Gepubliceerd op maandag 8 juni 2026
IT 5297
Rechtbank Limburg ||
6 mei 2026
Rechtbank Limburg 6 mei 2026, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F.]), https://itenrecht.nl/artikelen/energieleverancier-krijgt-opzegvergoeding-toegewezen-na-beeindiging-zakelijk-energiecontract

Energieleverancier krijgt opzegvergoeding toegewezen na beëindiging zakelijk energiecontract

Rb. Limburg 6 mei 2026, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F]). Innova en [de V.O.F.] sloten op 23 juli 2024 via een tussenpersoon een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit met een looptijd van drie jaar. De overeenkomst zou op 1 september 2024 ingaan. Een dag later zei [de V.O.F.] het contract op, waarna de overeenkomst op 2 september 2024 werd beëindigd. Innova bracht daarop een eindafrekening in rekening van € 1.314,29, waarvan € 1.306,46 zag op een contractuele opzegvergoeding wegens voortijdige beëindiging. Volgens [de V.O.F.] was geen opzegvergoeding verschuldigd omdat nauwelijks of geen energie was geleverd, Innova haar schade niet had onderbouwd en sprake zou zijn van een afkoelperiode. Ook voerden zij aan dat de toepasselijke voorwaarden pas na het sluiten van de overeenkomst waren verstrekt.

De kantonrechter volgt deze verweren niet. Uit de overeenkomst bleek dat bij ondertekening was bevestigd dat kennis was genomen van de contractvoorwaarden. Op grond van die voorwaarden mocht Innova bij voortijdige beëindiging een opzegvergoeding in rekening brengen. Dat nauwelijks energie was geleverd of verbruikt, maakt volgens de rechtbank niet dat deze vergoeding vervalt. Evenmin hoefde Innova afzonderlijk te onderbouwen welke concrete schade zij had geleden, nu de vergoeding rechtstreeks voortvloeide uit de overeengekomen contractvoorwaarden. Ook het beroep op een afkoelperiode slaagt niet. Voor zover daarmee werd gedoeld op het herroepingsrecht voor consumenten, is daarvan in deze zaak geen sprake omdat het een zakelijke overeenkomst betreft. Bovendien stond onweersproken vast dat een zakelijke energieovereenkomst direct na ondertekening definitief werd. Naast de opzegvergoeding wijst de rechtbank ook de vaste leverings- en netbeheerkosten van € 7,83, de gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten toe. De V.O.F. en haar vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.663,47, vermeerderd met rente, alsmede € 1.055,37 aan proceskosten

4.4 Innova heeft de opzegvergoeding gebaseerd op artikel 3.5.1. van de contractvoorwaarden. Daarin staat onder andere opgenomen dat in het geval van voortijdige beëindiging van het contract, een opzegvergoeding per product en per aansluiting of allocatiepunt in rekening kan worden gebracht. [de V.O.F.] hebben de overeenkomst op 24 juli 2024 beëindigd. Innova heeft onweersproken gesteld dat bij zakelijke overeenkomsten de overeenkomst direct na tekenen definitief wordt. Doordat [de V.O.F.] ná het tekenen de overeenkomst hebben beëindigd is er sprake van voortijdige beëindiging en zijn zij op grond van de bovengenoemde contractvoorwaarden een opzegvergoeding aan Innova verschuldigd. Dat er nagenoeg geen sprake is van verbruik en levering van elektriciteit en gas doet daar niet aan af. Daarnaast wordt door [de V.O.F.], gesteld dat sprake is van een ‘afkoelperiode’. Voor zover [de V.O.F.] hiermee doelen op de termijn waarbinnen een consument (waarvan hier geen sprake is) nog kan terugkomen op een gesloten overeenkomst, is deze niet van toepassing. Het verweer van [de V.O.F.] slaagt daarom niet.