18 mrt 2026
Stilzwijgende verlenging van marketingovereenkomst na niet-bewezen tijdige opzegging; gedeeltelijke afwijzing factuurvordering wegens niet-aangetoonde Google AdWords-dienstverlening
Rb. Limburg 18 maart 2026, IT 5176; ECLI:NL:RBLIM:2026:2385 (Proximedia tegen [gedaagden]). In deze bodemzaak tussen Proximedia Nederland B.V. en haar contractspartij stond een overeenkomst centraal op grond waarvan Proximedia een landingspagina/miniwebsite zou maken, het ontvangen en traceren van oproepen mogelijk zou maken en een Google AdWords-campagne zou maken en beheren. Partijen hadden eerst op 16 april 2019 een overeenkomst gesloten voor 24 maanden, met € 90 aan opstartkosten, een maandvergoeding van € 229,90 inclusief btw en daarnaast een maandbudget van € 36,30 inclusief btw voor Google AdWords. Op 9 april 2020 sloten zij een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de eerdere overeenkomst. Die nieuwe overeenkomst had een looptijd van 36 maanden; de diensten en het Google AdWords-budget bleven gelijk, maar de maandvergoeding werd verlaagd naar € 181,50 inclusief btw. De wederpartij stelde dat zij de overeenkomst op 9 januari 2023 per aangetekende brief had opgezegd, maar kon niet bewijzen dat die opzegging Proximedia had bereikt. De kantonrechter oordeelt daarom, onder toepassing van artikel 3:37 lid 3 BW, dat niet is komen vast te staan dat de verklaring Proximedia heeft bereikt. Bovendien zou die opzegging, zelfs als zij Proximedia wel had bereikt, niet tijdig zijn geweest, omdat de overeenkomst uiterlijk drie maanden vóór het einde van de looptijd moest worden opgezegd. Daardoor is de overeenkomst op grond van het contract stilzwijgend met één jaar verlengd, dus tot en met 8 april 2024. In de periode mei 2023 tot en met januari 2024 had Proximedia vervolgens onbetaalde facturen gestuurd voor in totaal € 1.524,60.
De kantonrechter maakt daarna onderscheid tussen de verschillende onderdelen van de dienstverlening. Ten aanzien van de landingspagina/miniwebsite en de mogelijkheid om oproepen te ontvangen en te traceren acht de rechter voldoende aangetoond dat Proximedia die diensten is blijven leveren. Voor de Google AdWords-campagne geldt dat slechts gedeeltelijk: Proximedia had met uitdraaien onderbouwd dat zij tot 1 mei 2023 advertenties had ingekocht, maar voor de periode daarna ontbrak toereikend bewijs. Daarom mocht zij over de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 april 2024 geen aanspraak maken op het maandbudget van € 36,30 voor Google AdWords. Dat leidde ertoe dat een bedrag van € 254,10 als onterecht gefactureerd werd aangemerkt en niet toewijsbaar was. Per saldo werd daarom een hoofdsom van € 1.450,50 toegewezen. Daarnaast wees de kantonrechter op grond van artikel 7 van de overeenkomst € 217,57 aan buitengerechtelijke incassokosten toe, zijnde 15% van de toegewezen hoofdsom. Ook werd de wettelijke handelsrente over de hoofdsom toegewezen vanaf de respectieve vervaldata van de facturen, en de gewone wettelijke rente over de incassokosten vanaf de dagvaarding, 10 november 2025. De tegenvordering van de wederpartij tot terugbetaling van € 3.500 werd afgewezen, omdat zij per saldo juist nog aan Proximedia moest betalen. Ten slotte werd de wederpartij veroordeeld in de proceskosten, zowel in conventie (€ 1.058,28) als in reconventie (€ 217,00).
Is de overeenkomst door [gedaagden] opgezegd?
5.2.
[gedaagden] voert aan dat zij de overeenkomst op 9 januari 2023 heeft opgezegd. Dit heeft zij gedaan met een aangetekend schrijven, maar het verzendbewijs heeft zij niet meer. Volgens [gedaagden] is wel nog in februari 2023 een medewerker van Proximedia op bezoek gekomen naar aanleiding van de opzegging. Ook op 28 maart 2023 zou een medewerker van Proximedia zijn langsgekomen om toch nog een verlenging van de overeenkomst te bespreken. Proximedia betwist dat zij de opzegging van 9 januari 2023 heeft ontvangen. Proximedia betwist ook dat een medewerker in februari 2023 bij [gedaagden] op bezoek is geweest.
5.3.
In de wet is opgenomen dat een verklaring pas resultaat heeft als die verklaring de ander heeft bereikt.1 In dit geval kan niet worden vastgesteld dat de opzegging van 9 januari 2023 door Proximedia is ontvangen. Maar zelfs als ervan wordt uitgegaan dat Proximedia de opzegging wel heeft ontvangen, dan is de opzegging te laat gedaan. De opzegging is namelijk op zijn vroegst op 10 januari 2023 ontvangen. In de overeenkomst is opgenomen dat de overeenkomst uiterlijk drie maanden voor het einde van de looptijd moet worden opgezegd. De overeenkomst is op 9 april 2020 gesloten en had een looptijd van drie jaar. De laatste dag van de overeenkomst was dus 8 april 2023. De uiterste datum waarop de opzegging door Proximedia moest zijn ontvangen, was dus 8 januari 2023.
5.4.
Omdat de overeenkomst niet op tijd is opgezegd, wordt zij stilzwijgend verlengd met een jaar. Dat staat in artikel 8.4 van de overeenkomst. De overeenkomst liep dus tot en met 8 april 2024. [gedaagden] moest daarom in beginsel ook de maandelijkse termijnen betalen tot en met die datum. Dat zou alleen anders zijn als Proximedia de overeengekomen diensten niet gedurende de hele periode heeft geleverd.