Gepubliceerd op woensdag 20 juli 2022
IT 3994
Rechtbank Midden-Nederland ||
6 apr 2022
Rechtbank Midden-Nederland 6 apr 2022, IT 3994; ECLI:NL:RBMNE:2022:1292 (eiser tegen gedaagde ), https://itenrecht.nl/artikelen/gegevens-hoeven-niet-te-worden-verwijderd-uit-registers

Gegevens hoeven niet te worden verwijderd uit registers

Vzr. Rb. Midden-Nederland 6 april 2022, IT 3994; ECLI:NL:RBMNE:2022:1292 (eiser tegen gedaagde) Eiser is meerdere jaren werkzaam geweest bij gedaagde. Het contract van eiser werd in 2020 niet meer verlengd. Uit een rapport dat volgde op een door gedaagde ingesteld onderzoek bleek dat eiser zich schuldig had gemaakt aan niet-ambtelijke corruptie. Naar aanleiding hiervan zijn de gegevens van eiser opgenomen in het Incidentenregister (hierna: IR), het bijbehorend Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR) en het Intern Verwijzingsregister (hierna: IVR) van gedaagde. Eiser wil dat deze registraties verwijderd worden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagde op grond van het onderzoeksrapport en de daaruit getrokken conclusies gerechtigd was eiser te registreren in het IR, IVR en EVR. 

3.3.3. [eiser] heeft in algemene termen gesteld dat zijn privacy is geschonden. Welk nadeel hij daarvan heeft ondervonden heeft hij niet uiteengezet en blijkt ook niet uit de stukken. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat het enige nadeel dat [eiser] heeft ondervonden, het aan het licht komen van zijn zakelijke samenwerking met [A] is en dat het belang van [eiser] bij zijn beroep op bescherming van zijn privacy er in gelegen is dat die zakelijke informatie niet bekend zou worden en gebruikt wordt. [eiser] wenst daarbij dat ook informatie buiten beschouwing wordt gelaten die verkregen is vanuit onderzoek naar (privé) gegevens van [A] . Zijn belang is in die zin dus afgeleid van het vermeende belang dat [A] zou kunnen hebben bij de bescherming van diens persoonsgegevens. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit belang van [eiser] niet een belang dat artikel 8 EVRM beoogt te beschermen of in dit geval bescherming verdient. Te meer om dat uit de inhoudelijke beoordeling van de vraag of de verkregen informatie moet leiden tot de registraties (zie hierna) volgt dat het belang van de [gedaagde] bij gebruik van de verkregen informatie groot is.

3.6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de [gedaagde] is op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van het rapport en de daaruit getrokken conclusies gerechtigd was [eiser] te registreren in het IR, IVR en EVR. Dat zal hierna per register worden uitgelegd.