10 sep 2021
Kopieer citeerwijze ||
Eisers tegen Autoriteit Persoonsgegevens en Dienst Wegverkeer
Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Houthoff.
Geen belang om handhavend op te treden
Rechtbank Amsterdam 10 september 2021, IT 3676; ECLI:NL:RBAMS:2021:6488 (Eisers tegen Autoriteit Persoonsgegevens en Dienst Wegverkeer) Het beroep van eisers tegen de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens om niet te handhaven tegen de Dienst Wegverkeer (RDW), wordt door de rechtbank ongegrond verklaard. Eisers meenden dat RDW ten aanzien van hen onjuiste persoonsgegeven had verwerkt en op onrechtmatige wijze geautomatiseerde besluitvorming zou uitvoeren, in de zin van artikel 22 AVG, door middels registervergelijkingen mee te werken aan het opleggen van boetes voor het onverzekerd rondrijden met een voertuig en het niet hebben van en geldige APK-keuring.
9. De rechtbank begrijpt, gezien de voorgeschiedenis van eisers, hun zorgen over het beheer van de registers met persoonsgegevens door de RDW. De rechtbank is echter van oordeel dat de eventuele mogelijkheid dat eisers in de toekomst weer worden geconfronteerd met een nieuwe boete die gebaseerd is op een onjuiste registratie, onvoldoende is om nu al te handhaven. Het verzoek is in zoverre prematuur.
10.Verweerder heeft dus ten onrechte het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard omdat ze geen belanghebbenden zouden zijn. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om dit gebrek in het bestreden besluit te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Eisers zijn door dat gebrek namelijk niet benadeeld aangezien de conclusie van verweerder dat eisers niet- ontvankelijk zijn in hun bezwaar wel juist was.