Gepubliceerd op dinsdag 18 juli 2023
IT 4318
Rechtbank Oost-Brabant ||
12 jul 2023
Rechtbank Oost-Brabant 12 jul 2023, IT 4318; ECLI:NL:ROBR:2023:3581 (Verano/GAC), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-schending-van-it-zorgplicht-door-gac

Ingezonden door Pieter Ballings en Luuk Jonker, Holla Legal & Tax

Geen schending van IT zorgplicht door GAC

Rechtbank Oost-Brabant 12 juli 2023, IT 4318, ECLI:NL:RBOBR:2023:3581 (Verano/GAC) Het geschil gaat over de misgelopen samenwerking tussen GAC, die IT-diensten verleent, en Verano. Verano verwijt GAC ervan dat de implementatie van een automatiseringsproject waarvoor GAC was aangenomen dermate slecht verliep dat Verano een hoop tijd en kosten heeft moeten maken om het automatiseringssysteem te doen werken. GAC stelt dat zij wel een degelijk systeem heeft geleverd, maar dat deze levering wat langer heeft geduurd dan in de offerte was gepland. Verano vordert vergoeding van de schade.

Verano baseert haar vordering op schending van de zorgplicht die GAC als IT-dienstverlener heeft, omdat Verano maatwerk vroeg en GAC een standaardsysteem leverde. Daardoor is volgens Verano zowel sprake van wanprestatie als onrechtmatig handelen. De rechtbank dient zowel over de contractuele afspraken als het onderhandelingstraject te oordelen. Daaruit blijkt dat partijen andere verwachtingen hadden van de afspraak. De verwijten van Verano komen verder neer op de stelling dat GAC zich niet genoeg in haar heeft verdiept. Dit levert volgens de rechtbank echter geen schending van de zorgplicht op. De informatie-, waarschuwings- en adviesplichtenen die op een IT-dienstverlener rusten en wat de zwaarte daarvan is, zullen onder andere afhangen van de aard van de werkzaamheden die hij op zich heeft genomen en de mate van deskundigheid die hij bezit althans geacht wordt te bezitten. Daarbij wordt als uitgangspunt genomen dat deze plichten zwaarder wegen, naarmate de IT-dienstverlener meer adviseert. De invulling van deze plichten is casuïstiek van aard, maar bij de IT-jurisprudentie wordt de contracttekst als uitgangspunt genomen. Leemtes in die tekst - of onbillijke situaties die door de tekst ontstaan - worden opgevangen door de norm van het 'goed opdrachtgeverschap' en de Haviltex-norm. Deze zijn van belang bij het uitleggen van de tekst. Met deze norm komt de rechter tot de conclusie dat de zorgplicht niet is geschonden. Verano krijgt wel een schadebedrag toegewezen dat is ontstaan bij het gezamenlijk inschakelen van een expert waar GAC niet volledig had voldaan aan haar deel van de betaling. 

5.2 Tussen partijen is niet in geschil dat GAC op grond van artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij haar werkzaamheden als IT-dienstverlener de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. Dat betekent dat zij moet handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. De vraag is welke verplichtingen hier concreet uit voortvloeien.

5.3 Op een IT-dienstverlener kunnen bepaalde informatie-, waarschuwings- en adviesplichten rusten. Welke van deze verplichtingen op de IT-dienstverlener rusten en wat de zwaarte daarvan is, zal onder andere afhangen van de aard van de werkzaamheden die hij op zich heeft genomen en de mate van deskundigheid die hij bezit althans geacht wordt te bezitten. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze informatie-, waarschuwings- en adviesplichten zwaarder zijn naarmate de IT-dienstverlener (meer) adviseert. De zorgplicht voor een IT-dienstverlener is niet vastomlijnd en casuïstisch van aard, toegesneden op de omstandigheden van het geval.

5.4 Wat betreft de verplichtingen waaraan de dienstverlener moet voldoen, blijkt uit de IT-jurisprudentie dat doorgaans de contracttekst als uitgangspunt wordt genomen. Bij leemtes of onbillijke situaties speelt het “goed opdrachtgeverschap” een rol. De vraag hoe de contracttekst moet worden uitgelegd, moet worden beantwoord aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en van wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien. Kort gezegd, is volgens die maatstaf bepalend wat partijen over en weer redelijkerwijs hebben mogen begrijpen en verwachten (artt. 3:33 en 3:35 BW). Hierbij zijn van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, die de rechtsverhouding beheersen, meebrengen (artt. 6:2 en 6:248 BW). Het feitelijk handelen van partijen na het sluiten van de overeenkomst is ook van belang voor de uitleg (ECLI:NL:HR:2004:AP2651).