Gepubliceerd op vrijdag 6 november 2026
IT 5608
Hoge Raad ||
6 okt 2026,
Hoge Raad 6 okt 2026,, IT 5608; ECLI:NL:HR:2026:1615 ([verdachte], prejudiciële beslissing smartphoneonderzoek), https://itenrecht.nl/artikelen/hoge-raad-voor-forensische-kopie-smartphone-voorlopig-geen-voorafgaande-rechterlijke-machtiging-vereist

Hoge Raad: voor forensische kopie smartphone voorlopig geen voorafgaande rechterlijke machtiging vereist

HR 6 oktober 2026, IT 5608; ECLI:NL:HR:2026:1615 ([verdachte], prejudiciële beslissing smartphoneonderzoek). De Hoge Raad buigt zich over prejudiciële vragen van de rechter-commissaris van de Rechtbank Oost-Brabant over de vraag of politie en justitie zonder voorafgaande rechterlijke machtiging een forensische kopie van de inhoud van een inbeslaggenomen smartphone mogen maken. Aanleiding is een strafrechtelijk onderzoek waarin de politie na inbeslagneming van een iPhone een forensische kopie van de gegevens heeft gemaakt om deze veilig te stellen, zonder daarvoor vooraf een machtiging van de rechter-commissaris te verkrijgen. Voor het daaropvolgende inhoudelijke onderzoek aan de gegevens is wel een machtiging gevraagd. De rechter-commissaris vraagt zich af of deze werkwijze verenigbaar is met het Unierecht, in het bijzonder Richtlijn (EU) 2016/680 en het arrest CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (C-548/21). Volgens dat arrest is bij toegang tot persoonsgegevens die het risico van een ernstige of zeer ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene meebrengt, in beginsel een voorafgaande toetsing door een rechter of onafhankelijk bestuursorgaan vereist.

De Hoge Raad oordeelt voorlopig dat het maken van een forensische kopie als bevriezingsmaatregel zonder voorafgaande rechterlijke machtiging niet onverenigbaar is met het Unierecht, mits technisch wordt gewaarborgd dat opsporingsambtenaren vóór de vereiste machtiging geen inhoudelijke kennis kunnen nemen van de persoonsgegevens. Ook de daaropvolgende technische handelingen om de veiliggestelde gegevens om te zetten in leesbare en analyseerbare gegevens kunnen onder die voorwaarde zonder voorafgaande rechterlijke toetsing plaatsvinden. Volgens de Hoge Raad ontstaat het reële risico van een ernstige of zeer ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene pas wanneer opsporingsambtenaren daadwerkelijk inhoudelijk toegang kunnen krijgen tot die gegevens. Voor inhoudelijke toegang die een dergelijk risico meebrengt, blijft in beginsel een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris vereist. Alleen in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken. Omdat de rechtspraak van het Hof van Justitie op dit punt verschillende interpretaties toelaat, stelt de Hoge Raad een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU. In afwachting van de beantwoording daarvan kan in lopende strafzaken worden uitgegaan van het voorlopige oordeel. De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan.

6.3.5

Het voorlopige oordeel van de Hoge Raad komt erop neer dat aan het maken van een kopie van de inhoud van (een digitale-gegevensdrager of een geautomatiseerd werk, waaronder) een smartphone en de daarop volgende technische handelingen – met gebruikmaking van daarvoor bedoelde technische middelen (zoals software) of met tussenkomst van (specialistische) opsporingsambtenaren die geen deel uitmaken van een onderzoeksteam dat is belast met de opsporing van strafbare feiten – om te komen tot een omzetting van de veiliggestelde gegevens in (categorieën van) voor mensen leesbare en analyseerbare gegevens, niet een rechterlijke machtiging vooraf hoeft te gaan, omdat een opsporingsambtenaar als gevolg van deze handelingen nog niet inhoudelijke toegang tot de betreffende gegevens verkrijgt en daarom niet een reëel risico bestaat op een (zeer) ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene. Dat risico ontstaat pas als daadwerkelijk kennis kan worden genomen van die gegevens. Uitsluitend in die (uitzonderlijke) gevallen waarin voorzienbaar is dat inhoudelijke toegang tot bepaalde gegevens niet het risico van een (zeer) ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene oplevert, kan een rechterlijke machtiging achterwege blijven.