Gepubliceerd op dinsdag 6 januari 2026
IT 5053
Hoge Raad ||
19 dec 2025
Hoge Raad 19 dec 2025, IT 5053; ECLI:NL:HR:2025:1980 (Verzoekster tegen het gerechtsbestuur), https://itenrecht.nl/artikelen/klacht-over-onjuiste-en-herleidbare-informatie-in-nieuwsbericht

Klacht over onjuiste en herleidbare informatie in nieuwsbericht

HR 19 december 2025, IT 5053; ECLI:NL:HR:2025:1980 (Verzoekster tegen het gerechtsbestuur). De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden heeft een klacht van verzoekster ontvangen over een op www.rechtspraak.nl gepubliceerd nieuwsbericht over een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 mei 2023. De procureur-generaal heeft een vordering ingesteld. Deze vordering strekt ertoe dat de Hoge Raad een onderzoek instelt naar de wijze waarop het gerechtsbestuur de persoonsgegevens van verzoekster en haar jongste dochter in het nieuwsbericht heeft verwerkt. De klacht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel klaagt over een feitelijke onjuistheid in het nieuwsbericht. Het tweede onderdeel klaagt erover dat de in het nieuwsbericht gegeven informatie tot verzoekster herleidbaar is en zij daarmee in een negatief daglicht is komen te staan. De AVG is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door gerechten.  

Het eerste onderdeel van de klacht houdt in dat de zin in het nieuwsbericht "Ook 3 vriendinnetjes van het meisje en haar jongere zusje deden aangifte" onjuist is, omdat die zin tot uitdrukking brengt dat het jongere zusje (de jongste dochter van verzoekster) aangifte heeft gedaan, terwijl de jongste dochter van verzoekster destijds (nog) geen aangifte had gedaan. Deze zinsnede komt niet voor in het vonnis. Volgens het gerechtsbestuur is de zin ongelukkig geformuleerd. Volgens de Hoge Raad ligt het voor de hand om de zin zo te lezen dat ook het jongere zusje aangifte heeft gedaan. Dat was op het moment dat het vonnis gewezen werd, nog niet zo. Daardoor is de zin in het nieuwsbericht geen juiste weergave van wat in het vonnis is overwogen en feitelijk onjuist. Dit betekent dat de zin in het nieuwsbericht een verwerking van persoonsgegevens is die in strijd is met het beginsel van juistheid. Het eerste onderdeel van de klacht is dus gegrond. Het tweede onderdeel klaagt over herleidbaarheid van de informatie. Volgens verzoekster is de informatie herleidbaar omdat in het nieuwsbericht de woonplaats van het gezin wordt vermeld en doordat er bepaalde uitspraken zijn genoemd. De combinatie van het vermelden van de plaatsnaam, leeftijd verdachte, de gezinssituatie en de geciteerde zinnen leidde ertoe dat verzoekster en haar jonge dochter voor hun omgeving identificeerbaar waren. Verzoekster is zelfs daadwerkelijk geïdentificeerd, haar werkgever heeft een ordemaatregel opgelegd en ze is bedreigd. De inbreuk die het nieuwsbericht heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer was niet noodzakelijk. Ook is het nieuwsbericht niet in overeenstemming met het beginsel van minimale gegevensverwerking en de proportionaliteit en de subsidiariteit. Het tweede onderdeel is ook gegrond. De Hoge Raad gaat ervan uit dat het gerechtsbestuur aanleiding zal geven het nieuwsbericht te verwijderen of aanpassen. 

4.14 Het ligt voor de hand de zin in het nieuwsbericht zo te lezen dat ook het jongere zusje aangifte heeft gedaan. Dit blijkt ook uit berichtgeving in de pers naar aanleiding van het nieuwsbericht, waarin melding wordt gemaakt van aangifte door het jongere zusje, zoals verzoekster naar voren heeft gebracht in haar hiervoor in 2.1 onder 14 genoemde e-mail. Het staat vast dat de jongste dochter van verzoekster op het moment van het wijzen van het vonnis geen aangifte had gedaan. Het vonnis bevat geen overwegingen over een aangifte door de jongste dochter. De zin in het nieuwsbericht is dus geen juiste weergave van wat in het vonnis is overwogen en is, in de voor de hand liggende lezing, feitelijk onjuist. 

Dit betekent dat de zin in het nieuwsbericht een verwerking van persoonsgegevens is die in strijd is met het beginsel van juistheid (zie hiervoor in 4.5). Dat het mogelijk is de zin zo te lezen dat ‘ook drie vriendinnetjes van het meisje en van het jongere zusje aangifte deden’, doet daar niet aan af, nog daargelaten dat het vonnis waarop het nieuwsbericht betrekking had pas bijna een jaar later is gepubliceerd en het nieuwsbericht in de tussentijd dus niet in samenhang met het vonnis kon worden gelezen. 

Het eerste onderdeel van de klacht is dus gegrond. 

4.21 Tegen deze achtergrond is het tweede klachtonderdeel gegrond voor zover het erover klaagt dat in het nieuwsbericht de combinatie van de hiervoor in 4.20 bedoelde persoonsgegevens is opgenomen in samenhang met de beschrijving van het misbruik en van onderdelen van de getuigenverklaringen van verzoekster. Het nieuwsbericht was tot verzoekster herleidbaar en de inhoud van het nieuwsbericht was zodanig dat kon worden voorzien dat herkenning van verzoekster voor haar ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Het nieuwsbericht bevat een gedetailleerde beschrijving van het misbruik en beschrijft onderdelen van de getuigenverklaring(en) van verzoekster in haar hoedanigheid van moeder van een van de slachtoffers. Daar komt bij dat de aard van het delict, seksueel misbruik van kinderen, in de maatschappij sterke gevoelens van afkeuring oproept, wat de herleidbaarheid tot personen extra bezwaarlijk maakt. De omstandigheid dat het nieuwsbericht geen betrekking heeft op seksueel gedrag van verzoekster, doet er niet aan af dat het samenstel van de informatie in het nieuwsbericht ook voor haar stigmatiserend kan zijn. Daarom geldt ten aanzien van deze onderdelen van het nieuwsbericht de norm dat verwerking van deze gegevens slechts is toegestaan indien dat noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang (zie hiervoor in 4.6). 

4.22 De met het nieuwsbericht gemaakte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verzoekster was niet noodzakelijk, alleen al omdat niet valt in te zien dat het niet mogelijk was een voldoende informatief nieuwsbericht te publiceren dat niet tot verzoekster herleidbaar was. Het nieuwsbericht berust in zoverre dus niet op de in art. 6 lid 1, aanhef en onder e, AVG genoemde grondslag (zie hiervoor in 4.6) en is niet in overeenstemming met het beginsel van minimale gegevensverwerking en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (zie hiervoor in 4.5). Het tweede onderdeel van de klacht is daarom ook gegrond.