DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 13 april 2026
IT 5193
||
25 dec 2025
25 dec 2025, IT 5193; ECLI:NL:RBAMS:2025:10872 (SBP, SMC tegen Google c.s), https://itenrecht.nl/artikelen/wamca-zaak-tegen-google-aangehouden-in-afwachting-prejudiciele-vragen

WAMCA-zaak tegen Google aangehouden in afwachting prejudiciële vragen

Rb. Amsterdam 10 december 2025, IT 5193; ECLI:NL:RBAMS:2025:10872 (SBP en SMC tegen Google c.s.). De rechtbank Amsterdam houdt een collectieve actie tegen Google aan in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam over de verhouding tussen de AVG en de WAMCA [IT 4691].Stichting Bescherming Privacybelangen (SBP) en Stichting Massaschade & Consument (SMC) vorderen in een WAMCA-procedure onder meer schadevergoeding van Google c.s. wegens vermeende privacyschendingen. Zij verzoeken de rechtbank de procedure voort te zetten en niet langer te wachten op de prejudiciële vragen in de Amazon-zaak.

De rechtbank wijst dit verzoek af. Volgens de rechtbank zijn de prejudiciële vragen, met name over het actiefvereiste en opdrachtbegrip van art. 80 AVG en de verhouding tussen AVG en WAMCA, direct relevant voor de ontvankelijkheid van de vorderingen in deze zaak. Anders dan het gerechtshof Amsterdam in het TikTok-arrest [IEF 22986] ziet de rechtbank geen mogelijkheid om de zaak te splitsen in AVG- en niet-AVG-vorderingen om gedeeltelijk door te procederen. Ook het Meta I-arrest biedt daarvoor geen aanknopingspunten, nu dat arrest geen betrekking heeft op een WAMCA-procedure [IT 4981]. De rechtbank houdt de procedure daarom volledig aan en wijst de verzoeken tot voortzetting af.

2.1 De rechtbank is van oordeel dat de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam3 van belang zijn voor de verdere beoordeling in deze zaak, met name de vragen over de verhouding tussen de AVG en de WAMCA en over de uitleg van het in artikel 80 AVG opgenomen actiefvereiste en opdrachtbegrip. Ook in de onderhavige procedure zijn deze onderwerpen door Google c.s. aan de orde gesteld en van belang voor de verdere ontvankelijkheidsbeoordeling. Daarin ziet de rechtbank aanleiding de procedure nog steeds aan te houden in afwachting van de antwoorden op de prejudiciële vragen.