Gepubliceerd op donderdag 30 juli 2026
IT 5392
HvJ EU ||
9 jul 2026,
HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5392; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-dynamische-streamingdienst-valt-onder-begrip-digitale-dienst

HvJ EU: dynamische streamingdienst valt onder begrip digitale dienst

HvJ EU 9 juli 2026, IT 5392; RB 4066; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation). In deze zaak biedt Sky Österreich een streamingdienst aan waarmee consumenten via een link of applicatie toegang krijgen tot programma’s die op een server zijn opgeslagen. De programma’s kunnen live of on demand worden bekeken en, afhankelijk van de beschikbare licenties, worden gedownload en offline worden bekeken. Een download kan slechts eenmaal worden bekeken en moet binnen 48 uur vanaf het begin van het afspelen volledig zijn bekeken. Bij het online afsluiten van een abonnement moet de consument instemmen met een beding waarin hij ermee akkoord gaat dat Sky Österreich vóór het verstrijken van de herroepingstermijn van veertien dagen met de uitvoering van de overeenkomst begint en erkent dat hij daardoor zijn herroepingsrecht verliest. De Oostenrijkse consumentenorganisatie Verein für Konsumenteninformation (VKI) stelt dat deze informatie ontoereikend is, omdat het streamingabonnement een digitale dienst vormt en het herroepingsrecht pas vervalt wanneer die dienst volledig is geleverd. Sky Österreich stelt daarentegen dat zij digitale inhoud levert, zodat het herroepingsrecht volgens haar is uitgesloten zodra de uitvoering van de overeenkomst een aanvang neemt. Nadat VKI in hoger beroep in het gelijk wordt gesteld, vraagt het Oberste Gerichtshof het Hof van Justitie in wezen of een dergelijke streamingdienst moet worden aangemerkt als de levering van digitale inhoud in de zin van artikel 2, punt 11, en artikel 16, eerste alinea, onder m, Richtlijn 2011/83.

Het Hof oordeelt dat noch de technische wijze waarop digitale gegevens worden overgedragen en toegankelijk worden gemaakt, noch het continue karakter van de levering op zichzelf volstaat om digitale inhoud van een digitale dienst te onderscheiden. Het onderscheid moet worden gemaakt naar de mate van betrokkenheid van de handelaar bij de levering van de digitale gegevens. Een digitale dienst wordt gekenmerkt door een dynamisch aanbod dat verder gaat dan het stabiel en, in voorkomend geval, continu ter beschikking stellen van specifieke inhoud. Daarvan kan met name sprake zijn wanneer het aanbod wordt aangepast aan het gedrag of de verwachtingen van de consument of wanneer de handelaar door bijvoorbeeld aanbevelingen invloed uitoefent op de wijze waarop de dienst wordt gebruikt. Bij Sky Österreich gaat het volgens de verwijzingsbeslissing om een grote verscheidenheid aan inhoud, verschillende op consumentenprofielen afgestemde abonnementen, een specifieke infrastructuur, actualisering van het aanbod en individuele aanbevelingen. Onder voorbehoud van verificatie van deze omstandigheden door de verwijzende rechter kwalificeert de streamingdienst daarom als een digitale dienst in de zin van artikel 2, punt 16, en niet als de levering van digitale inhoud waarop de uitzondering van artikel 16, eerste alinea, onder m, van toepassing is. Het Hof benadrukt daarbij dat deze uitzondering op het herroepingsrecht strikt moet worden uitgelegd. Dat de inhoud vanaf het sluiten van de overeenkomst toegankelijk is, betekent volgens het Hof bovendien niet dat alle prestaties onmiddellijk volledig zijn verricht, aangezien ook de mogelijkheid om de inhoud gedurende de abonnementsperiode voortdurend en eventueel herhaald te bekijken onderdeel is van de dienst. De erkenning van een herroepingsrecht brengt volgens het Hof geen onevenwicht tussen de belangen van de consument en de handelaar mee. Wanneer de consument heeft verzocht om de overeenkomst reeds tijdens de herroepingstermijn uit te voeren en vervolgens zijn herroepingsrecht uitoefent, is hij op grond van artikel 14 lid 3 Richtlijn 2011/83 een bedrag verschuldigd dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd. Dit bedrag wordt in beginsel aan de hand van de overeengekomen prijs pro rata temporis berekend. Wanneer een consument echter op een specifiek tijdstip een abonnement afsluit met als enig doel tijdens de herroepingstermijn toegang te krijgen tot bepaalde inhoud met een bijzonder hoge waarde, hoeft de vergoeding niet uitsluitend op basis van de gebruiksduur te worden bepaald. De handelaar mag mede rekening houden met de economische waarde van de in die periode beschikbaar gestelde en bekeken inhoud, waarbij in voorkomend geval de marktwaarde daarvan als grondslag kan dienen. 

54. Gelet op het voorgaande dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat artikel 16, eerste alinea, onder m), van richtlijn 2011/83, gelezen in samenhang met artikel 2, punt 11, van deze richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat het leveren van een streamingdienst waardoor een consument via een hyperlink of een digitale applicatie toegang krijgt tot op een server opgeslagen digitale gegevens zodat hij deze live, op aanvraag of na het downloaden ervan offline op een eigen opslagmedium kan bekijken, geen levering van „digitale inhoud” in de zin van deze bepalingen vormt, maar een levering van een „digitale dienst” in de zin van artikel 2, punt 16, van deze richtlijn, wanneer het aanbod van de betrokken handelaar een dynamisch karakter heeft dat verder gaat dan louter het stabiel en, in voorkomend geval, continu ter beschikking stellen van specifieke inhoud.