19 feb 2026,
Kopieer citeerwijze ||
[eiseres] tegen de inspecteur van de Belastingdienst
Gebruik risicoselectiemodel OB Negatief door Belastingdienst niet onrechtmatig
Rb. Den Haag 19 februari 2026, IT 5549; ECLI:NL:RBDHA:2026:5201 ([eiseres] tegen de inspecteur van de Belastingdienst). In deze zaak tussen [eiseres] en de inspecteur van de Belastingdienst staat onder meer de vraag centraal of het gebruik van het risicoselectiemodel OB Negatief bij de selectie voor een boekenonderzoek onrechtmatig is. [eiseres] stelt dat sprake is van een volledig geautomatiseerd model dat in strijd is met de AVG en Europese rechtspraak, waaronder het SCHUFA-arrest. Volgens haar moeten daarom de selectiebeslissing en het daaropvolgende boekenonderzoek buiten beschouwing blijven. Het model OB Negatief gebruikt een aantal selectieregels om negatieve btw-aangiften te selecteren voor een handmatige beoordeling. Daarbij worden onder meer aangiftegegevens, betalingsgegevens, bedrijfsgegevens en eerdere handmatige beoordelingen verwerkt. De Belastingdienst stelt dat bijzondere persoonsgegevens niet worden gebruikt en dat een eventuele correctie pas plaatsvindt na beoordeling door een medewerker. Het model heeft daarmee volgens de Belastingdienst niet rechtstreeks rechtsgevolgen voor belastingplichtigen.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de door de Belastingdienst gegeven uitleg over de wettelijke basis, inrichting en toepassing van het model. [eiseres] heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat het model in haar geval onrechtmatig is toegepast. De rechtbank sluit zich daarom aan bij het standpunt van de Belastingdienst dat het gebruik van OB Negatief niet onrechtmatig is. Ook hoefde de Belastingdienst volgens de rechtbank geen nadere informatie te verstrekken over bijvoorbeeld de gehanteerde signalen, selectiecriteria of interne stukken. Daarvoor bestaat geen wettelijke grondslag. [eiseres] heeft bovendien niet concreet gemaakt dat bij haar sprake was van discriminatie of het gebruik van een ander ongeoorloofd selectiecriterium. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
2.1.11 Conclusie rechtmatigheid gebruik OB negatief
Het gebruik van OB negatief is geregeld in de verschillende wetten, richtlijnen en uitvoeringsregelingen. Daarnaast wordt de gegevensverwerking regelmatig getoetst aan de AVG. Het gebruik van OB negatief heeft nooit rechtstreekse gevolgen voor belastingplichtigen. Besluitvorming zal altijd voorafgegaan worden door menselijke tussenkomst. Ik ben dan ook van mening dat het gebruik van OB negatief om te komen tot een snellere en adequate wijze van selecteren van negatieve aangiften niet onrechtmatig is.”11. De rechtbank stelt voorop dat zij geen enkele aanleiding heeft om te twijfelen aan hetgeen verweerder aanvoert ten aanzien van de wettelijke basis en inrichting van het risicoselectiemodel ‘OB Negatief’, en dat dit model wordt gebruikt zoals hiervoor door verweerder weergegeven. Ook in alles wat eiseres heeft aangevoerd, vindt de rechtbank geen aanleiding daaraan te twijfelen. Eiseres heeft geen concrete feiten of omstandigheden benoemd, laat staan aannemelijk gemaakt, op grond waarvan wel aan de juistheid van het door verweerder aangevoerde zou moeten worden getwijfeld. De (niet geconcretiseerde) algemeenheden en aannames die eiseres aanvoert en waarop zij wijst, vindt de rechtbank daartoe onvoldoende. De rechtbank sluit zich dan ook aan bij het betoog van verweerder en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten alsmede de daaraan door verweerder verbonden conclusie dat het gebruik van risicoselectiemodel ‘OB Negatief’ bij eiseres niet onrechtmatig is. Het andersluidende standpunt van eiseres wordt dus door de rechtbank verworpen.
12. Voor zover eiseres meent dat verweerder haar over (het gebruik van) dit risicoselectieprofiel meer informatie had moeten verstrekken, zoals signalen, criteria of interne stukken dienaangaande, volgt de rechtbank haar ook daarin niet. Voor die claim van eiseres bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen wettelijke grondslag. Ook maken de beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, niet dat een dergelijke verplichting voor verweerder bestaat. Het gaat erom dat verweerder het risicoselectiemodel niet onrechtmatig inzet en gebruikt. Daarvoor heeft eiseres al de door haar gevraagde nadere informatie niet nodig, en daarom is verweerder ook niet gehouden – zo hij daar al over beschikt – daarover meer informatie te verstrekken. De rechtbank benadrukt hierbij nogmaals dat eiseres geen enkel concreet feit of concrete omstandigheid heeft aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat in haar geval of in het geval van de dga sprake is van discriminatie dan wel enig ander onoorbaar selectiecriterium is toegepast.