Gepubliceerd op maandag 22 juni 2026
IT 5320
Overige instanties ||
24 feb 2026
Overige instanties 24 feb 2026, IT 5320; ECLI:NL:OGEABES:2026:39 ((Telbo tegen Netpro) ), https://itenrecht.nl/artikelen/gerecht-bes-it-dienstverlener-moet-dienstverlening-voortzetten-tijdens-overstap-naar-nieuwe-leverancier

Gerecht BES: IT-dienstverlener moet dienstverlening voortzetten tijdens overstap naar nieuwe leverancier

Gerecht Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 februari 2026, IT&Recht 5320; ECLI:NL:OGEABES:2026:39 (Telbo tegen Netpro). In deze zaak tussen Telbo en Netpro staat de afwikkeling centraal van een overeenkomst op grond waarvan Netpro IT-diensten verleent aan telecommunicatieprovider Telbo op Bonaire. Nadat de overeenkomst was opgezegd, ontstond een geschil over de wijze waarop de dienstverlening moest worden beëindigd en overgezet naar een nieuwe IT-dienstverlener. Het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba oordeelt in kort geding dat beide partijen onvoldoende voortvarend hebben gehandeld bij de afwikkeling van de overeenkomst. Netpro moet haar dienstverlening daarom voorlopig voortzetten, terwijl Telbo binnen tien dagen de benodigde nieuwe apparatuur moet bestellen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Telbo en Netpro sloten in 2019 een zogenoemde Managed Services Agreement (MSA), op grond waarvan Netpro verschillende IT-diensten aan Telbo leverde. In de overeenkomst waren onder meer bepalingen opgenomen over de beëindiging van de samenwerking, waaronder een exitregeling en afspraken over de overdracht van de dienstverlening aan een andere leverancier. Partijen verschillen van mening over het moment waarop de overeenkomst precies is geëindigd, maar zijn het erover eens dat de MSA inmiddels is beëindigd en moet worden afgewikkeld. Daarbij moeten de door Netpro beheerde systemen worden overgezet naar een nieuwe IT-dienstverlener van Telbo. Voor dat migratietraject is medewerking van beide partijen vereist. In de MSA is bepaald dat het migratietraject als project onder verantwoordelijkheid van Telbo moet worden georganiseerd. Volgens Telbo werkt Netpro onvoldoende mee aan de afwikkeling en bestaat het risico dat Netpro haar dienstverlening voortijdig staakt. Telbo vreest dat daardoor haar eigen dienstverlening en facturatie aan inwoners van Bonaire in gevaar komen. Netpro wijst er juist op dat Telbo zelf verantwoordelijk is voor de vertraging van het migratietraject en stelt dat zij niet onbeperkt verantwoordelijk wil blijven voor dienstverlening op verouderde apparatuur. Netpro verlangt daarom onder meer een vrijwaring voor eventuele aansprakelijkheid en heeft daarnaast een voorschotvergoeding voor haar dienstverlening gevorderd. Het Gerecht stelt voorop dat beide partijen een gemeenschappelijk belang hebben bij een spoedige afwikkeling van de overeenkomst. Vervolgens oordeelt het dat zowel Netpro als Telbo steken hebben laten vallen. Netpro had op grond van de MSA al binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een concept-exitplan moeten opstellen. Dat gebeurde niet. Ook nadat Telbo de overeenkomst had opgezegd, verstrekte Netpro lange tijd geen exitplan en werden technische gegevens pas in januari 2026 gedeeld. Op vragen van het Gerecht over deze vertraging kon Netpro geen duidelijke verklaring geven. Ook Telbo treft volgens het Gerecht een verwijt.

Hoewel zij de overeenkomst al op 31 januari 2025 had opgezegd, is niet gebleken dat zij voortvarend werk heeft gemaakt van het migratietraject. Telbo vroeg pas eind november 2025 om het exitplan en had bovendien pas vanaf december 2025 een nieuwe IT-dienstverlener in beeld. Daarnaast beschikte Telbo ten tijde van de zitting nog niet over de nieuwe apparatuur die nodig is om de migratie uit te voeren; een bestelling was nog niet geplaatst. Naar voorlopig oordeel hadden beide partijen hun verplichtingen eerder en zorgvuldiger moeten nakomen. De vordering van Telbo om Netpro te bevelen alle verplichtingen uit de MSA na te komen wordt afgewezen, omdat deze te algemeen is geformuleerd. Ook de vordering om Netpro te bevelen om “volledige medewerking” aan de afwikkeling te verlenen, wordt als te onbepaald afgewezen. Anders ligt dat voor de vordering tot voortzetting van de dienstverlening. Het Gerecht stelt vast dat Netpro op grond van de overeenkomst verantwoordelijk blijft voor de onder haar beheer vallende diensten totdat de overdracht aan de nieuwe IT-dienstverlener heeft plaatsgevonden. De vraag of Telbo zelf tekortgeschoten is en daardoor vertraging heeft veroorzaakt, kan volgens het Gerecht in dit kort geding in het midden blijven. Die kwestie kan in een eventuele bodemprocedure worden beoordeeld. Bij de belangenafweging kent het Gerecht groot gewicht toe aan de gevolgen die beëindiging van de dienstverlening voor Telbo en haar klanten op Bonaire zou hebben. Volgens Telbo zijn haar klantgegevens en facturatie afhankelijk van de systemen van Netpro. Bovendien had Netpro eerder zelf gewaarschuwd voor risico's voor de telecommunicatievoorzieningen op Bonaire. Tegenover deze belangen staat het belang van Netpro om niet aansprakelijk te worden gehouden voor eventuele schade die voortvloeit uit het gebruik van verouderde apparatuur. Dat belang weegt volgens het Gerecht minder zwaar. Mocht Netpro in de toekomst aansprakelijk worden gesteld, dan zal die aansprakelijkheid afzonderlijk moeten worden beoordeeld. De door Netpro gevorderde vrijwaring wordt daarom afgewezen. De door Netpro gevorderde voorschotvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang. Het Gerecht beveelt Netpro daarom haar dienstverlening ononderbroken voort te zetten totdat de IT-diensten zijn overgedragen aan de nieuwe IT-dienstverlener van Telbo, op straffe van een dwangsom van USD 10.000 per dag met een maximum van USD 250.000. In reconventie wordt Telbo bevolen om binnen tien dagen de benodigde apparatuur te bestellen waarop Netpro haar diensten kan overzetten. Ook aan dat bevel wordt een dwangsom van USD 10.000 per dag verbonden, eveneens gemaximeerd op USD 250.000. De overige vorderingen van partijen – waaronder de vordering van Netpro tot verstrekking van contactgegevens van de nieuwe IT-dienstverlener en de algemene vorderingen tot “medewerking” aan de afwikkeling – worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.

