordelijk worden gehouden, ook niet als die review in samenspraak met haar zou zijn geplaatst; [eiser] had de ex-echtgenoot dan zelf moeten dagvaarden. De voorzieningenrechter wijst alle gevraagde voorzieningen af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 530.
4.3.
Ten aanzien van de door [gedaagde] geplaatste review wordt het volgende overwogen. Vooropgesteld wordt dat deze review is gebaseerd op eigen ervaringen. [eiser] heeft immers de echtscheiding tussen [gedaagde] en [naam] afgewikkeld. Dat [gedaagde] niet direct na de afwikkeling in december 2025 de review heeft geplaatst maar pas nadat [eiser] geweigerd heeft een nieuwe opdracht van haar (en [naam]) aan te nemen, maakt niet dat de review door [gedaagde] is geschreven met een ander doel dan om haar (eerdere) ervaringen te delen. Hierover heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat zij blij was dat de echtscheiding was afgewikkeld en het toen niet goed voelde om een review te plaatsen. Dat betekent niet dat zij dit enkele maanden later niet alsnog kan doen. Het is weliswaar waarschijnlijk dat de omstandigheid dat [eiser] heeft geweigerd een nieuwe opdracht van [gedaagde] (en [naam]) te aanvaarden de reden is geweest om de review alsnog te plaatsen, maar dat maakt niet dat de review louter uit rancune is geschreven, zoals [eiser] heeft gesteld.
4.4.
Volgens [eiser] zijn de uitingen in de review, dat zij als mediator en advocaat professionaliteit en competentie mist, dat zij tijdens de mediation herhaaldelijk haar neutraliteitsplicht heeft geschonden en dat dit tot zeer hoge en onnodige kosten heeft geleid, apert onjuist. Dat kan echter niet worden vastgesteld. [gedaagde] heeft in dit verband terecht aangevoerd dat het uitsluitend om een mening gaat waarover ook anders gedacht kan worden. Dat blijkt ook uit de 23 reviews die op Google over (de dienstverlening van) [eiser] zijn geplaatst en waartussen positieve en negatieve reviews staan. Het gaat om een subjectieve mening die niet als juist of onjuist kan worden bestempeld. Dat geldt overigens ook voor de overige (negatieve) uitingen in de review.
Ter zitting heeft [eiser] verklaard ook de zinsnede ‘Ze heeft goede bedoelingen’ als negatief te zien omdat dat volgens haar sarcastisch is bedoeld. Dat is door [gedaagde] betwist en naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook vergezocht.
4.5.
De formulering van de review is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet onnodig grievend. De gekozen bewoordingen zijn niet zodanig beledigend of kwetsend dat de review daarmee onrechtmatig wordt. Het kan zo zijn dat [eiser] de review wel als beledigend en kwetsend ervaart, omdat zij zich er niet in kan vinden, maar dat maakt het voorgaande niet anders. Het is inherent aan een review dat die negatief kan zijn, met mogelijke reputatie- en/of vermogensschade tot gevolg, maar in dit geval voldoet de review aan het betamelijke.
4.6.
Gelet op het voorgaande is de review van [gedaagde] niet onrechtmatig en valt de onder 4.2 vermelde belangenafweging in haar voordeel uit.
4.7.
Ten aanzien van de door [naam] geplaatste review wordt het volgende overwogen.
Daargelaten dat voor die review hetzelfde geldt als hiervoor is overwogen over de review van [gedaagde] en deze dus niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt, kan [gedaagde] niet verantwoordelijk worden gehouden voor die review. Ook als deze in samenspraak met [gedaagde] tot stand zou zijn gekomen, had het op de weg van [eiser] gelegen om [naam] mee te dagvaarden.
4.8.
Gelet op het voorgaande zijn de vorderingen niet toewijsbaar.