4 mrt 2026
Leemte in energiecontract: redelijkheid en billijkheid bepalen verdeling WKK-opbrengsten
Rb. Den Haag 4 maart 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]) In dit geschil stond de vraag centraal hoe de opbrengsten van een warmtekrachtkoppeling-installatie (WKK) verdeeld moesten worden tussen glastuinbouwbedrijf [eiseres] en de eigenaren van de netaansluiting ([gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]). Partijen waren oorspronkelijk overeengekomen de inkomsten uit de zogenaamde 'noodvermogen-markt' op 50/50-basis te delen. Toen [eiseres] de WKK echter primair ging inzetten voor de onbalansmarkt om haar kassen te verwarmen, claimde zij de volledige netto-opbrengst hiervan omdat hierover geen expliciete afspraken waren gemaakt. [gedaagen] weigerden betaling van de facturen (totaal ruim € 240.000), stellende dat zij door dit gewijzigde gebruik inkomsten uit de noodvermogen-pool misliepen en dat [eiseres] wanprestatie pleegde.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van wanprestatie, maar van een leemte in de overeenkomst die op basis van redelijkheid en billijkheid moest worden ingevuld. Het was volgens de rechter niet redelijk dat gedaagden financieel nadeel zouden lijden door het gewijzigde gebruik door [eiseres], terwijl zij wel hun netaansluiting ter beschikking stelden. De rechtbank bepaalde daarom dat de netto-opbrengsten eerst aangewend moesten worden om de misgelopen inkomsten van gedaagden uit de noodvermogen-pool te compenseren (begroot op € 32.000), waarna het restant aan [eiseres] toekwam. De vorderingen tegen de bestuurder en aandeelhouder in privé werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatig handelen
5.6 De conclusie luidt daarom dat er wat betreft de verdeling van opbrengsten uit energieleveranties met de WKK buiten de noodvermogen-pool om, een leemte is in de overeenkomst tussen [eiseres] enerzijds en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] anderzijds. De rechtbank zal deze leemte aanvullen op basis van de redelijkheid en billijkheid.