Gepubliceerd op maandag 26 oktober 2026
IT 5599
Rechtbank Noord-Holland ||
25 mrt 2026,
Rechtbank Noord-Holland 25 mrt 2026,, IT 5599; ECLI:NL:RBNHO:2026:13808 ([eiser] tegen De Huurwoningbemiddelaar Den Helder), https://itenrecht.nl/artikelen/kantonrechter-verwijst-avg-inzagezaak-naar-verzoekschriftprocedure

Kantonrechter verwijst AVG-inzagezaak naar verzoekschriftprocedure

Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, IT 5599; ECLI:NL:RBNHO:2026:13808 ([eiser] tegen De Huurwoningbemiddelaar Den Helder). Eiser stelt dat De Huurwoningbemiddelaar Den Helder niet heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 15 AVG om hem tijdig volledige inzage te geven in de persoonsgegevens waarover zij beschikt. Hij vordert onder meer een verklaring voor recht dat de verhuurbemiddelaar in strijd handelt met de artikelen 12 en 15 AVG, volledige inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom en vergoeding van immateriële schade, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De Huurwoningbemiddelaar Den Helder voert verweer.

De kantonrechter overweegt dat eiser zich op grond van artikel 35 Uitvoeringswet AVG met een verzoekschrift had moeten wenden tot een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank. In plaats daarvan heeft eiser de verhuurbemiddelaar gedagvaard voor de kantonrechter. De kantonrechter verwijst de zaak daarom op grond van artikel 69 lid 2 Rv, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de verzoekschriftprocedure. De verwijzing heeft betrekking op alle ingestelde vorderingen, omdat de wet zich daar niet tegen verzet en de vorderingen zo nauw met elkaar samenhangen dat gezamenlijke behandeling uit het oogpunt van proceseconomie aangewezen is. Na verwijzing wordt de dagvaarding als verzoekschrift aangemerkt. Partijen hoeven zich in deze procedure niet door een advocaat te laten bijstaan. Over de gestelde AVG-schending en de gevorderde schadevergoeding wordt nog niet inhoudelijk geoordeeld.

3.1.

Deze zaak gaat over de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). [eiser] grondt zijn vorderingen op de stelling dat De Huurwoningbemiddelaar Den Helder niet voldoet aan haar uit artikel 15 AVG voortvloeiende verplichting om [eiser] tijdig volledige inzage te geven in alle op [eiser] betrekking hebbende persoonsgegevens waarover De Huurwoningbemiddelaar Den Helder beschikt.

3.2.

Indien [eiser] meent dat De Huurwoningbemiddelaar Den Helder deze verplichting niet is nagekomen, dient [eiser] zich door het indienen van een verzoekschrift te wenden tot (een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van) de rechtbank1. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] hieraan niet voldoet. In plaats van een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen, heeft [eiser] De Huurwoningbemiddelaar Den Helder gedagvaard voor de kantonrechter.

3.3.

De kantonrechter zal daarom op de voet van artikel 69 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering deze zaak - in de stand waarin deze zich thans bevindt - verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank om te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.

3.4.

De verwijzing ziet op alle door [eiser] in deze procedure ingestelde vorderingen. De wet (o.a. de Uitvoeringswet AVG) verzet zich daar niet tegen en de verschillende vorderingen hangen zo nauw met elkaar samen dat deze uit oogpunt van proceseconomie gezamenlijke behandeling behoeven.

3.5.

De kantonrechter wijst partijen erop dat zij zich in de verzoekschriftenprocedure niet hoeven te laten bijstaan door een advocaat.2