Gepubliceerd op dinsdag 22 juni 2021
IT 3557
Hoge Raad ||
17 jun 2021
Hoge Raad 17 jun 2021, IT 3557; ECLI:NL:PHR:2021:618 (X tegen Staatssecretaris van Financiën), https://itenrecht.nl/artikelen/conclusie-p-g-gegevensverwerking-was-in-strijd-met-privacyregels

Conclusie P-G: gegevensverwerking was in strijd met privacyregels

HR Conclusie P-G 17 juni 2021, IT 3557; ECLI:NL:PHR:2021:618 (X tegen Staatssecretaris van Financiën)  Deze zaak gaat over een zogenaamde fraudelijst van de Belastingdienst. Bij een vermoeden van fraude zijn belastingplichtigen geselecteerd en zonder hun medeweten op deze lijst geplaatst. De vraag is of deze selectie rechtmatig is geweest. Ook de eiser in cassatie is op deze lijst geplaatst, nadat zij meer gemaakte kosten dan inkomsten heeft opgegeven. Eiser stelt daarentegen dat zij slachtoffer is van etnisch profileren. De P-G concludeert dat ten aanzien van de situatie van eiser de normale gang van zaken is gevolgd en er dus geen sprake is van etnisch profileren. Een andere belangrijke algemene conclusie van de P-G is, dat belastingplichtigen ontvankelijk zijn voor bezwaar en beroep, ondanks dat de termijn is verstreken, omdat zij destijds geen weet hadden van hun plaatsing op de fraudelijst. Ook concludeert de P-G dat het verwerken van persoonsgegevens in het kader van dit project in strijd is met privacywetgeving, omdat de Awr niet voorziet in specifieke voorschriften voor deze verwerking. 

6.8 Uit dit relaas en de vastgestelde feiten blijkt dat de Inspecteur de aangifte van belanghebbende jaarlijks controleerde omdat telkens in de aangifte over het jaar te hoge bedragen voor aftrek waren aangegeven. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof hierin een objectieve en redelijke grond voor ‘uitworp’ van de aangifte onderkend.

6.9 Verder heeft het Hof op grond van de bevestiging van de woorden van de voorzitter door de Inspecteur, die niet werd weersproken door belanghebbende, eveneens niet onbegrijpelijk geoordeeld dat deze selectieregel algemeen wordt toegepast zodat van discriminatie geen sprake is en voor nader onderzoek geen reden bestond. Het Hof heeft klaarblijkelijk uit het geheel van de omstandigheden afgeleid dat belanghebbende niet op grond van een vermelding in Project 1043 was geselecteerd.