3.8. Aan hun vorderingen leggen Telbo en Netpro allebei het verwijt ten grondslag dat de andere partij onvoldoende meewerkt aan een spoedige en correcte afwikkeling van de MSA. Om die vorderingen te beoordelen, zal het Gerecht eerst een voorlopig oordeel geven over de medewerking van partijen bij de afwikkeling van de MSA.

3.9. Het Gerecht stelt voorop dat het niet in geschil is dat de MSA op dit moment geëindigd is. Bovendien hebben beide partijen verklaard dat zij zo spoedig mogelijk tot afwikkeling van de MSA over willen gaan. In die zin hebben zij dus een gemeenschappelijk belang.

3.10. In de MSA is overeengekomen dat Netpro verplicht is om binnen drie maanden na aanvang van de MSA een concept ‘exit plan’ op te stellen, zodat partijen daarna in onderling overleg een definitief ‘exit plan’ vast kunnen stellen. Een ‘exit plan’ is bedoeld om het migratietraject na het eindigen van de MSA soepel te laten verlopen.1 Een concept ‘exit-plan’ is niet binnen drie maanden na aanvang van de MSA met Telbo gedeeld. Ook na het e-mailbericht van 31 januari 2025 van Telbo waarin de MSA is opgezegd is er geen ‘exit plan’ door Netpro met Telbo gedeeld. Zelfs na het e-mailbericht van 18 september 2025 waarin [managing director Netpro] de opzegging van de MSA aan [bestuurder Telbo] bevestigt is geen ‘exit plan’ aan Telbo verstrekt. Pas op 28 november 2025 is een op 2 juni 2025 gedateerd document met de titel ‘Telbo offboarding’ door Netpro met Telbo gedeeld. Toen het document met Telbo was gedeeld, heeft Telbo daarover op 23 december 2025 technische vragen gesteld. Pas op 22 januari 2026 heeft Netpro de gevraagde technische gegevens aan Telbo verstrekt. Op de mondelinge behandeling heeft het Gerecht vragen aan Netpro gesteld over het moment van aanleveren van het ‘exit plan’ en de technische gegevens, maar op die vragen is door Netpro geen duidelijk antwoord gegeven.

3.11. In de MSA is overeengekomen dat het migratietraject als project georganiseerd moet worden en dat dit project onder de verantwoordelijkheid van Telbo moet worden uitgevoerd.2 Omdat Telbo op 31 januari 2025 de MSA heeft opgezegd, had zij vanaf dat moment met (de voorbereidingen van) dat project kunnen beginnen. Op de mondelinge behandeling heeft het Gerecht aan Telbo gevraagd welke inspanningen zij na 31 januari 2025 heeft verricht, maar op die vragen is door Telbo geen duidelijk antwoord gegeven. Niet gebleken is dat Telbo eerder dan in de brief van haar gemachtigde van 28 november 2025 aan Netpro heeft gevraagd om het ‘exit plan’ aan haar te verstrekken. Bovendien verklaarde [bestuurder Telbo] op de mondelinge behandeling dat de nieuwe IT-dienstverlener pas vanaf december 2025 bij Telbo in beeld is. Het voorgaande getuigt van een weinig voortvarende aanpak van Telbo bij haar taak tot het organiseren van het migratieproject. Daar komt bij dat [bestuurder Telbo] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat Telbo nieuwe apparatuur nodig heeft om de migratie te laten plaatsvinden. Voor die nieuwe apparatuur is Telbo nog pas in het stadium van het beoordelen van een offerte. Een bestelling is nog niet geplaatst. Weliswaar stelt Telbo dat zij voor het in kaart brengen van de benodigde apparatuur afhankelijk was van technische gegevens van Netpro, maar die gegevens zijn op 22 januari 2026 aan Telbo verstrekt en een bestelling van de apparatuur is nog niet geplaatst.

3.12. Naar voorlopig oordeel van het Gerecht kan beide partijen verweten worden dat zij de afwikkeling van de MSA voortvarender hadden kunnen oppakken; zij hadden allebei hun verplichtingen uit de MSA ten aanzien van het migratietraject eerder kunnen en moeten nakomen.