19 nov 2025
Criteo handelde onrechtmatig door tracking cookies zonder toestemming te plaatsen
Rb. Rotterdam 19 november 2025, IT 5303; ECLI:NL:RBROT:2025:14138 (Criteo tegen [persoon A]). De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat advertentietechnologiebedrijf Criteo onrechtmatig heeft gehandeld door zonder geldige toestemming tracking cookies te plaatsen op de apparaten van een individuele internetgebruiker. De rechtbank wijst de vordering van Criteo af om een eerder door het gerechtshof Amsterdam opgelegd verbod op te heffen en verklaart voor recht dat Criteo jegens de gebruiker onrechtmatig heeft gehandeld. Een gevorderde immateriële schadevergoeding wordt echter afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat daadwerkelijk schade is geleden. De zaak volgt op eerdere procedures tussen Criteo en een particuliere gebruiker over het plaatsen van tracking cookies via websites van partners van Criteo. Deze cookies worden gebruikt voor gepersonaliseerde advertenties en real-time advertentieveilingen. De gebruiker stelde dat Criteo via partnerwebsites tracking cookies plaatste zonder rechtsgeldige toestemming, in strijd met de AVG en artikel 11.7a Telecommunicatiewet. Eerder had het gerechtshof Amsterdam Criteo al verboden tracking cookies op de apparaten van de gebruiker te (laten) plaatsen zonder voorafgaande geldige toestemming. In de bodemprocedure voerde Criteo aan dat zij inmiddels uitgebreide technische, organisatorische en contractuele maatregelen had getroffen om naleving van de privacyregels te waarborgen. Volgens Criteo kon zij echter niet volledig uitsluiten dat partners fouten maken of regels overtreden. De rechtbank volgt dat verweer niet. Zij benadrukt dat de bescherming van persoonsgegevens een grondrecht is en dat de verantwoordelijkheid van Criteo als verwerkingsverantwoordelijke zich mede uitstrekt tot werkzaamheden die zij aan partners heeft uitbesteed. Dat volledige naleving praktisch lastig is, doet volgens de rechtbank niet af aan die verantwoordelijkheid. Daarom blijft het eerder opgelegde verbod in stand.
De rechtbank verklaart vervolgens voor recht dat Criteo onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming third-party cookies te plaatsen op apparaten van de gebruiker. Volgens de rechtbank staat vast dat dergelijke plaatsingen hebben plaatsgevonden en is dat door Criteo niet wezenlijk betwist. Voor een verdergaande verklaring voor recht acht de rechtbank de vordering onvoldoende concreet. De gebruiker vorderde daarnaast immateriële schadevergoeding wegens verlies van controle over zijn persoonsgegevens. Die vordering strandt. Hoewel de rechtbank erkent dat schending van de AVG onder omstandigheden kan leiden tot immateriële schade, zijn gevoelens van zorg, ongemak en een “unheimisch gevoel” volgens de rechtbank onvoldoende om daadwerkelijk geleden schade aan te nemen. De gebruiker heeft niet concreet gemaakt welke schade hij persoonlijk heeft geleden als gevolg van de cookieplaatsingen. Ook vorderingen tot verwijdering van persoonsgegevens en uitgebreide inzage in contracten, partnerlijsten en commerciële afspraken van Criteo worden afgewezen. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat Criteo zonder nadere identificerende informatie kan vaststellen welke gegevens specifiek betrekking hebben op de gebruiker. Daarnaast ontbreekt volgens de rechtbank een voldoende rechtmatig belang bij de gevraagde inzage in bedrijfsgevoelige informatie. Per saldo blijft het verbod op het plaatsen van tracking cookies zonder voorafgaande toestemming in stand, wordt voor recht verklaard dat Criteo onrechtmatig heeft gehandeld door dergelijke cookies zonder toestemming te plaatsen, maar krijgt de gebruiker geen schadevergoeding of aanvullende inzage- en verwijderingsmaatregelen toegewezen
Vordering D (inzage)
4.34. De door [persoon A] ingestelde inzagevordering zal worden afgewezen.
4.35. [persoon A] stelt dat hij een rechtmatig belang heeft bij inzage in de hierboven onder 3.4 genoemde informatiebestanden. Hij wordt naar zijn zeggen namelijk stelselmatig jarenlang via het internet gevolgd door de plaatsing van cookies door Criteo, ongeacht of hij daarvoor toestemming heeft gegeven. Via de procedure van artikel 843 Rv kan hij dan de omvang van de schade bepalen en ook zijn positie met betrekking tot de talloze andere partijen die bij dit onrechtmatig handelen betrokken zijn (geweest) nader bepalen.
4.36. Criteo betwist om verscheidene redenen dat [persoon A] een rechtmatig belang heeft bij zijn vordering. Zo valt volgens Criteo redelijkerwijs niet in te zien dat de gevorderde bescheiden op een rechtsbetrekking zien waarbij [persoon A] partij is.
4.37. [persoon A] vordert een veelheid aan informatie waarbij hij geen rechtmatig belang heeft. Zo wenst [persoon A] onder meer inzage in commerciële voorwaarden die zijn overeengekomen tussen Criteo en Criteo-partners en andere bedrijfsgevoelige informatie. Hetgeen [persoon A] stelt ter onderbouwing van deze vordering levert naar het oordeel van de rechtbank geen rechtmatig belang op voor toewijzing van de inzagevordering.