Gepubliceerd op donderdag 17 september 2026
IT 5520
Hoge Raad ||
17 jul 2026,
Hoge Raad 17 jul 2026,, IT 5520; ECLI:NL:HR:2026:1295 ([eiser] tegen Capgemini), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hr-ontbreken-van-verzuim-bij-wanprestatie-sluit-vordering-uit-onrechtmatige-daad-niet-uit

HR: ontbreken van verzuim bij wanprestatie sluit vordering uit onrechtmatige daad niet uit

HR 17 juli 2026, IT 5520; ECLI:NL:HR:2026:1295 ([eiser] tegen Capgemini). [eiser] vordert uit hoofde van aan hem overgedragen vorderingen van Equihold schadevergoeding van Capgemini wegens tekortkomingen bij de ontwikkeling van de sportapplicatie 1-2 Focus. Capgemini was op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomsten verantwoordelijk voor de kwaliteit van de software, terwijl Equihold onder meer verantwoordelijk bleef voor de functionaliteit, planning en deadlines. Het gerechtshof Den Haag wees de vorderingen uit wanprestatie af omdat Capgemini niet in verzuim was geraakt. De Hoge Raad laat dat oordeel in stand. Het hof mocht oordelen dat de toezegging van Capgemini in december 2006 om de gebreken binnen een half jaar op te lossen, gelet op de wijze van samenwerking, het voortdurende overleg, de RUP-methodiek en het ontbreken van een vastomlijnd eindproduct en tijdschema, geen voor de voldoening bepaalde termijn was in de zin van art. 6:83 onder a BW. Ook heeft het hof niet miskend dat een beroep op het ontbreken van verzuim ook tussen professionele partijen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. In dit geval achtte het hof daarvoor onvoldoende grond aanwezig. De klachten over de gestelde blijvende onmogelijkheid van nakoming en over het beroep van Capgemini op de contractuele beperking van aansprakelijkheid slagen evenmin.

De Hoge Raad casseert het arrest wel voor zover het hof de vordering uit onrechtmatige daad heeft afgewezen. Het hof had geoordeeld dat daarvoor geen ruimte bestond omdat [eiser] aan die vordering dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag had gelegd als aan zijn vordering wegens wanprestatie. Volgens de Hoge Raad miskent dit oordeel dat de afwijzing van de vorderingen uit wanprestatie vanwege het ontbreken van verzuim van Capgemini niet zonder meer meebrengt dat ook de vorderingen uit onrechtmatige daad niet toewijsbaar zijn. Die grondslag moet daarom afzonderlijk worden beoordeeld. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag en verwijst de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Het deels voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van Capgemini wordt verworpen.

3.5.1

Onderdeel 4 bestrijdt de afwijzing door het hof van de vordering van [eiser] uit onrechtmatige daad (rov. 10.1-10.3).

3.5.2

Het hof overweegt in rov. 10.1 dat een vordering uit onrechtmatige daad kan bestaan naast een vordering uit wanprestatie indien daaraan andere feiten en verwijten ten grondslag worden gelegd. Vervolgens geeft het hof in rov. 10.2 een weergave van de stellingen die [eiser] ten grondslag heeft gelegd aan zijn vordering uit onrechtmatige daad. Het hof constateert dat [eiser] die feiten en omstandigheden ook heeft aangevoerd ter onderbouwing van zijn betoog dat Capgemini wanprestatie heeft gepleegd. Daarom bestaat in dit geval geen ruimte om op grond van de gestelde onrechtmatige daad anders te oordelen dan over de wanprestatie, aldus het hof in rov. 10.3.

3.5.3

Onderdeel 4.1 klaagt terecht dat het hof met dit oordeel heeft miskend dat de afwijzing door het hof van de op wanprestatie gebaseerde vorderingen van [eiser] vanwege het ontbreken van verzuim van Capgemini niet zonder meer meebrengt dat ook de vorderingen van [eiser] op grond van onrechtmatige daad niet toewijsbaar zijn .

3.5.4

De overige klachten van onderdeel 4 behoeven geen behandeling.