Gepubliceerd op dinsdag 7 april 2026
IT 5188
Rechtbank Amsterdam ||
5 mrt 2026
Rechtbank Amsterdam 5 mrt 2026, IT 5188; ECLI:NL:RBAMS:2026:2165 ([verzoeker] tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/avg-verzoek-ingetrokken-verzoeker-betaalt-voor-proceskosten

AVG-verzoek ingetrokken: [verzoeker] betaalt voor proceskosten

Rb. Amsterdam 5 maart 2026, IT 5188; ECLI:NL:RBAMS:2026:2165 ([verzoeker] tegen ING). In deze procedure op grond van artikel 35 van de UAVG heeft [verzoeker] zijn verzoek kort vóór de geplande mondelinge behandeling ingetrokken. Partijen waren het erover eens dat de zitting geen doorgang hoefde te vinden, maar discussie ontstond over de proceskosten. ING verzocht de rechtbank om alsnog bij beschikking te beslissen over de proceskosten, nu deze ondanks de intrekking niet waren voldaan.

De rechtbank stelt voorop dat de proceskosten zijn veroorzaakt door het aanhangig maken van het verzoek. Nu [verzoeker] vervolgens geen inhoudelijke beslissing meer wenst, moeten deze kosten als onnodig veroorzaakt worden aangemerkt. Op die grond veroordeelt de rechtbank [verzoeker] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ING. Deze worden begroot op € 1.556, bestaande uit griffierecht, salaris advocaat en nakosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad en wordt vermeerderd met aanvullende kosten indien niet tijdig wordt betaald.

De proceskosten van ING zijn veroorzaakt door het aanhangig maken van het verzoek door [verzoeker] , terwijl hij geen beslissing meer wenst over het verzoek. [verzoeker] heeft deze kosten dus onnodig veroorzaakt. De rechtbank zal [verzoeker] daarom veroordelen in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op:

- griffierecht € 714,00

- salaris advocaat € 653,00 (1 punt van tarief II, onbepaalde waarde)

- nakosten € 189,00

- totaal € 1.556,00