Gepubliceerd op donderdag 29 februari 2024
IT 4485
Overige instanties ||
20 feb 2024
Overige instanties 20 feb 2024, IT 4485; ECLI:NL:CBB:2024:105 (CQM tegen de minister), https://itenrecht.nl/artikelen/minister-handhaaft-terecht-afwijzing-van-s-o-aanvraag

Minister handhaaft terecht afwijzing van S&O-aanvraag

CBb 20 februari 2024, IT 4485; ECLI:NL:CBB:2024:105 (CQM tegen de minister) Het CQM heeft voor het project CQM9034 een S&O-verklaring aangevraagd voor de periode januari-december 2022. De RVO vroeg om meer specifieke informatie over technische knelpunten en oplossingen, maar de minister wees de aanvraag af omdat de verstrekte informatie te vaag was.

Na bezwaar kreeg CQM een S&O-verklaring voor auto-scaling (1140 uur), maar de rest werd afgewezen. Het CQM heeft beroep ingesteld om alle werkzaamheden als S&O erkend te krijgen (5700 uur). De minister heeft naar behoren beargumenteerd dat de informatie van CQM niet aantoont dat het afgewezen deel van het project speur- en ontwikkelingswerk betreft. Zelfs na het verstrekken van meer gedetailleerde informatie door CQM, blijft de minister van mening dat deze informatie te algemeen is en niet aantoont dat er sprake is van speur- en ontwikkelingswerk. Het beroep van CQM op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat elke aanvraag apart moet worden beoordeeld. Het College concludeert dat de minister terecht het afgewezen deel van de S&O-aanvraag heeft afgewezen. Op grond van het voorgaande verklaart het College het beroep ongegrond.

6.2 De minister heeft zich naar het oordeel van het College terecht op het standpunt gesteld dat CQM met de door haar verstrekte informatie niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de afgewezen onderdelen van het project sprake is van S&O. De minister heeft dat standpunt in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. Daaruit blijkt dat wat CQM per onderdeel als technisch nieuwe programmatuur heeft benoemd, dat volgens de minister niet is vanwege het ontbreken van door CQM beschreven technische knelpunten en informatietechnologisch nieuwe werkingsprincipes. Wat volgens CQM technisch nieuwe programmatuur is, is volgens de minister standaardtechniek (configuration en versioning), reguliere programmering (datatransformaties), gebrek aan ervaring (discrete-event simulation), de bouw van een nieuwe functionaliteit (datamanagement), het toevoegen van een functionaliteit (logging), of het is nog te vroeg in het project om knelpunten en oplossingsrichtingen te benoemen (caching). Het College ziet in wat CQM heeft aangevoerd geen aanknopingspunt om niet van de juistheid van deze beoordeling van de minister uit te gaan. Ook niet nadat CQM in beroep nieuwe en meer gedetailleerde informatie heeft verstrekt. Volgens de minister biedt die informatie, die deels afwijkt van de aanvraag, hooguit de mogelijkheid tot het stellen van nadere vragen en volgt ook daaruit niet welke programmeertechnische knelpunten zich in het project in de aanvraagperiode concreet voordoen en hoe die worden aangepakt. De minister heeft op de zitting toegelicht dat voldoende specifieke informatie ontbreekt. De knelpunten en oplossingsrichtingen die door CQM worden genoemd zijn te algemeen. Om te kunnen vaststellen dat sprake is van S&O moet de minister ‘onder de technologische motorkap’ kunnen kijken om te zien wat de programmeurs precies gaan doen om de knelpunten aan te pakken. Het College volgt de minister in zijn standpunt dat CQM dergelijke informatie niet heeft verstrekt.