16 jul 2026,
Beperking van frequentiegebruik tot digitale televisie verenigbaar met dienstenneutraliteit
HvJ EU 16 juli 2026, IT 5447; ECLI:EU:C:2026:601 (Elettronica Industriale II). Elettronica Industriale beschikte sinds 28 juni 2012 over gebruiksrechten voor radiofrequenties voor digitale terrestrische televisie (DTT). In 2016 verzocht zij de Italiaanse autoriteiten om herziening van de aan deze gebruiksrechten verbonden beperkingen, zodat de betrokken frequenties ook voor andere elektronische communicatiediensten konden worden gebruikt. Het verzoek werd afgewezen omdat het geldende nationale frequentietoewijzingsplan de frequentieband 470-790 MHz primair voor omroepdiensten reserveerde. Nadat Elettronica Industriale tegen die afwijzing was opgekomen, vroeg de Consiglio di Stato het Hof van Justitie in wezen of het beginsel van dienstenneutraliteit uit artikel 9 van Richtlijn 2002/21/EG zich ertegen verzet dat een houder van frequentiegebruiksrechten op grond van een nationaal frequentieplan wordt verplicht die frequenties uitsluitend voor DTT te gebruiken.
Het Hof stelt vooraf vast dat artikel 9 bis van Richtlijn 2002/21 niet van toepassing is, nu Elettronica Industriale haar gebruiksrechten pas op 28 juni 2012 verkreeg en die bepaling ziet op reeds vóór de daarvoor relevante datum bestaande gebruiksrechten. De zaak moet daarom worden beoordeeld aan de hand van artikel 9, in het bijzonder het daarin neergelegde beginsel van dienstenneutraliteit. Het Hof overweegt dat artikel 9 lid 4 van Richtlijn 2002/21 als uitgangspunt verlangt dat alle soorten elektronische communicatiediensten kunnen worden aangeboden in frequentiebanden die in het nationale frequentietoewijzingsplan voor elektronische communicatiediensten beschikbaar zijn gesteld. Dienstenneutraliteit is echter niet absoluut. Lidstaten mogen de soorten diensten waarvoor een frequentieband wordt gebruikt beperken wanneer die beperking evenredig en niet-discriminerend is en wordt gerechtvaardigd door een in artikel 9 lid 4 erkende doelstelling van algemeen belang. Een dergelijke beperking mag in het nationale frequentietoewijzingsplan zelf worden vastgelegd en kan de houder van gebruiksrechten binden. Het Unierecht verzet zich daarom niet tegen een nationale maatregel die voorschrijft dat bepaalde radiofrequenties overeenkomstig dat plan uitsluitend voor digitale terrestrische televisie worden gebruikt, mits de onderliggende beperking aan de vereisten van artikel 9 lid 4 voldoet. Het is aan de nationale rechter om met name de rechtvaardiging, evenredigheid en niet-discriminerende toepassing daarvan te toetsen. Daarbij moet voor de betrokken onderneming een effectief rechtsmiddel bestaan om de rechtmatigheid van het frequentietoewijzingsplan te betwisten, maar het Unierecht vereist niet dat een onderneming die het plan niet tijdig heeft aangevochten, de geldigheid daarvan later alsnog kan bestrijden via een procedure tegen de afwijzing van een individueel verzoek tot herziening van haar gebruiksrechten.
68. In casu bevat het dossier waarover het Hof beschikt geen enkel element dat twijfel doet rijzen over het bestaan van rechtsmiddelen die in overeenstemming zijn met deze rechtspraak, waarmee Elettronica Industriale de bestuurshandeling waarbij het nationale frequentieverdelings- en toewijzingsplan is vastgesteld, heeft kunnen aanvechten. In dit verband moet worden opgemerkt dat mocht worden vastgesteld dat deze vennootschap het recht had om beroep in te stellen tegen dat plan en zij dit niet binnen de gestelde termijn heeft uitgeoefend of het tevergeefs heeft uitgeoefend, het Unierecht niet vereist dat die vennootschap zich in het kader van het hoofdgeding kan beroepen op de ongeldigheid van de relevante bepalingen van dat plan.
69. Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 9, lid 4, van de kaderrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale maatregel die, louter op basis van de beperkingen die zijn opgenomen in het nationale frequentietoewijzingsplan, een houder van individuele gebruiksrechten op radiofrequenties verplicht deze uitsluitend te gebruiken voor het aanbieden van DTT-omroepdiensten.