Gepubliceerd op donderdag 8 december 2022
IT 4174
HvJ EU ||
8 dec 2022
HvJ EU 8 dec 2022, IT 4174; ECLI:EU:C:2022:962 (TU, RE tegen Google), https://itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-recht-op-vergetelheid

HvJ EU: recht op vergetelheid

HvJ EU 8 december 2022, IT 4174; C-460/20, ECLI:EU:C:2022:962 (TU, RE tegen Google) Twee bestuurders van een groep investeringsmaatschappijen hebben Google verzocht om de links die na een zoekopdracht op hun namen worden getoond en leiden naar bepaalde artikelen waarin het investeringsmodel van deze ondernemingsgroep kritisch wordt voorgesteld, uit de zoekresultaten te verwijderen. Zij stellen dat deze artikelen onjuiste beweringen bevatten. De zaak komt bij het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland), hij stelt een tweetal vragen aan het Hof.

Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in te vernemen of art.17 lid 3, onder a AVG aldus moet worden uitgelegd dat bij de afweging die tussen de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest bedoelde rechten enerzijds en die bedoeld in de artikelen 11 en 16 van het Handvest anderzijds moet worden gemaakt ter toetsing van een tot de exploitant van een zoekmachine gericht verwijderingsverzoek dat bedoeld is om de link naar inhoud met beweringen die volgens de indiener van dat verzoek onjuist zijn, te schrappen uit de lijst met zoekresultaten, als voorwaarde voor deze verwijdering geldt dat ten minste voorlopig over de juistheid van de gelinkte inhoud duidelijkheid is verkregen in het kader van een beroep van deze indiener tegen de aanbieder van deze inhoud, wanneer het redelijkerwijs mogelijk is een dergelijke rechtsbescherming te verkrijgen.

Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of art. 12 aanhef en onder b en art. 14 eerste alinea onder a van richtlijn 95/46 en art. 17 lid 3 onder a AVG aldus moeten worden uitgelegd dat bij de afweging die tussen de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest bedoelde rechten enerzijds en die bedoeld in de artikelen 11 en 16 van het Handvest anderzijds moet worden gemaakt ter toetsing van een tot de exploitant van een zoekmachine gericht verwijderingsverzoek dat ertoe strekt om in de vorm van miniaturen weergegeven foto’s met daarop de afbeelding van een natuurlijke persoon te schrappen uit de resultaten van een zoekopdracht naar afbeeldingen op naam van die persoon, op doorslaggevende wijze rekening moet worden gehouden met de oorspronkelijke context waarin deze foto’s op internet werden gepubliceerd.

Het Hof oordeelt dat wanneer de persoon die om verwijdering van links heeft verzocht relevante en afdoende bewijzen overlegt die zijn verzoek kunnen staven en aantonen dat de informatie in de gelinkte inhoud kennelijk onjuist is, de exploitant van de zoekmachine dit verzoek tot verwijdering van links moet inwilligen. Verder moet bij thumbnails rekening worden gehouden met hun informatieve waarde los van de context van de publicatie van deze foto’s op de website waarvan zij afkomstig zijn.

Het Hof (Grote kamer) verklaart voor recht:

1. Artikel 17, lid 3, onder a), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)

moet aldus worden uitgelegd dat:

bij de afweging die tussen de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bedoelde rechten enerzijds en die bedoeld in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten anderzijds moet worden gemaakt ter toetsing van een tot de exploitant van een zoekmachine gericht verwijderingsverzoek dat ertoe strekt om de link naar inhoud met beweringen die volgens de indiener van dat verzoek onjuist zijn, te schrappen uit de lijst met zoekresultaten, niet als voorwaarde voor deze verwijdering geldt dat ten minste voorlopig over de juistheid van de gelinkte inhoud duidelijkheid is verkregen in het kader van een beroep van deze indiener tegen de aanbieder van deze inhoud.

2. Artikel 12, aanhef en onder b), en artikel 14, eerste alinea, onder a), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en artikel 17, lid 3, onder a), van verordening 2016/679

moeten aldus worden uitgelegd dat:

bij de afweging die tussen de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten bedoelde rechten enerzijds en die bedoeld in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten anderzijds moet worden gemaakt ter toetsing van een tot de exploitant van een zoekmachine gericht verwijderingsverzoek dat ertoe strekt om in de vorm van miniaturen weergegeven foto’s met daarop de afbeelding van een natuurlijke persoon te schrappen uit de resultaten van een zoekopdracht naar afbeeldingen op naam van die persoon, rekening moet worden gehouden met de informatieve waarde van deze foto’s, los van de context van de publicatie ervan op de website waarvan zij afkomstig zijn, maar dat daarbij wel alle tekst in aanmerking moet worden genomen die direct bij de weergave van deze foto’s in de zoekresultaten is geplaatst en meer duidelijkheid kan geven over de informatieve waarde daarvan.