29 okt 2025
Geen civiele procedure mogelijk voor wijziging registratie boedelregister: verzoek niet-ontvankelijk
Rb. Den Haag 29 oktober 2025, IT 5061; ECLI:NL:RBDHA:2025:20030 ([eiseres] tegen het Rijksvastgoedbedrijf). [eiseres] had zich laten registreren als erfgename van haar overleden ex-echtgenoot in het boedelregister, op basis van een oud testament waarin zij was benoemd tot enig erfgenaam. Na deze registratie werd zij door een notaris erop gewezen dat de erfstelling volgens artikel 4:52 BW was vervallen, omdat zij vóór het overlijden van de erflater van hem was gescheiden. Ze wilde daarom de registratie van haar beneficiaire aanvaarding in het boedelregister laten verwijderen. De registratie in het boedelregister die in deze procedure aan de orde is, zou dan niet in overeenstemming zijn met de daadwerkelijke rechtstoestand.
Uit de processtukken leidt de rechtbank af dat deze procedure erop is gericht de registratie in het boedelregister in overeenstemming te brengen met de rechtstoestand zoals die volgens [eiseres] daadwerkelijk is. Het Besluit Boedelregister bevat alleen geen voorziening voor wijziging van de registratie van de betreffende persoonsgegevens van [eiseres]. Als de in het boedelregister opgenomen gegevens inderdaad onjuist zijn, heeft [eiseres] op grond van de AVG recht op aanpassing van haar gegevens. De AVG is ook van toepassing op de activiteiten van gerechten, voor zover deze niet zien op strafzaken. De situatie die in deze procedure aan de orde is, wordt naar het oordeel van de rechtbank niet bestreken door de Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door de gerechten en het parket bij de Hoge Raad. De persoonsgegevens van [eiseres] zijn immers niet in het Boedelregister verwerkt in het kader van een rechtszaak. Er staat evenmin een andere bijzondere procedure open (zie artikel 47 UAVG). Aangezien de griffier van de rechtbank Den Haag geen bestuursorgaan is, en een specifieke wettelijke regeling ontbreekt, is [eiseres] aangewezen op de procedure zoals die volgt uit de artikelen 34 en 35 UAVG. Dit betekent dat [eiseres] eerst een verzoek kan indienen als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 AVG bij de griffier van de rechtbank Den Haag (de verwerkingsverantwoordelijke). Dit betreft een AVG-verzoek en niet een verzoekschrift in het kader van een civiele verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Als de griffier van de rechtbank Den Haag niet tijdig op het AVG-verzoek beslist of dit afwijst, heeft [eiseres] de mogelijkheid een civiele verzoekschriftprocedure te starten, in overeenstemming met artikel 35 lid 2 UAVG. Dit betekent dat de rechtbank [eiseres] niet-ontvankelijk zal verklaren. [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.
4.11 De rechtbank wil [eiseres] niet van het kastje naar de muur sturen, maar wil haar ook geen woorden in de mond leggen.
De rechtbank leest in de vordering van [eiseres] een verzoek op grond van de artikelen 16 AVG (recht op rectificatie) en 17 lid 1 onder e AVG (recht op gegevenswissing).
Als de advocaat van [eiseres] via Zivver aan de griffie meedeelt dat [eiseres] dit wil, zal de rechtbank dit vonnis intern doorsturen aan de griffier van de rechtbank Den Haag met de vraag de vordering van [eiseres] als een zodanig verzoek in behandeling te nemen. Daarna zal de gewone AVG-procedure moeten worden doorlopen; hierin zal de juistheid van de stellingen van [eiseres] aan de orde komen.
Als [eiseres] meer of andere verzoeken voor ogen staan, zal zij die zelfstandig bij de griffier moeten indienen.